Ondernemers weten: het gevaar is nog niet geweken

Ondernemers Restaurants, bioscopen en kappers mogen weer open – onder voorwaarden. Hoe zien de eigenaren dat voor zich? „Het is natuurlijk een volstrekt maffe situatie.”

Gerben ter Avest van AMI-kappers en Rombout-kappers: „Het is sinds de persconferentie een gekkenhuis hier: we hebben alweer duizenden afspraken gemaakt.”
Gerben ter Avest van AMI-kappers en Rombout-kappers: „Het is sinds de persconferentie een gekkenhuis hier: we hebben alweer duizenden afspraken gemaakt.” Foto Eric Brinkhorst

Voor veel ondernemers was het een grote opluchting: vanaf 1 juni mogen we de terrassen weer op en mogen restaurants, cafés en musea en theaters weer maximaal dertig mensen ontvangen. Vanaf 1 juli worden dat er zelfs honderd. Tenminste: als het virus niet te snel om zich heen grijpt. Voor de kappers was er nog beter nieuws: die mogen hun deuren vanaf 11 mei alweer openen.

Maar iedereen moet wél gepaste afstand van elkaar blijven houden. Voorzichtige blijdschap is er zeker, maar op volle sterkte draaien zit er voorlopig niet in. Overleven blijft daarom in veel gevallen onzeker.

Want nu zijn de steunmaatregelen van de overheid nog van kracht – het loon van werknemers wordt vaak doorbetaald. Bovendien verleenden verhuurders her en der coulance, en konden rekeningen soms worden uitgesteld. Maar straks wacht de Belastingdienst weer, en zullen ondernemers huurcontracten, elektriciteitsrekeningen en het personeel gewoon weer moeten betalen.

Het is erop of eronder. En dat vergt creativiteit.

Mischa Vooges-Derksen (50) en Rolf Vooges (53)

Zijn samen met compagnon Peter de Rooij (47) eigenaar van drie horecazaken: Vooges Bloemendaal, Vooges Centraal in Haarlem en Vooges Strand in Zandvoort. Mischa en Rolf begonnen in 1999 samen als horecaondernemers, en zijn sinds 2005 eigenaar van de strandtent in Zandvoort. In 2018 gingen hun restaurants in Haarlem en Bloemendaal open. Ze hebben 110 medewerkers, in vaste dienst en in flexibele dienstverbanden.

Foto Olivier Middendorp

Rolf: „Dat twee van onze zaken pas zo kort open zijn, maakt het nu extra moeilijk. We hadden nog geen vet op de botten. Samen met de bank hadden we een meerjarenplan opgesteld. Al twee jaar zijn we bezig met veel werken, weinig verdienen – aflossen, aflossen, aflossen. Als we nog anderhalf jaar zo hadden doorgedraaid als vóór de coronacrisis, dan waren we van onze grootste schulden af geweest.”

Mischa: „Mensen denken vaak: jullie hebben drie tenten, dus jullie zullen wel rijk zijn. Maar voor horecaondernemingen geldt: ál het geld zit in de zaak. Helemaal in zo’n strandtent, die door de zoute zeewind voortdurend moet worden opgeknapt. Eigenlijk ben je pas rijk als je de boel verkoopt.”

Rolf: „We hebben de afgelopen twee maanden wel gedacht: dit gaat helemaal mis.”

Mischa: „Ja, we hebben behoorlijk in de rats gezeten. Het was ook de mooiste april ever, daar moeten we maar niet meer over nadenken.”

Rolf: „Het vreemde is dat we de strop nu nog niet zo voelen. De betaling van de lonen gaat gewoon door, en de overheid komt ons daarin ook tegemoet. Maar omdat de NOW-regeling kijkt naar de loonsom op 1 januari, en we in onze strandtent dan nauwelijks personeelskosten hebben, is dat eigenlijk bij lange na niet genoeg. In januari werken er nauwelijks mensen op het strand, half februari gingen we pas open.”

