Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Tom Dumoulin: ‘Ik vond het lastig om altijd maar die leuke gast te moeten zijn’

Interview Tom Dumoulin heeft al bijna een jaar geen wedstrijd gefietst. Het gaf hem tijd voor reflectie op zijn leven. „Wat wil ik nou, waar wil ik naartoe, wil ik nog wel topsporter zijn?”

Nadat Tom Dumoulin (29) drie jaar geleden de Ronde van Italië won en daarmee tegen wil en dank een beetje van iedereen werd, was het niet zo eenvoudig meer om hem in betrekkelijke intimiteit te spreken te krijgen. Er kwamen zoveel aanvragen voor interviews dat hij geen privéleven over zou houden als hij altijd zou instemmen. Journalisten konden naar Tenerife vliegen om in een rondetafelgesprek drie kwartier naar zijn gedachtespinsels te luisteren, en een training te volgen. Persoonlijke gesprekken zaten er al een tijdje niet meer in.

Tot het coronavirus ook de wielersport lamlegde, en er van de gebruikelijke exposure voor sponsoren tijdens wedstrijden niets overbleef. Interviews zijn nu nodig, meer dan ooit. Bij Jumbo-Visma, sinds dit jaar Dumoulins werkgever, is er zelfs beleid op gemaakt: belt de afdeling commerciële zaken? Altijd opnemen. Wil een journalist een interview? Doen. „Desnoods moeten trainingen eerder worden afgebroken”, zei hoofdcoach Merijn Zeeman namens de ploeg. „Om aan de fans te laten zien dat we er nog zijn.” Voor een interview met NRC hoefde zelfs geen tijdslimiet te worden afgesproken. Uniek.

Als de camera van zijn telefoon aan springt, verschijnt Dumoulin met de kenmerkende driedagenstoppels rond zijn puntige kaak in beeld, op de achtergrond niets dan de spierwitte muren van de studeerkamer waarin hij zich terugtrekt op dit soort momenten. Hij draagt een blauw joggingvest met het embleem van zijn werkgever op zijn borst, zijn haar hangt in zwarte lokken diagonaal over zijn voorhoofd en komt tot op ooghoogte. Het gaat hem goed, zegt hij. Beter dan zijn collega’s die in Monaco wonen, en de dwergstaat niet uit mogen. Hij kan tenminste de Ardennen nog in voor een training met drieduizend hoogtemeters. Zonder doel overigens. Hij traint om fit te blijven, niet wetende wanneer hij de adrenalinekick van een wedstrijd weer zal voelen.

Tom Dumoulin heeft volgende maand een jaar lang geen competitie gereden. Op 14 juni 2019 gaf hij op in het Critérium du Dauphiné omdat hij te veel last had van zijn rechterknie, waar, zo zou weken later blijken, een stukje grind het peesweefsel aantastte na een ongelukkige val in de Ronde van Italië. In de pees bleek een scheurtje te zitten. Hij werd twee keer geopereerd, en had het hele jaar nodig om te revalideren. Tussendoor liet hij zijn contract bij Team Sunweb ontbinden en vertrok hij naar Jumbo-Visma, om daar niet langer als enige de last van het kopmanschap te hoeven dragen, maar die te delen met twee anderen. In februari zou hij in het geelzwart zijn langverwachte debuut maken in de Ronde van Valencia, toen hij darmparasieten bleek te hebben en daar eerst van moest zien te herstellen. De uitbraak van het coronavirus sloot naadloos op die periode aan.

Hoe kom jij deze dagen door? Een beetje fietsen en verder aanmodderen thuis?

„Ja, min of meer wel. Ik wandel wat met de hond, de garage zal wel weer vies zijn geworden, het oud-papier moet worden weggebracht. Dat soort dingen.”

Je bent een huisman geworden.

„Ja, precies.”

Hoe bevalt dat? In een interview met het AD las ik dat je het eigenlijk best comfortabel vindt zo.

„Dat is een groot woord, maar ik heb er voor na mijn carrière geen schrik voor. Het is niet zo dat ik achter de geraniums ga zitten en voor de kinderen ga zorgen, ik zal altijd wel blijven werken of iets oppakken, maar ik ben niet meer bang voor wat komen gaat, weet ik sinds vorig jaar. Toen hebben mijn vrouw en ik ervaren hoe het is om mij de hele dag thuis te hebben. En dat gaat op zich prima.”

Maar je bent de makkelijkste niet om mee samen te leven, zei je in datzelfde interview.

„Ja, nou ja, ik heb een eigen mening, en ik houd van discussiëren. Soms gaat een discussie over in een beetje ruzie, want ik ben niet iemand die ja en amen zegt, en dat zal ook nooit veranderen. Dat houdt wel in dat ik af en toe op mijn tellen moet passen.”

