Opinie

Online onderwijs is wel/geen goed alternatief

Twistgesprek Helemaal online als we weer naar de universiteit mogen? Liever niet, zegt Felienne Hermans. Nee, maar laten we wat online werkt online blijven doen, zegt Ashwin Brouwer.

Twistgesprek

Online onderwijs floreert: er zijn colleges, werkgroepen en tentamens, want fysiek kan even niet. Maar of dit een voorschot is op een toekomst waarin online onderwijs de norm wordt, is nog onduidelijk. Komende maandag gaan sommige scholen gedeeltelijk weer fysiek open, maar veel universiteiten blijven de rest van het jaar alles online doen. Felienne Hermans, hoofddocent informatica, kan niet wachten tot ze weer naar de collegezaal mag. Zij ziet dat online onderwijs studenten te veel energie kost. Innovatiebegeleider Ashwin Brouwer hoopt juist ook ná corona op online onderwijs: studenten kunnen zich online juist beter concentreren, zag hij. Ze twisten over de stelling: online onderwijs is een volwaardig alternatief.

FH is Felienne Hermans, AB is Ashwin Brouwer.

FH: „Een volwaardig alternatief? Nee, daar ben ik het niet mee eens. In een online college besteed je als docent veel energie aan het interpreteren van lichaamstaal van studenten. Dat is erg vermoeiend. Andersom beïnvloedt online onderwijs ook de kijk op de docent. Onderzoek laat zien dat een seconde vertraging op de lijn er al toe leidt dat je je gesprekspartner minder aandachtig en betrouwbaar vindt. Student en docent zullen dat bij elke hapering voelen, dat zal impact hebben op effectieve didactiek, want de student-docentrelatie is een belangrijke voorspeller van leeropbrengsten.”

AB: „Natuurlijk heeft online lesgeven invloed op de les, maar ik zie wél ruimte voor online onderwijs. En ja, de student-docentrelatie is van groot belang om tot leren te komen. Daarom is het belangrijk om die relatie te behouden, ook wanneer het fysiek niet mogelijk is. Online onderwijs met daarin online lessen, die dus live zijn, is dan een uitkomst. De didactiek is dan anders, maar biedt ook weer nieuwe kansen en mogelijkheden. Zo kun je stillere studenten makkelijker een stem geven via de chatmogelijkheden of lessen verzorgen die opgenomen en teruggekeken kunnen worden.”

FH: „Omdat we nu geen les kunnen geven moeten we het online doen, dat lijdt geen twijfel. Daarmee is het een alternatief, maar niet volwaardig. Van zowel docent als student vergt het veel meer energie. Bovendien is alleen studeren zonder goede feedback lastig en demotiverend. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen, maar ik ben nieuwsgierig naar welke kansen jij ziet!”

AB: „Hybride vormen van onderwijs, waarbij er afwisseling is tussen praktijk, fysiek en online onderwijs! Dat kan onafhankelijk van tijd en plaats. Onze studenten leren bijvoorbeeld veel in de praktijk en kunnen dan in diezelfde praktijk ook gemakkelijk online lessen volgen en begeleiding krijgen van docenten.”

FH: „Hybride onderwijs kan zeker mooi zijn, maar de uitdaging is plannen. Studenten blijken zich er moeilijk toe te zetten om video’s te gaan bekijken, want ‘dat kan altijd nog’. Een college op een vaste tijd geeft een soort druk die studenten prettig vinden. En eerlijkheid gebiedt te zeggen dat een deadline mij ook meer motivatie biedt.”

AB: „Eens. Het is kunst om nu juist te kijken welke onderdelen uit het onderwijsprogramma volledig online zouden kunnen – en deze ook online te blijven geven. Denk hierbij aan theorielessen of begeleidingsgesprekken. Wanneer we het niet als volwaardig alternatief zien, zal dit het ook nooit worden. Een verschuiving van hoe we naar onderwijs kijken is wat we nodig hebben voor de toekomst.”

Lees ook: De vijf lessen na acht weken thuisonderwijs

FH: „Van de week maakte ik een filmpje dat mijn hele vak samenvatte, ter voorbereiding op het tentamen. Dat is voor een gewoon college wat saai, maar handig als naslagwerk: het is duidelijk waarom een student dat zou moeten kijken. Kleine online stukjes zullen hun plek zo wel vinden in het ‘gewone’ onderwijs van (hopelijk) na de zomer, maar helemaal online? Liever niet.”

AB: „Op het Friesland College hebben we studenten en docenten bevraagd. Een groot deel geeft aan vormen van online onderwijs te willen behouden. Studenten merkten dat ze zich online beter kunnen concentreren, de presentie hoger is en dat ze effectiever werken. Dat geeft toch hoop voor het online onderwijs, vind je niet?”

FH: „Ik ben verbaasd! Dat is een heel ander beeld dan wij van onze studenten krijgen, en ook een ander beeld dan we de afgelopen jaren hebben gezien in bijvoorbeeld online cursussen. Die online vakken worden meestal door erg weinig mensen afgemaakt, onder andere vanwege motivatieproblemen. De vraag is trouwens wel of de observatie van studenten klopt. Het kan zijn dat een video bekijken een goed gevoel geeft, maar een lage leeropbrengst.”

AB: „Wanneer er meer directe interactie is bij het online onderwijs acht ik de kans groter dat studenten het afmaken en dat de leeropbrengst groter zal worden. Idealiter is online onderwijs dus niet alleen asynchroon (filmpjes), maar ook synchroon (live) waar studenten in een online omgeving met elkaar de theorie verwerken. Die afwisseling maakt het zinvoller en leuker voor docent én student.”

FH: „Afwisseling is belangrijk voor elke vorm van onderwijs, online en offline. Studenten hebben die structuur ook nodig, inclusief contactmomenten met de docent en met elkaar. Liefst in persoon, zodat je ook als docent voldoende feedback krijgt op je onderwijs. Dat mis ik zelf erg bij online: af en toe een blik van herkenning, een knikje, een blik uit het raam, waardoor je je tempo op natuurlijke wijze kan aanpassen. Die ‘classroom vibe’ voel je toch heel anders online.”

AB: „Tegelijkertijd biedt online onderwijs allemaal nieuwe mogelijkheden om die feedback vorm te geven. Zo worden bij ons de ‘hartjes’ in de chat tijdens de online lessen volop gebruikt, net als de ‘hand omhoog’-knop bij een vraag. De ‘digitale vibe’ heeft zo zijn eigen charme, zou je kunnen zeggen.”

FH: „Het heeft absoluut een eigen vibe. Even twee studenten met elkaar in een breakout-room zetten zodat de een de ander op weg kan helpen, of een aparte groep vast aan het huiswerk laten beginnen zijn fijne mogelijkheden. Maar na corona ook? Liever zet ik tafels in groepjes om te differentiëren, zodat we weer gebruik kunnen maken van de rijkheid van lichaamstaal.”

AB: „Na corona doen we hopelijk beide. Waarbij we online onderwijs niet afzetten tegen de fysieke vorm, maar als aanvulling of als alternatief zien op die eerder genoemde hybride vorm. Door er op zo naar te kijken, werken we aan een toekomstgerichte manier van leren en ontwikkelen, waarbij technologie het leren versterkt.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.