Regen op het zolderraam

Nu de wijde wereld even dicht zit, onderzoekt zijn heimwee naar de kleine ruimte. Aflevering 2.
Illustratie Rik van Schagen

Het heeft iets van een regenbui, die ophokplicht van nu. Regen houdt ons binnen en brengt ons samen. Is dat zo erg? Het is gezellig onder moeders paraplu. En die regen op het zolderraam heeft ook iets behaaglijks. Regen is de overmacht van de natuur in zijn mildste vorm. Even bevrijd van het menselijk streven, zelfs van de opdracht om te ‘genieten’ zijn we vrijgesteld – het regent. Het zegent. Regen is herfst en schemer, iedereen mag even wegkruipen en niksdoen.

En ga je toch naar buiten, loop je gewoon door en ben je erop gekleed, dan wacht je een speciale vorm van verkneukeling. Die van wandelende geborgenheid onder je regencape, zelfs, juist, als het giet. Wie doet je wat, onder die cape? Daar ben je niet alleen de baas, je bent er ook onzichtbaar. Het kan niet anders of dat is een van de aantrekkelijkheden van het rondlopen in een boerka of chador. Een boerka geeft vrijheid, schreef Naema Tahir, eronder kun je sexy lingerie dragen of zelfs naakt zijn. In die zin is de denigrerende omschrijving van een boerka als ‘tent’ heel treffend: je loopt rond, omhuld door je eigen binnenruimte, afgeschermd van de onherbergzame buitenwereld.

Zelf ken ik die sensatie vooral van wandeltochten, waarbij het gevoel van onaantastbaarheid nog wordt verhoogd doordat je onder je cape ook je rugzak met je meedraagt. Draagbare voorraadkast in een draagbare huiskamer. Tevens intieme reisgezel. Ik herinner me een gesprek in een sportwinkel toen ik een nieuwe rugzak zocht. De verkoper schudde meewarig z’n hoofd toen ik verklaarde een klassieke ‘bovenlader’ te zoeken. „Onhandig, meneer. Neem liever dit koffermodel, kijk, met die rits rondom heb je hem in één keer helemaal open. Hoef je nooit meer te zoeken naar de spullen die helemaal onderin zitten.”

Ach gut. Zelf nooit gewandeld natuurlijk. Nooit de mystieke eenwording ervaren van de eenzame wandelaar en zijn zak. Wat weet zo’n verkopertje van de diepten van de rugzak waarmee je bent vergroeid, van de intiemste geheimen die daar worden gekoesterd – juist in de diepten! Die plek die niet ieder moment ruw kan worden opengeritst om te worden blootgesteld aan het onbarmhartig daglicht en aan vreemde ogen, de plek waar het ruikt naar mij, mijn vuile kleren en mijn zweet, die schemerige binnenwereld die niemand anders kent. Geborgenheid is het tweelingbroertje van de eindeloosheid die de wandelaar zoekt. Een rugzak is pas een echte reiskameraad als je de aanvechting om erin te kruipen nauwelijks kan weerstaan.

Voor wandelschoenen geldt hetzelfde. Gezelschap, camaraderie en veiligheid: wie doet je nog wat als je je eenmaal in je schoenen hebt verschanst? „Mijn schoenen begrijpen mij”, vatte een vriendin het samen.