Tom Dumoulin fietst de virtuele toertocht van de Amstel Goldrace in een vakantiehuisje op de Cauberg, april dit jaar. De echte race ging niet door.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Dumoulin heeft veel over zichzelf geleerd het afgelopen jaar, dat blijkt vaak in dit gesprek, waarin hij met grote precisie kan aanduiden waar de zwakke plekken in zijn persoonlijkheid zitten, en hoe hij daarmee heeft leren omgaan. Je merkt aan alles dat hij als mens gegroeid is nadat hij door zijn knieblessure mentaal in een wak belandde, en daar ook weer op eigen kracht uit wist te krabbelen. Schrijnend was het moment waarop hij tegen beter weten in richting de Alpen reed voor een hoogtestage in juni vorig jaar, en nog niet eens halverwege besloot om te keren omdat hij diep van binnen ook wel wist dat zijn knie niet goed zat, en hij de deelname aan de Tour de France kon vergeten. Zijn lichaam trok aan de bel, en toen hij thuis zat ontstond er ruimte om te reflecteren op de rollercoaster waarin hij sinds die Giro-winst in terecht was gekomen. Hij noemt het zijn „filosofische periode”, die hij gebruikte om grote vragen te beantwoorden. „Wat wil ik nou, waar wil ik naartoe, wat wil ik bereiken, wil ik nog wel topsporter zijn?”

Kun je er een paar beantwoorden? ‘Omdat ik wielrennen zo leuk vind’, las ik ergens, maar dat is een holle zin. Je bent een intelligente gozer. Dat lijkt me een te simpel antwoord.

„Het is verre van simpel. Kijk, tot 2017 ging alles elk jaar een beetje beter. Er zat een stijgende lijn in mijn prestaties, ik was de chaser, zeg maar.”

De chaser?

„Ja, ik wilde naar de top, en daar moest alles voor wijken, ik had oogkleppen op. Na de Giro had ik een aantal dingen bereikt in de sport, afgevinkt. Dat was lastig, want ik was de chaser niet meer, ik had de top gehaald. En die top hield ook in dat ik meer commerciële dingen moest gaan doen, meer interviews, en er kwamen verwachtingen. Van mezelf maar ook van anderen.”

Je werd het uithangbord van je sponsor, van de hele Nederlandse wielersport.

„Ja, altijd en overal. Maar ik vond het vrij makkelijk om werk en privé te scheiden. Zodra ik mijn wielerpakje aan had, had ik daar geen problemen mee. Maar als ik door de stad liep vond ik het lastig om altijd maar die leuke gast te zijn. Mensen van buitenaf zien mij altijd als Tom de wielrenner, in dat wielerpak, ook als ik er niet in loop. Daar heb ik erg veel moeite mee gehad.”

Hoe heb je dat getackeld?

„Eerst door mijn oogkleppen op te houden. Maar dat kon zo niet voortduren, dan had ik niet tot mijn 36ste kunnen fietsen. Dat was onmogelijk.”

Wat bedoel je met oogkleppen?

„Dat ik me afsluit voor de issues die ik net noem. Pas tijdens die knieblessure vond ik tijd om te reflecteren. Ik moest afstand nemen om los te komen van de onrust die ik voelde, de stress die maar niet wegging. En ik wilde een modus vinden om een leuk mens te blijven, ook naar anderen. Hoe ga je naar een Giro die je al een keer gewonnen hebt en iedereen verwacht dat je weer wint? En hoe doe je dat in de toekomst? Maar ik ben inmiddels wel uitgereflecteerd. Dus die coronacrisis komt erg ongelegen.”

Ik heb het idee dat jij jezelf soms in de weg kan zitten met al dat soort grote vragen.

„Dat klopt wel, ik ben een denker, en dat slaat snel om in piekeren. Het heeft vast ook voordelen, maar ik zou ook graag af en toe minder willen denken en piekeren. Maar dat gaat gewoon niet. Ik moet er soms proberen mee te stoppen, en gewoon in het moment leven.”

Dat moeten we tijdens deze coronacrisis allemaal. Hoe vergaat je dat?

„Het lukt wel, eigenlijk, ik ben niet zo heel erg bezig met wat gaat komen. Het is fijn dat ik me in mijn achterhoofd kan richten op een doeletje, een seizoen vanaf september.”

Gaat niet gebeuren.

„Weet ik niet, we gaan het zien. Ik hoop het heel erg, maar zelfs als het niet gebeurt, denk ik dat ik in staat ben dit nog een jaar vol te houden. Thuis zitten, een beetje fit blijven, minder bezig zijn met wat er aan de horizon ligt, en niet ligt. Ik kan niet anders dan accepteren dat het is zoals het is.”

Wat heb je nog meer over jezelf geleerd vorig jaar?

