Brieven

Dodenherdenking

Met prins Claus terug naar Auschwitz

Illustratie
Illustratie Cyprian Koscielniak

De afgelopen dagen, maar eigenlijk ieder jaar rond deze tijd, moet ik aan mijn moeder denken. Zij heeft als een van de weinige Nederlandse vrouwen Auschwitz overleefd, als 23-jarige. Dat bijzondere verhaal is al meermalen verteld en tevens goed gedocumenteerd door Steven Spielberg in het videoarchief van het USC Shoah Foundation Institute. Een ander verhaal speelde zich af op een dag in 1995, ook in Auschwitz, en is niet minder bijzonder. De toespraak van de koning herinnerde me daaraan. In januari 1995 werd de bevrijding van Auschwitz groots herdacht door 26 staatshoofden, onder wie koningin Beatrix en prins Claus. Mijn moeder was via haar levenspartner (sinds 1980) Loe de Jong zeer goed bevriend geraakt met het koningshuis. Hij had nauwe banden opgebouwd met de koninklijke familie sinds zijn periode bij Radio Oranje in Londen. Als dubbel koppel gingen mijn moeder en De Jong en Claus en Beatrix vaak, buiten het zicht van de camera’s en met minimale beveiliging, gezellig uit eten. Mijn moeder bouwde een zeer bijzondere en hechte band met Claus op, ze hadden allebei nogal wat meegemaakt tussen 1940-1945, to put it mildly. Als jonge man had Claus bij de Werhmacht gediend en hij bleef hierdoor met een gigantisch schuldgevoel zitten tegenover de Nederlandse bevolking, en tegenover mijn moeder natuurlijk. Zij heeft al die jaren geprobeerd Claus ervan te overtuigen dat er geen schuld aan hem kleeft: „Je was nog een jongen, in een donkere tijd, wat kon jij eraan doen?”

Ondertussen had de prins een keer laten vallen dat hij mijn moeder mee wilde nemen naar Auschwitz om dit keer, op een heel persoonlijke manier, samen terug te keren naar mijn moeders verschrikkelijke herinneringen. Mijn zus en ik hebben vaak geprobeerd aan het idee te wennen dat wij samen met mams echt een keer terug moesten gaan. Dat durfden we niet, doodsbang voor haar en onze emoties. Maar nu was het onze moeder, Riel van Duren, die het initiatief nam en tegen Claus zei: „Ik ga met jou mee, maar alleen op voorwaarde dat we allebei onze kinderen meenemen.” En ze voegde daar ‘streng’ aan toe dat dat ook een goede les kon zijn voor de drie prinsen. Die les hadden wij natuurlijk al gehad. En zo geschiedde het dat we met een select gezelschap in 1995, met toen nog prins Willem-Alexander aan de stuurknuppel, naar Polen vlogen. In het regeringsvliegtuig deelde mijn moeder zelfgebakken boterkoek uit. Ik zal het beeld van mijn moeder, gearmd met Claus wandelend door het afschuwelijke Auschwitz, nooit vergeten. Mijn zus, samen met de drie prinsen erachteraan, waarschijnlijk ook niet.