Reportage

Op vakantie naar Zuid-Frankrijk, maar zonder restaurants of strand, wie wil dat?

Vakantie in Frankrijk Voor het meest bezochte vakantieland ter wereld, is Frankrijk heel karig met informatie over het komende zomerseizoen.

Toeristen bij Pont du Gard, Zuid-Frankrijk, augustus vorig jaar.
Toeristen bij Pont du Gard, Zuid-Frankrijk, augustus vorig jaar. Pascal Guyot / AFP

Sydney van Volen heeft net een webinar achter de rug over de maatregelen die hij zal moeten nemen wanneer zijn bed and breakfast in Châteauneuf-Villevieille aan de Franse Rivièra straks weer opengaat. Dat had de plaatselijke toeristische dienst georganiseerd.

„Het was nuttig”, zegt de ex-Amsterdammer aan de telefoon. Hij streek in 2003, na twintig jaar in China en Hongkong, in dit kleine dorpje neer met zijn Zweedse vrouw. „Er zijn zaken waar je zelf niet meteen aan denkt. Het moet straks niet alleen schoon zijn maar ook gedesinfecteerd, en dat is niet altijd mogelijk met natuurvriendelijke producten.”

Van Volens chambre d’hôte La Parare is het soort plek waar veel Nederlanders in lockdown nu van dromen: een gerestaureerde 17de-eeuwse boerderij met eigen zwembad in de groene heuvels boven Nice. Maar het is zeer de vraag of B&B’s zoals deze de komende zomer vakantiegangers zullen kunnen ontvangen, de grenzen blijven in ieder geval tot 15 juni gesloten.

Tot nader order mogen alleen buitenlanders die hun officiële adres in Frankrijk hebben de grens over. Als Nederlanders die grens al zouden kunnen bereiken, want ook België zit nog op slot.

„Normaal zijn wij vanaf februari open maar sinds 13 maart is het hier helemaal leeg”, zegt Van Volen. „Ons inkomen is tot nul gedaald, en de steun van de Franse overheid volstaat amper om de vaste kosten te dekken.”

De eerste reservering voor de zomer is binnen – „vaste klanten die vrienden zijn geworden” – maar of die ook zullen kunnen komen is onduidelijk. Van Volen: „Het is een grote onzekerheid.”

Zo’n veertig kilometer verderop in La Colle-sur-Loup nabij Saint-Paul-de-Vence zit Willem Zoon eveneens met de handen in het haar. De 62-jarige Nederlander baat hier sinds veertien jaar de Villa Cédria uit. Zoons partner is midden in de coronacrisis overleden aan kanker. „Zijn familie heeft de begrafenis niet kunnen bijwonen.”

Zoon hoopt dat kleine B&B’s zoals de zijne straks als eerste kunnen heropenen. „Wij kunnen beter dan een groot hotel voor de nodige afstand zorgen. Mensen kunnen op het balkon van hun kamer eten: er zijn restaurants in het dorp die aan huis leveren.”

Boven: toeristen bij Pont du Gard, Zuid-Frankrijk, augustus vorig jaar. Onder: een zonnige dag eind april, tijdens de lockdown.

Foto’s Pascal Guyot / AFP

Eerst de kleintjes

De Franse staatssecretaris van toerisme deelt die mening. Jean-Baptiste Lemoyne zei deze week na een vergadering met de toeristische sector dat de heropening eerder met de „kleintjes” zal beginnen dan met de „groten”. B&B’s en Airbnb’s mogen in principe heropenen als de regionale prefect daar toestemming voor geeft, zei Lemoyne. Maar hij voegde eraan toe dat „velen de heropening van de restaurants zullen afwachten”.

Willem Zoon beseft ook dat mógen openen slechts een eerste stap is. „Wij zijn er klaar voor, maar de mensen moeten wel kunnen komen.”

De regel dat mensen in Frankrijk ook na 11 mei niet verder dan honderd kilometer van hun eigen huis mogen reizen, lijkt dat voorlopig uit te sluiten. Vervolgens moeten de vakantiegangers ook nog willen komen.

Zoon: „De meeste mensen gaan echt geen drieduizend kilometer rijden alleen om hier aan het zwembad te zitten. Als je hier eenmaal bent, wil je ook iets zien van de omgeving. Maar de restaurants zijn dicht en ook de stranden zijn zeker tot juni verboden terrein.”