Hij zucht, alsof hij extra zuurstof moet aanwenden om een laag dieper in zijn gevoelswereld te komen. „Ik ben trotser op wat ik in het verleden gepresteerd heb. Voorheen gooide ik al mijn prijzen gewoon linea recta de zolder op als ik thuiskwam, en dan was het ‘op naar de volgende’. Nu zit ik naast mijn Giro-trofee, en word ik er bijna emotioneel van.

Hij draait zijn camera vluchtig naar rechts, waar op een kastje de roze trofeo senza fine staat. Hij pendelt snel terug, zodat zijn regenboogtrui van het WK tijdrijden zichtbaar wordt, ingelijst, maar nog niet opgehangen. „Oeps, er staat nog een doos kerstspullen voor.”

Waarom word je emotioneel van die prijzen?

„Emotioneel gaat misschien wat ver, maar ik ben er echt trots op. Ik durf het nu ook wel uit te spreken. Ik schaam me er een beetje voor er al te uitbundig mee bezig te zijn omdat ik altijd vond, en vind, dat sport maar een belangrijke bijzaak in het leven is. Ik heb niemand van de dood gered hoor, met het winnen van de Giro. Er zijn belangrijkere dingen in het leven, maar ja, dat is met alles zo.”

Mag ik eens hardop nadenken waar die schaamte door komt? Je hebt een vader die op academisch niveau werkt, toch?

„Hmmhmm.”

Zou het kunnen dat het daar zit, dat sport maar gewoon sport is? Dat het ongepast is om daar trots op te zijn?

„Ik ben niet opgegroeid in een familie die fan is van een of andere voetbalclub, of die artiesten of acteurs op een voetstuk plaatst. Ik kom echt uit de meest nuchtere familie ooit. Academici, die dat gewoon eigenlijk niks boeit. En dat hoeft ook helemaal niet. Misschien is het daardoor inderdaad een beetje ontstaan dat ik denk dat het niet specialer is wat ik doe dan wat een ander doet. Maar desalniettemin ben ik er wel trots op. In die Giro heb ik bloed, zweet en tranen gestopt. Dat is mijn levenswerk. En daardoor ben gedreven om nog zo’n uitdaging aan te gaan. En die uitdaging is op dit moment de Tour winnen.”

Want mis je dat gevoel van trots?

„Nee, ik mis het gevoel van de ultieme uitdaging aangaan met mezelf, en met anderen. Het uiterste halen uit mijn fysieke en mentale capaciteiten. Ik zie nu hoe blij ik word van die prijzen, en van het verhaal dat daarbij hoort. Daar voeg ik nog graag een hoofdstuk aan toe.”

Denk je – en je gaat ‘ja’ zeggen omdat je dat jezelf moet voorhouden – dat het realistisch is om te denken dat je de Tour kunt winnen? Je beste jaren zijn nu, en nu kun je het niet laten zien.

„Ik snap die vraag wel, maar het antwoord is ja. Ik heb in december, na een periode waarin ik me niet eens zo specifiek had voorbereid, een van mijn beste fysieke tests ooit neergezet. Ik ben ervan overtuigd dat ik het nog in me heb.”

Hij heeft het afgelopen jaar veel pech gehad, met die knie, en de nasleep daarvan, maar ook kwam voor de tweede keer aan het licht dat zijn darmen zijn zwakke plek zijn. In de Giro die hij uiteindelijk won moest hij met een aanval van diarree de berm in, en afgelopen februari bleek dat hij parasieten in zijn darmen had. In de podcast In Het Wiel zegt Dumoulin dat hij „een mentale tik” kreeg, en zijn gemoed steeds verder voelde aftakelen.

Merijn Zeeman [ploegleider] zei dat ze dat probleem bij Sunweb niet volledig hebben doorgelicht. Heb je inmiddels antwoorden?

„Het probleem met de manier waarop ik topsport bedrijf, is dat ik soms zevenduizend calorieën moet verwerken. Dan komt er te veel stress op mijn darmen te staan. We zijn er inderdaad nog steeds niet achter wat nou het ideale dieet is zodat ik zelfs op die dagen helemaal geen last meer heb. Maar misschien is dat ook wel een utopie. We blijven zoeken.”

En je hebt nogal last van hooikoorts, vertelde Zeeman.

„Ja, maar ik was het vergeten. Ik was de afgelopen jaren in april op hoogtestage, en had dan geen last. Maar nu was ik deze periode weer eens thuis, ik nam geen medicijnen, en toen kwam het terug als een boemerang. Voor volgend jaar moet er een plan komen zodat ik op tijd antihistamine ga slikken. Of ik moet in maart en april bepaalde koersen niet meer rijden, omdat ik er met hooikoorts niets te zoeken heb. Ik ben er echt grieperig van, het slaat op mijn longen. We zijn nu aan het onderzoeken of daar nog iets aan te doen valt voor de komende jaren.”

