Opinie

Nieuw normaal

Marcel van Roosmalen

De man van de moeder van mijn vriendin, de kinderen noemen hem ‘opa Ben’, bood aan om een boekenkast te timmeren. Voor hout en aanverwanten reisden we samen naar de dichtstbijzijnde Gamma. Als geroutineerd klusser kwam hij daar vaker.

Hij wilde niet samen gezien worden op het parkeerterrein want bij Gamma en andere bouwmarkten geldt dat er alleen eenlingen worden toegelaten. We dachten hetzelfde over deze regel, maar het had totaal geen zin om deze niet op te volgen.

Opa Ben was niet bang voor de bewaker die ze bij Gamma voor de deur hadden gezet, maar de man had wel indruk gemaakt. Hij zag er in zijn legerbroek, zijn bruine hemd en met zijn zonnebril met spiegelglazen op zijn kale hoofd inderdaad uit als een huurling van een Russisch beveiligingsbedrijf. Best een wonderlijk lichaam: groot en gespierd, maar ook een buikje.

Het plan was dat we afzonderlijk naar binnen zouden gaan, we zouden telefonisch contact hebben over de aankopen en aan het eind, als hij alle benodigdheden had verzameld, zou hij zijn kar dan achterlaten op een nog nader aan te geven plaats. Zelf zou hij verdwijnen, waarna ik de spullen zou oppikken en afrekenen.

Opa Ben: „Nadere instructies volgen...”

Bij de Gamma hield ik me op bij de afdeling sanitair, een medewerker demonstreerde vanaf drie meter een energiezuinige douchekop. Andere klanten passeerden, ze wekten niet de indruk last te hebben van de nieuwe omgangsvormen. Ik denk dat de meeste klanten van Gamma, maar ook die van Hornbach en Praxis het ook prima vinden om in hun eentje te barbecueën. Dat zijn eenlingen.

Dit dacht ik allemaal toen opa Ben mij belde. „Ik sta bij de planken”, zei hij op fluistertoon, „zou jij me toch even kunnen helpen?”

Even later stonden we samen aan een drie meter lange plank te trekken. Ik aan de ene, hij aan de andere kant.

Het bleef niet onopgemerkt.

Ik hoorde het verwijt in de stem van de medewerkster die ons betrapte. Ons gedrag druiste tegen alle afspraken in. Hadden wij dan niets van de woorden van de minister-president begrepen? Tussen alle versoepelingen had ik op de routekaart inderdaad ook de aanmoediging gehoord om elkaar aan te blijven spreken op onverantwoord gedrag. Dit bevestigde waar ik toen al meteen bang voor was: de verkeerde mensen horen het ook.

Een van ons moest direct naar buiten, hij mocht de ander ook niet meer helpen met de zware planken.

Voor de schuifdeur had ik een kort gesprek met de bewaker.

Hij zei: „Ik sta mezelf hier al negen weken te verdedigen. De regels zijn duidelijk, de rest is slap gelul.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.