Lees ook: ‘We denken nog na. Zodra vliegen weer kan, doen we dat’

Lage en hoge besmettingsgraad

Dan is er nog de vraag of de plaatselijke bevolking wel zit te wachten op bezoekers uit landen en streken met een hogere besmettingsgraad. In Frankrijk is driekwart van de besmettingen geconcentreerd in de Parijse regio en het noordoosten van het land. West- en Zuid-Frankrijk zijn grotendeels gespaard gebleven.

Zoon: „Ik geloof dat er in het dorp twee of drie gevallen zijn geweest. De plaatselijke autoriteiten willen dat natuurlijk graag zo houden. En zij gaan straks de beslissingen nemen.”

Voor het meest bezochte land ter wereld, waar het toerisme goed is voor 7 procent van het bruto binnenlands product, is Frankrijk heel karig met informatie over het komende zomerseizoen.

Kamperen is vrijheid. Als dat wegvalt, heeft het dan nog veel nut?

„We zullen het deze zomer onder Europeanen houden”, zei president Emmanuel Macron deze week, „en afhankelijk van het verloop van de epidemie misschien zelfs in nog kleinere kring. Maar het is te vroeg om er iets over te zeggen. Begin juni weten we meer.”

Ondertussen wordt al wel druk gebrainstormd over hoe het toerisme eruit gaat zien in het postcoronatijdperk. In de Franse Senaat werd staatssecretaris Lemoyne vorige week gevraagd of het Franse systeem, waarbij departementen rood of groen worden gekleurd naargelang de besmettingsgraad, mogelijk uitgebreid kan worden naar het Europese niveau. Reizen zou dan worden toegestaan tussen „groene” landen, waar de epidemie onder controle is.

Dat ligt moeilijk, antwoordde Lemoyne. „Kijk maar naar Frankrijk, waar je eerder rode en groene regio’s hebt. Is Frankrijk in zijn geheel dan rood of groen?” Volgens Lemoyne moet de situatie per regio bekeken worden, ook over de grenzen heen.

Dat balletje werd vorige maand al opgegooid door Jean-François Rial, baas van de Franse reisorganisatie Voyageurs du Monde. Hij ziet geheel nieuwe grenzen ontstaan, niet gebaseerd op staten maar op de sanitaire toestand van elke regio.

„Stel bijvoorbeeld dat de Parijse regio en de Berlijnse regio het Covid-19 onder controle krijgen, maar Zuid-Frankrijk niet”, stelt Rial. „Dan zou je bilateraal kunnen beslissen om reizen toe te laten tussen die twee regio’s. Een Parijzenaar zou dan naar Berlijn kunnen reizen, maar niet naar Biarritz.”

Kampeerders

Dat is voorlopig allemaal toekomstmuziek. Christa de With (44), die sinds 2001 de vijfsterrencamping L’Ardéchois uitbaat, wil er liever nog niet over nadenken.

„Plannen maken voor de heropening ga ik echt pas doen wanneer er enige duidelijkheid komt”, zegt De With aan de telefoon. „Maar als ik eerlijk ben: het ziet er niet goed uit voor onze branche.”

Kampeerders boeken vroeg, en L’Ardéchois was voor deze zomer al praktisch volgeboekt toen de coronacrisis losbarstte. De klanten komen vooral uit Nederland en België. Als die dit jaar niet kunnen komen, zou de camping een Franse clientèle kunnen aanboren. Maar dat is zo simpel niet, zegt De With.

„Voor ik dat kan, moet ik eerst weten of onze Nederlandse of Belgische klanten kunnen komen of niet. Die mensen hebben wel geboekt. Dan is er de vraag wat je met die boekingen moet doen. Doorschuiven naar volgend jaar, vouchers, terugbetalen? Wij hebben 110 plaatsen op onze camping. Terugbetalen wordt voor ons een serieuze financiële kater.”

Net als B&B-eigenaar Willem Zoon vraagt zij zich af of het voor de mensen wel de moeite loont om naar Zuid-Frankrijk te komen als de camping met veel beperkingen zou heropenen.

„Extra maatregelen voor het sanitair en dergelijke, dat is allemaal wel mogelijk. Maar als het restaurant niet open mag, of we moeten de toegang tot het zwembad of de rivier verbieden of beperken … Kamperen is vrijheid. Als dat wegvalt, heeft het dan nog veel nut?”

De With verwacht weinig van de versoepeling van de Franse lockdown die 11 mei ingaat. „Het is een heel licht loslaten, en voor ons verandert het niet veel. Nee, wij kijken nu al uit naar 2 juni. Die dag komt er hopelijk een beetje meer duidelijkheid.”