We spelen nu met het idee om met tijdsloten te gaan werken. Dan kunnen er meer mensen bij ons terecht

Rolf Vooges eigenaar

Mischa: „Nu wordt de huur gelukkig ook nog opgeschort, en voor gas, water en elektra krijgen we uitstel. Maar straks moet we dat allemaal weer betalen. Het gevaar is dus nog lang niet geweken. Op anderhalve meter afstand kunnen we maar 30 procent van de mensen ontvangen, terwijl de kosten voor 100 procent doorlopen.”

Rolf: „De persconferentie van woensdag gaf wel weer nieuwe energie.”

Mischa: „Van het personeel kregen we zóveel appjes: ‘Yes! We mogen weer!’ Wij hebben er ook echt zin in.”

Rolf: „De achterstand halen we er niet mee in, maar het is een begin. We spelen nu met het idee om met tijdsloten te gaan werken. Dan kunnen er meer mensen bij ons terecht, en komen wij dichter in de buurt van het aantal gasten dat we hadden. Mensen met kinderen kunnen dan bijvoorbeeld aan het begin van de avond komen, lange tafelaars daarna. En met thuisbezorgen, waar we in maart meteen mee zijn begonnen, gaan we ook door. We moeten nu creatief zijn.”

Mischa: „We zijn geen wegrestaurant, we doen dit om mensen te kunnen bedienen – om ze een leuke avond te bezorgen. Dus de banken gaan eruit, er komen grotere, lange tafels in. En ik wil absoluut geen kruizen op tafels of stoelen, dan plaatsen we wel extra plantenbakken.”

Rolf: „We hebben hier vanaf 1999 voor gewerkt, dat laten we ons niet zomaar afnemen. Maar ik hoop wel dat de banken gaan kijken naar wie vóór de crisis gezond was, zodat ze die ondernemers meer tijd kunnen geven om schulden af te lossen. Want als de druk te hoog is, dan gaan we over één of twee jaar alsnog ten onder.”

Lees ook: Alles op alles: aanpassen aan versoepeling

Gerben ter Avest (53)

Eigenaar van AMI-kappers en Rombout-kappers, met zo’n honderd vestigingen in Nederland (uitgezonderd Noord-Brabant, Limburg en Zeeland). Het grootste deel daarvan zijn franchisevestigingen. Er werken rond de zevenhonderd mensen bij het bedrijf.

Foto Eric Brinkhorst

„Er is weinig zo erg als in onzekerheid verkeren. Op slechte dagen dacht ik wel eens: dit was het dan. Mijn moeder is dit bedrijf vijftig jaar geleden begonnen, ik ben opgegroeid in de kapperszaak. Op mijn zestiende begon ik zelf met knippen, mijn twee kinderen zitten ook in het vak. Het was echt een opluchting dat Rutte aankondigde dat we weer open mogen. Het is sinds de persconferentie een gekkenhuis hier: we hebben alweer duizenden afspraken gemaakt.

Tijdens het telefoongesprek loopt Ter Avest, de ochtend na de persconferentie, vanuit zijn kantoor naar de klantenservice en vraagt hoeveel afspraken er sinds vanochtend zijn bijgekomen.

Dan weer in de telefoon: „Vierduizend. Dat is sinds vanochtend half acht, het is nu twaalf uur. Normaal gesproken komt 50 procent van de klanten op vrijdag en zaterdag. Dat kan nu niet meer. We gaan voor maximaal de halve bezetting van normaal. De stoelen blijven staan, maar de helft plakken we af. We spreiden de klanten, we spreiden de medewerkers, we hebben de openingstijden uitgebreid. Klanten gaan we bij de deur twee vragen stellen: of ze klachten hebben, en of ze willen dat hun kapper een mondkapje draagt tijdens de knipbeurt.

„Theoretisch zouden we, met de maatregelen die we treffen, weer dezelfde omzet kunnen halen. Maar ik verwacht niet dat heel Nederland nu al naar de kapper gaat. Ik denk dat mensen toch nog wel aarzelen. Ik verwacht dat we voor het hele jaar 25 tot 30 procent minder omzet draaien.