Wat dat betreft zit je bij een ploeg waar ze alles goed op orde lijken te hebben. Je hebt Jumbo-Visma al het Real Madrid van de wielersport genoemd.

„Het loopt er als een trein, we hebben gemotiveerde en ambitieuze mensen op alle gebieden, die net als ik de beste willen zijn. Evengoed moet ik mezelf soms corrigeren als ik te veeleisend ben naar anderen. Want dat is vervelend.”

Alle topsporters zijn veeleisend, toch? Het moet perfect, anders win je niet.

„Ja, maar als ik tegen iemand zeg dat het perfect moet omdat ik anders niet win, dan is dat geen constructieve manier, en dat levert ook niet het beste resultaat op.”

Lees ook: Drie grote wielerrondes én de klassiekers – allemaal in honderd dagen

Je kan foeteren als dingen niet gaan zoals jij wilt. Dat zag ik op Tenerife, toen je vermogensmeter niet goed werkte.

„Ja, of ik loop met een vraag rond, die ik bij iemand neerleg, en dan wil ik dat er morgen een antwoord op geformuleerd is. In drievoud.” Hij moet om zichzelf lachen. „Merijn wijst me nu soms op de manier waarop ik reageer. Dan ga ik erover nadenken en kom ik tot de conclusie dat de vraag niet gek was, maar wel de manier waarop ik ’m stelde.”

Zeeman verwoordde het zo: „Hij moet af en toe het stuur uit handen durven geven. En dat gaat met ups en downs.” Waarom vertrouw je niet op mensen die zeggen het te weten? Ben je zo vaak teleurgesteld?

„Ja, best wel. Ik heb met mensen gewerkt die een andere mindset hadden dan ik. Als ik op zaterdagavond om negen uur tien scheten laat en me afvraag of ik iets verkeerds heb gegeten, ga ik mailen en verwacht ik op zondagochtend een antwoord. Het is wel topsport waar we mee bezig zijn. Niks weekend. Dat werd in het verleden niet altijd gewaardeerd. Als dat een paar keer voorkomt, ga je toch vooral op jezelf vertrouwen.”

Tom Dumoulin is bij Jumbo-Visma terechtgekomen in een ploeg die van de Tour de France een hoofddoel heeft gemaakt, en met drie kopmannen de strijd aan wil gaan met het grote Team Ineos (van Chris Froome, Egan Bernal, Geraint Thomas; allen oud-winnaars). Mocht Dumoulin gaandeweg de drie weken niet goed genoeg blijken, dan zal hij moeten knechten. En die dubbelrol past hem goed.

In de genoemde podcast zeg je dat je het fijn vindt dat je bij Jumbo-Visma niet meer als enige de aap op de rots hoeft te zijn. Dat past niet bij je. Maar hoe zorg je met zo’n karakter toch dat je gaat winnen, en de rol van kopman opeist?

„Ik kan best wel leidinggeven, maar het kost me ook veel energie. Ik streef er niet naar om een hele ploeg om mij te laten draaien. Ik ben geen alfaman. Dat hebben Steven [Kruijswijk] en Primoz [Roglic] ook niet, maar we jagen wel hetzelfde doel na. Dat is de Tour winnen. We zullen best wel eens onenigheid krijgen onderweg, als de stress oploopt. Voor mij zal het soms moeilijk zijn omdat ik nog steeds die jongen van Sunweb ben, die nu een Jumbo-Visma-pakje aan heeft.”

Je voelt je het buitenbeentje?

„Ja, nog wel.”

Over de Tour, nu gepland in september. Wat zegt je onderbuikgevoel? Gaat het lukken of niet?

„Ik kan je geen antwoord geven, ben geen viroloog, en ik weet het gewoon niet.”

Maak je je zorgen om de toekomst van de sport?

„Ja, wel een beetje. Alles wat we opgebouwd hebben, de economische stabiliteit, het vrouwenwielrennen. Daarmee gaan we tien jaar achteruit denk ik.”

Moeten we de coronacrisis aangrijpen om de wielersport te hervormen?

„Ik hoop dat dat gebeurt, dat we gaan inzien dat er geen andere mogelijkheid is dan het wielrennen te herzien.”

Doe eens een suggestie.

„Ehh….”

Dit is het probleem in jullie sport. Er staat nooit eens iemand op die zegt: het moet anders, en wel zo.

„Ik heb een keer een straffe uitspraak gedaan over Bradley Wiggins, en dat leverde alleen maar op dat alle journalisten mij gingen bellen voor mijn reactie op de reactie van Wiggins. En dat is hierbij niet anders. Dan word ik omhoog getild, zo van: ga jij maar eens the voice of the peloton zijn. En daar heb ik geen zin in. Het is mijn pakkie-an niet. Maar dat maakt de oplossing ook zo moeilijk.”