Burgemeester van Breda Paul Depla (links) met dj Tim Hox bij het evenement Thuisgaan, waarbij dj’s optreden vanuit een leeg NAC-stadion.

Foto Paul Bergen/ANP

Interview

Paul Depla: ‘Eerst moet je je afvragen: hoe maak je de voetbalcompetitie coronaproof?’

Voetbalburgemeesters Als lid van een belangrijke adviesgroep denkt burgemeester Paul Depla (Breda) mee over de vraag hoe het profvoetbal straks weer kan worden opgestart. „Misschien kun je een stadion afhuren waar je alle wedstrijden achter elkaar speelt.”

Bijna niets zal hetzelfde zijn, mocht het betaalde voetbal vanaf 1 september worden hervat. „Iedereen is nu druk aan het nadenken op welke manier dat georganiseerd kan worden”, zegt Paul Depla. Hij is burgemeester van Breda en is woordvoerder van de burgemeesters van de 31 speelsteden in het Nederlandse profvoetbal.

In die functie heeft hij zitting in de ‘regiegroep voetbal en veiligheid’, waarin ook ministerie, politie, OM en de KNVB zijn vertegenwoordigd. De groep adviseert over uiteenlopende veiligheidsvraagstukken rond het voetbal. De burgemeesters hebben een belangrijke stem, omdat zij over handhaving en openbare orde gaan.

Profduels zullen langere tijd zonder publiek gespeeld moeten worden, in afwachting van een vaccin tegen het nieuwe coronavirus, werd deze week duidelijk. Hoe wedstrijden tot die tijd kunnen worden afgewerkt, zal besproken worden op de komende vergadering van de regiegroep op woensdag 20 mei. Depla: „Dit is in het voetbal nog nooit gebeurd, we zullen niet op elke vraag meteen een antwoord hebben.”

Hoe kunnen duels coronaproof worden gemaakt?

„Eerst moet je je afvragen: hoe maak je de competitie coronaproof? De ‘oude’ competitie als uitgangspunt nemen en alles hetzelfde laten, alleen zonder publiek, daarvan vraag ik mij af of dat kan. Daarom moeten we verschillende scenario’s ontwikkelen, over hoe de competitieopzet eruit kan zien. Bijvoorbeeld: is uit en thuis spelen nog relevant als je zonder publiek speelt? Weet ik niet.”

„De discussie over stadions is daar een afgeleide van. Het is interessant om te zien wat er nu in andere landen gebeurt. In Portugal gaat weer gevoetbald worden, in Duitsland ook. Daar kunnen wij van leren, met welke maatregelen zij dat doen en onder welke omstandigheden. Je zal ook moeten oefenen om te zien hoe het hier in de praktijk gaat.”

Thuisvoordeel zal wegvallen omdat er geen publiek is, denkt u?

„Ja. Tegelijkertijd zit er een andere kant aan. Als je eerst zonder publiek Feyenoord-Ajax speelt en later mét publiek Ajax-Feyenoord, kan dat van invloed zijn. Ervan uitgaande dat het thuisspelende team voordeel heeft mét publiek.”

Uw collega in Eindhoven had grote zorgen over de openbare orde en veiligheid in zijn stad bij mogelijke wedstrijden zonder publiek. Hoe ziet u dat?

„Dat speelde rond de discussie over het competitieslot, wanneer er veel spanning op wedstrijden zou zitten. Dat was ingegeven door de klassieke opvatting dat een thuisduel van PSV zou worden gespeeld in het PSV-stadion, in dat geval zonder publiek. Daarvan is nu de vraag of je op die plek zou spelen. Misschien kun je een stadion afhuren waar je alle wedstrijden achter elkaar speelt. Het idee van wat straks een thuiswedstrijd is, kan veranderen. We redeneren nog te veel vanuit de manier zoals het altijd is gegaan. De vraag is of dat verstandig is.”

„De zorgen over openbare orde en veiligheid lijken minder te zijn wanneer er geen publiek is. Maar ook daarvoor geldt dat we dat in deze mate nog niet hebben ervaren. Komen supporters misschien toch naar het stadion? Ik durf het niet te zeggen. De grootste opgave qua veiligheid in en rond het stadion, is voor de organiserende voetbalclub.”

Wat zijn de grootste zorgen bij het gros van de burgemeesters voor het hervatten van het profvoetbal?

„Kan het veilig? En hoe gaan we het in godsnaam georganiseerd krijgen? Hier bestaan geen draaiboeken voor. En wat gebeurt er als straks wellicht het coronavirus weer opkomt, wat betekent dat voor de competitieplanning?”

„Een andere zorg is de financiële toekomst van de bedrijfstak. Hoe lang kunnen de clubs het zich veroorloven om niet te spelen én straks zonder publiek te spelen? En wat betekent dat dan voor de club in je eigen gemeente? Die club die in een aantal opzichten vaak een visitekaartje van je stad is.”

Overwegen jullie als burgemeesters financiële steun aan clubs?

„Dat is in de regiegroep voetbal en veiligheid geen gespreksonderwerp. Wat ik in algemeenheid wel kan zeggen is dat de financiële buffers van gemeenten heel erg verschillen. Daardoor is de ene gemeente makkelijker in staat iets te doen dan een ander. Zorgen over verschillende sectoren zijn er vanzelfsprekend, dus ook over de lokale voetbalclub. Maar daar hebben de burgemeesters niet één lijn in. Dat kunnen we ook niet doen. Je moet ook oppassen. Hoezeer ik van voetbal houd, ik vind het persoonlijk niet verstandig dat we bij de steunmaatregelen een status aparte creëren voor het voetbal.”