Ook spionnen worstelen met virus

Inlichtingendiensten Spionnen moeten het hebben van volle pleinen, drukbezochte recepties en van mensen ‘per ongeluk’ even aanstoten. Maar dat mag in deze tijd allemaal niet.

Illustratie Roland Blokhuizen en Rik van Schagen

Geen volle pleinen om onzichtbaar te opereren bij het schaduwen van een doelwit. Geen drukbezochte diplomatenrecepties om een veelbelovend contact ‘per ongeluk’ aan te stoten. En geen feestjes om aan te pappen met secretaresses van politieke leiders of topmannen uit het bedrijfsleven.

In het openbaar zul je ze niet horen klagen, maar ook spionnen hebben het lastig in tijden van corona. Natuurlijk zijn er voordelen – terroristen zitten thuis, zoals de Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding en Veiligheid donderdag berichtte. Maar ook voor de geheime diensten levert het coronavirus uitdagingen op, blijkt uit publicaties in de internationale pers en een rondgang van NRC langs inlichtingenbronnen.

Het Amerikaanse weekblad Time stelde in het begin van de crisis op basis van bronnen bij de CIA en onder verwijzing naar de rustiger straten en pleinen: „Spionage is vrijwel zeker uiterst moeilijk geworden.” Persbureau Reuters beschreef hoe de CIA worstelde met een voor spionnen ongemakkelijk fenomeen als thuiswerken. Een blog van enkele oud-CIA-agenten voor de Amerikaanse denktank Brookings Institution beklaagde zich over de gesloten grenzen van landen als China en had als kop: „Hoe kun je nog spioneren als de wereld op slot zit?” En de BBC concludeerde dat Britse diensten hun prioriteiten moeten herzien: meer letten op medici en wetenschappers die alles weten van virussen en vaccins.

Thuiswerken geen optie

Herkennen Nederlandse zegslieden bij de AIVD, oud-AIVD’ers en deskundigen, die problemen? Twee dingen springen eruit. De werkplek is een issue, zeker in het begin van de crisis. Maar meer nog: de recrutering van informanten. Die vraagt in het ideale geval om de fysieke nabijheid die in de 1,5 meter samenleving niet te realiseren is.

Het meest praktische probleem dat zich begin maart aandiende, was de werkplek. Thuiswerken is voor de mannen en vrouwen in de AIVD-burelen van Zoetermeer geen optie. Daarvoor is de kans op Chinese, Russische, Iraanse of Koreaanse hacks veel te groot.

Maar iedereen op een kluitje in het hoofdkwartier van de dienst met pakweg tweeduizend medewerkers heeft ook nadelen. De flink uitgedijde dienst zou niet voor niets gaan verhuizen naar een ruimere locatie in Den Haag. „Vergaderen met tientallen analisten tegelijk in een klein Zoetermeers zaaltje is geen optie”, aldus een bron die spreekt op voorwaarde van anonimiteit. Hij en anderen zeggen dat er op diverse afdelingen van de AIVD sinds de uitbraak van de crisis in verschillende shifts over de dag heen wordt gewerkt. Dit om de groepen vergaderaars klein te houden en besmettingsgevaar te reduceren.

De AIVD zelf wil dat niet bevestigen. De woordvoerder zegt wel dat „wij ons, net als iedereen, hebben aangepast. Dat betekent ook bij ons: regelmatig handen wassen, 1,5 meter afstand houden en geen grote bijeenkomsten houden”. En verder: „Natuurlijk zijn er in deze tijd beperkingen, maar er wordt ook een beroep op ieders creativiteit gedaan.”

In de ogen kijken

Ingewikkelder en gevoeliger dan het thuiswerken, is de recrutering. Het artikel van Time beschrijft de cyclus voor het werven van informanten gedetailleerd en stelt: „Elke fase werkt het best als inlichtingen-medewerkers hun bronnen in de ogen kunnen kijken, hun vertrouwen kunnen winnen, hun angsten helpen bedwingen en risico’s samen kunnen bespreken.” De videovenstertjes van Microsoft Teams, Zoom en andere diensten kunnen „de menselijke toets niet vervangen”, aldus Time.

Kees Jan Dellebeke, die bijna veertig jaar bij de AIVD werkte, herkent de complicaties die Time beschrijft. „Je wilt iemand in zijn ogen kunnen kijken of zijn stemgeluid horen om iemand goed in te kunnen schatten”, zegt hij. „Kun je die persoon vertrouwen? Dat is nu erg lastig geworden”.

Bovendien: waarom zou je je medewerkers een gezondheidsrisico laten lopen? Die kunnen na terugkeer in Zoetermeer collega’s besmetten. Dellebeke: „Het belang van die bron moet groot zijn, wil je als dienst de gezondheid van je eigen personeel op kantoor in de waagschaal stellen. Je kunt moeilijk iemand met een mondkapje op een bron afsturen.”

‘Binnenlopers’

Ben de Jong, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en kenner van met name Russische inlichtingendiensten, noemt de huidige tijden „niet ideaal” voor recrutering, maar brengt nuances aan. „Vergeet niet”, zegt hij „dat sommige waardevolle informanten en agenten niet gerekruteerd worden, maar zichzelf aanbieden. Deze ‘binnenlopers’ weten vertrouwen te wekken doordat de informatie die ze overdragen interessant en waardevol blijkt. Daarvoor is geen fysiek contact nodig”.

Beroemd voorbeeld, vertelt De Jong, is Robert Hanssen, een ontevreden FBI-medewerker die in 1979 zijn diensten aanbood aan de Russische geheime dienst en pas in 2001 werd gepakt. „Hanssen heeft nooit fysiek contact gehad met zijn contactpersonen. Beide kanten vonden dat te riskant.”

Tussenpersonen uitkomst

Mocht corona toch een sta-in-de-weg blijken bij effectieve recrutering kunnen tussenpersonen soms uitkomst bieden, zeggen zowel Dellebeke als De Jong. Ze doelen op een vriend, collega of familielid van de te benaderen persoon die al langer in het netwerk van de dienst zit. De tussenpersonen blijven immers ‘buiten’, en leveren geen gezondheidsrisico op voor Zoetermeer. „Dat gebeurt nu ook al vaak”, zegt onderzoeker De Jong. „Bestaande informanten worden gebruikt om tips te geven over andere mogelijke informanten. Vervolgens doen ze de eerste toenadering, omdat er al een vertrouwensband is.”

In de Amerikaanse stukken worden praktische aanbevelingen gedaan voor de diensten om de coronacrisis goed door te komen. Voor wie niet wil opvallen in een rustig park, bijvoorbeeld voor het deponeren van stukken in een afgelegen afvalbak, hebben de oud-CIA-medewerkers in het artikel voor de Amerikaanse denktank Brookings Institution een suggestie: Neem een hond. „Want een hond uitlaten is op veel plekken in de wereld een van de weinige out-door-activiteiten die geoorloofd is en die geen aandacht trekt.”