Van trapleuning tot koffieautomaat, alles op kantoor moet straks smetvrij. Maar hoe?

Werkplek Looproutes voor eenrichtingsverkeer, de terugkeer van de koffiejuffrouw en in afgebakende vakjes staan in de lift. Bedrijven proberen uit te vogelen of en hoe het mogelijk is: op een veilige manier terug naar kantoor.

ASML draait proef met kleine groepjes op kantoor.
ASML draait proef met kleine groepjes op kantoor. Foto Merlin Daleman

Het is druk in het hoofd van Dennis Meesters, directeur vastgoed bij FrieslandCampina. Het is zijn taak om de kantoren van de zuivelcoöperatie ‘corona-proof’ in te richten, en dat gaat tot in de kleinste details.

Een dilemma waar hij zich momenteel over buigt: de deur naar de lift. In de hal van het hoofdkantoor in Amersfoort – 1.500 werkplekken, elf verdiepingen – scan je normaal gesproken je pasje om de deur naar de liften te openen. Die deur moet je vervolgens zelf openduwen. Maar nu is de bewuste deurklink opeens een mogelijk besmettingsgevaar.

Meesters: „Moet iemand dan steeds de klink schoonmaken zodra die is aangeraakt? Gaan we investeren in een systeem met een automatische deur? Gaan we mensen vragen handschoentjes te dragen? En zo ja, waar laten ze die handschoentjes daarna dan?”

En dat is nog maar één detail. Al snel dient zich het volgende struikelblok aan: die lift zelf. En daarna de trapleuning, het kopieerapparaat, de kantine, de koffieautomaat. Meesters en zijn team zijn druk bezig om voor die eindeloze reeks potentiële besmettingsplekken een oplossing te vinden. „Niets is meer vanzelfsprekend.”

Alle sectoren moeten nadenken over de anderhalvemetereconomie, zo luidde de opdracht van het kabinet halverwege april. Vanzelfsprekend komt zo ook het anderhalvemeterkantoor ter sprake, in flitsend adviesjargon ook al wel ‘the six feet-office’ genoemd. Het advies ‘werk zoveel mogelijk thuis’ blijft van kracht, maar als we straks gespreid terug naar kantoor mogen: hoe gaat dat er dan uitzien? Kan dat überhaupt op een veilige manier?

Emeritus hoogleraar virologie Peter Rottier van de Universiteit Utrecht denkt van wel. Onze gedragsverandering van de afgelopen twee maanden stemt hem hoopvol. „We hebben laten zien dat we collectief met een enorme beperking om weten te gaan.” Tegelijkertijd stelt hij dat we ook weer niet meteen de hele boel moeten opengooien. „Daarvoor zijn er nog te veel besmettingen. Er moeten dus passende maatregelen worden genomen.”

Een van de opties: looproutes voor eenrichtingsverkeer. Foto Merlin Daleman

Niemand weet nog hoe het moet

Aan die maatregelen wordt nu hard gewerkt. Zo is werkgeversorganisatie VNO-NCW bezig om een ‘standaardprotocol’ op te stellen voor kantoren. En een groepje multinationals in Nederland heeft onderling contact om van elkaars ‘best practices’ te leren.

Ook leveranciers van kantoormeubilair springen in op de grootschalige herinrichting van kantoorruimtes. Er is van alles te krijgen: cirkels van 1,5 meter voor op de vloerbedekking, schoonmaakkits die je als een heuptasje bij je kunt dragen, alarmen die rood gaan knipperen als iemand te dichtbij komt.

ASML, de chipmachinefabrikant uit Veldhoven (12.500 medewerkers in Nederland), start begin mei met een proef. Kleine groepjes van zes tot acht medewerkers komen dan naar kantoor. „We gaan het stapje voor stapje opbouwen”, vertelt Yanick Cyr, hoofd vastgoed en facilitair management van ASML. „Telkens evalueren en verbeteren, voordat we weer verder gaan.” In de ASML-kantoren in China en Taiwan zijn looproutes voor eenrichtingsverkeer vastgesteld en moeten mensen in een vakje gaan staan in de lift – maximaal drie personen tegelijk.

In Nederland gaat dat ook gebeuren. Iedereen krijgt per dag een vaste werkplek toegewezen, met een eigen toetsenbord dat je zelf moet meenemen. Die plek wordt na zo’n dag helemaal schoongemaakt. Er zal sowieso vaker en specifieker worden schoongemaakt, bijvoorbeeld bij de deuren, bureaus en trapleuningen. Dat gebeurt door de schoonmakers én de medewerkers zelf; overal zullen handgels en doekjes komen te liggen. Daarbij zal niet iedereen tegelijk naar kantoor komen: de helft is het maximale.

Afhaalloket voor de lunch

Cyr en zijn team zijn nog bezig een oplossing te bedenken voor ‘de Plaza’, de eetgelegenheid van ASML met zes restaurants. Cyr: „Misschien zullen we mensen vragen zelf lunch mee te nemen of richten we op meerdere locaties afhaalloketten in. Maar ja, dan denk ik weer: als mensen tegelijk hun bordje komen terugbrengen, hoe gaan we dat dan organiseren?”

Ook bij FrieslandCampina zijn er nog wat vraagstukken. Zoals: wat te doen met de koffieautomaat? Meesters: „We willen niet dat iedereen daar samendromt, dus overwegen we nu om de ouderwetse koffiejuffrouw weer in te zetten om een ronde over de afdeling te maken. Maar dat is natuurlijk wel duurder, dus is dat haalbaar?”