„Zonder de NOW-regeling had het niet gekund. Ik moet erbij zeggen: die regelingen zijn fantastisch, de overheid heeft snel geschakeld. Qua cashflow hebben mkb’ers nu geen probleem. Maar de Belastingdienst staat ons natuurlijk nog te wachten.

„De afgelopen weken heb ik het heel druk gehad. We zijn een actie begonnen waarbij klanten ons konden steunen met waardebonnen. We hebben een eigen verflijn gelanceerd, en een hulplijn waar klanten naartoe konden bellen om advies te krijgen over thuis kleuren. We moesten onderhandelen met verhuurders. Bij ongeveer de helft is het gelukt om een regeling te treffen, dat zijn vaak particuliere verhuurders. Bij grote verhuurders is het een stuk ingewikkelder.

Jos Stelling (74)

Eigenaar van de Utrechtse filmhuizen Springhaver en Louis Hartlooper Complex. Begint binnenkort met de verbouwing van het monumentale filmhuis ’t Hoogt, ook in Utrecht. Er werken zo’n 150 mensen, van wie veertig op vrijwillige basis.

Foto Aziz Kawak

„Laatst stond ik voor de deur van het Louis Hartlooper Complex te wachten, ik had de sleutel niet bij me. Ik stond voor dat lege pand en keek naar het plein ervoor, daar hing een heel fijne, rustige sfeer. Toen voelde ik me eigenlijk heel erg goed. Ik voelde ook dat ik dat niet mocht voelen, maar toch. Deze periode voelt als een totale reset.

„We zijn een gezond bedrijf, hebben een buffer opgebouwd. Daar teren we natuurlijk wel op in nu, en zonder de NOW-regeling hadden we het niet gered, maar we zingen het zo wel uit tot september, oktober. Dat is een verschil met gesubsidieerde filmhuizen, die geen buffer mogen hebben.

„De saamhorigheid onder het personeel is zo groot. Iedereen is nu aan het klussen. Alles is geschilderd, geboend, in twee zalen worden de stoelen vervangen. Alles staat in de lak.

„Ik heb nog geen idee hoe we het straks met maximaal 30 mensen per zaal moeten doen. We hebben de reserveringssystemen wel, maar hoe moet het met looproutes? Wat als mensen naar de wc moeten? In Springhaver kunnen we wel een infrastructuur bedenken waar mensen anderhalve meter afstand houden, daar zit het café los van de zalen. Maar bij Louis Hartlooper is dat volstrekt onmogelijk. Met twee mensen in een zaal heb je min of meer de kostprijs terug van het branden van de lamp, van de projector. Je hebt behoorlijk wat mensen nodig om uit de kosten te komen. Bovendien: voor het film kijken ga je niet naar de bioscoop. Dat kan thuis, dat kan overal. Het gaat om de ervaring, de intimiteit.

„Het is natuurlijk een volstrekt maffe situatie. Tegen de medewerkers heb ik gezegd: laat het even op je inwerken. Dinsdag komen we bij elkaar. Dan gaan we een plan bedenken. Ik kan me niet voorstellen dat er over een jaar nog een anderhalvemetersamenleving is. We gaan het zien. Familiebedrijven zoals het onze redden het altijd. Want het gaat bij ons niet om het geld. Mijn twee dochters en zoon nemen het straks over. We vinden het gewoon heel leuk om te doen.

„Voor filmdistributeurs is dit misschien een nog wel lastigere periode. De nieuwe James Bond is uitgesteld tot september. Wij draaien die niet, maar die film bezet zo driehonderd zalen in Nederland. Dat blokkeert weer andere films die ook al op de plank liggen. Distributeurs zijn nu bang dat hun films maar een looptijd krijgen van twee weken, dat is te kort om er echt wat aan te verdienen. Voor filmhuizen is het overigens een gunstigere situatie. Wij hebben straks een enorm aanbod.”