Werkplekken creëren met voldoende afstand ertussen is niet zo ingewikkeld. Het probleem zit in de ‘congestie’: het ophopen van mensen op bepaalde plekken. Want al heb je maar 25 procent van je normale bezetting in het pand – als iedereen tegelijk de lift in wil, is anderhalve meter afstand houden alsnog onmogelijk.

Thuiswerken bestaat al sinds de jaren zeventig, toen heette het nog telewerken, en vanaf die tijd is het kantoor al vele malen dood verklaard

Juriaan van Meel huisvestingsadviseur

Dat probleem ziet ook Dennis Meesters van FrieslandCampina. „Neem bijvoorbeeld onze tweede kantoortoren, waar je alleen via één smalle gang vanuit het hoofdkantoor kunt komen. Daar loop je tegen de grenzen van de bestaande bouw op.” Meesters overweegt nu een route die buitenom gaat. Hij werkt samen met de HR-afdeling, de IT-afdeling en met het algehele crisisteam. Qua omvang is het een klus vergelijkbaar met het inrichten van een nieuw kantoor, zegt hij.

Verder valt of staat het succes van het anderhalvemeterkantoor met gedrag, zegt hoogleraar Rottier. Het is belangrijk dat iedereen zichzelf beschouwt als potentieel besmettingsgevaar. „En dus maak je alles schoon wat je aanraakt; ook de stekkerdoos die toevallig tegen je hand komt als je je oplader inplugt.”

Is dat niet wat streng? „Absoluut niet. Het is bekend dat mensen het virus bij zich kunnen dragen zonder het te merken, dus de kans op besmetting op kantoor is reëel.”

Rottier heeft ervaring met strenge kantoorregels. „Ik heb lang in laboratoria met virussen gewerkt. Eerst voelt die strenge hygiënediscipline wat onwennig, maar op een gegeven heb je het helemaal geïnternaliseerd. Dan denk je er niet meer over na dat je de deurklink met een tissue pakt en de drukknop van het toilet met je elleboog indrukt.”

Op termijn zijn mogelijk minder kantoorpanden nodig.
Foto Merlin Daleman
De chipmachinefabrikant leert van ervaringen in China en Taiwan.
Foto Merlin Daleman

Telewerken

Kantoortuinhaters schuwen niet om dit moment feestelijk uit te roepen tot het ‘definitieve einde’ van dit type werkplek. Journalist Teun van de Keuken schreef in De Volkskrant een veel gedeelde column met als kop: ‘De kantoortuin komt niet meer terug’. Hij voorspelt dat volgepropte kantoorvloeren met tientallen mensen na de coronacrisis verleden tijd zullen zijn. Columnist Japke-d. Bouma schreef in NRC dat mensen kantoor weliswaar missen, maar de kantoortuin zéker niet. „We wisten natuurlijk al veel langer dat kantoortuinen vaak waardeloze werkplekken zijn.”

Juriaan van Meel moet een beetje grinniken om dat soort grote woorden. Hij is huisvestingsadviseur en deed voor de Technische Universiteit van Denemarken onderzoek naar de recente geschiedenis van het kantoor. „Thuiswerken bestaat al sinds de jaren zeventig, toen heette het nog telewerken, en vanaf die tijd is het kantoor al vele malen dood verklaard.”

Hij noemt het boek Future Shock van de Amerikaanse schrijver Alvin Toffler uit 1970. Daarin voorspelde Toffler een toekomst waarin we allemaal zouden gaan werken vanuit onze ‘electronic cottages’. Binnensteden zouden leegraken en we zouden contact houden via internet. „Dat was toen een heel invloedrijk boek, maar van die voorspelling is weinig uitgekomen.”

Lees ook dit verhaal: Thuiswerken heeft voordelen, maar hoe hou je die straks vast?

Het kantoor blijkt iedere keer weer een fijne én noodzakelijke ontmoetingsplaats. „Je hebt op kantoor vele toevallige ontmoetingen, dat is de smeerolie van creativiteit. Al die kleine gesprekjes of observaties maken dat jij weer op een nieuw idee komt. Dat is toch lastig te bewerkstelligen in een Teams-vergadering.”

Toch is er nu een verschil met de voorgaande decennia: de massaal opgedane ervaring met thuiswerken. „Ik weet nu al dat dit een argument gaat zijn voor zowel voor- als tegenstanders van het kantoor”, zegt Van Meel. „De één zegt: we hebben toen toch gezien dat het kan? De ander zegt: we hebben toen toch gezien hoe verschrikkelijk het is?”

Vanuit zijn interesse voor kantoorgeschiedenis is Van Meel benieuwd of er blijvend dingen zullen veranderen. Thuiswerken zal in ieder geval een belangrijker aandeel krijgen in ons werk en hij vermoedt dat thema’s als gezondheid en welzijn ook belangrijker zullen worden op kantoor. „Met hygiëne als nieuw expliciet onderwerp.”

Vastgoeddirecteur Dennis Meesters van FrieslandCampina verwacht dat het kantoor na deze crisis meer een ontmoetingsplek wordt in plaats van vooral een werkplek. Ook bij ASML denken ze in de toekomst misschien met minder kantoorgebouwen af te kunnen door het toegenomen thuiswerken, al merkt persvoorlichter Monique Mols nu ook wat ze mist aan kantoor. „Bij onze Plaza hebben we een goede barista. Ik ging daar iedere ochtend even langs voor een cappuccino, zag mensen ontbijten, kwam collega’s tegen. Ik verlang daar erg naar terug.”