Opinie

Kunstbestuurder, denk je ook aan de makers?

Cultuur Lotsverbondenheid tonen in de kunst moet verder gaan dan aankloppen bij de staat, meent .
Uitvoering van Het Zwanenmeer door het Bolshoi Ballet in Amsterdam.
Uitvoering van Het Zwanenmeer door het Bolshoi Ballet in Amsterdam. Foto OLAF KRAAK/ANP

Een naderende tsunami kan heel poëtisch zijn. Het water trekt zich terug, vissen en schelpen komen op het zand te liggen en misschien zijn er zelfs strandgasten die denken: „Wat een prachtige stilte, ik ga eens kijken wat er in de verte gebeurt”.

De schok die corona veroorzaakt in de kunstwereld is vergelijkbaar met zo’n zeebeving.

Theaters, musea, operahuizen, concerthallen – alle deuren zijn met een klap potdicht geslagen. Reikhalzend wordt uitgekeken naar een toekomstige heropening op anderhalve meter afstand. Maar hoe gaan we ons teweerstellen tegenover de vloedgolf die achter de eerste schok komt aanrollen? Wat gebeurt er met de kunst en met de makers zelf?

De lobby voor culturele instellingen is inmiddels behoorlijk op gang. De eerste miljoenen zijn binnengehaald: bijna 300 miljoen voor de grote instellingen met rijkssubsidie. De provincie Noord-Brabant heeft een extra fonds van 2 miljoen in het leven geroepen. De Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties maakt zich hard voor nog eens 55 miljoen. De Nederlandse Museumvereniging heeft een potje van 10 miljoen voor musea beschikbaar gemaakt. Gemeentes, zo riep de Amsterdamse Stedelijk Museum-directeur Rein Wolfs afgelopen week op, moeten volgen.

Reflex

Wat ik zo opvallend vind aan deze lobby is de reflex van Nederlandse kunstinstellingen om – in geval van onraad – bij de overheid aan te kloppen om het eigen voortbestaan als instelling veilig te stellen. Dat is begrijpelijk en erg noodzakelijk, want met lege zalen krijg je nooit je begroting rond. Maar toch is er iets dat eng krast, als een nagel over een schoolbord.

Want als anderhalve meter afstand het nieuwe normaal wordt in de kunst, moeten we ons realiseren dat het niet alleen de gebouwen zijn die in hun voegen kraken. Hele beroepsgroepen zullen hun werk niet meer of nog maar deels kunnen doen.

Lees ook: Kabinet steunt culturele sector met 300 miljoen euro

Neem dansers en theatermakers, die als vak om en aan elkaar moeten hangen en die dagelijks moeten repeteren om met souplesse dat vak te kunnen uitoefenen. Ter illustratie: balletpubliekslieveling Het Zwanenmeer wordt gedanst met veertig of zelfs meer ballerina’s in de rol van zwaan.

Aanbod schraler

Daarnaast betekent het nieuwe normaal dat het aanbod schraler wordt. Grote evenementen en tentoonstellingen zijn afgelast of worden uitgesteld tot soms wel in het nieuwe jaar. Musea en projectruimtes die met een fractie van hun inkomsten het jaar rond willen blijven draaien, zullen flink moeten besparen – en waar kan dat beter dan op het gebied van tentoonstellingen, freelance-medewerkers én op de fair practice-code, die erop toeziet dat kunstenaars een (klein) honorarium krijgen voor hun werkzaamheden? Voor het publiek zal dat geringere aanbod misschien alleen maar wennen zijn, en wie weet, ook geen keuzestress. Voor de makers betekent het een ramp. Er zal veel minder te maken, te horen en te zien zijn op veel minder plekken. De makers zien daarmee hun inkomsten verdampen, soms voor één of twee jaar.

Wat het lobby-circus voor de kunst zou vervolmaken, is een teken van solidariteit en lotsverbondenheid, van eigen verantwoording en maatschappelijke verbeeldingskracht die verder reikt dan het aankloppen bij de overheid. In het Amerikaanse Cincinnati heeft de grote fotobiënnale Foto Focus deze week alvast een voorschot genomen en besloten de 880 duizend dollar die ze zou uitgeven aan het jubilerende evenement in een beurzenprogramma voor makers te stoppen. Binnen het betaald voetbal gaat de directie van PSV twintig procent van haar salaris inleveren om de tekorten van de club die zonder publiek moet spelen, op te vangen. Bij Lufthansa willen de piloten een ‘salarisoffer’ brengen: twee jaar lang leveren ze ten minste 45 procent van het loon in om ‘hun’ bedrijf overeind te houden.

Lees ook: De coronacrisis hakt erin bij de Groningse culturele sector

Topsalaris

Hoe mooi zou het zijn als een zwaar gesubsidieerde directeur van een fonds, een museum, een muziek- en theatergezelschap, een vergelijkbaar gebaar zou maken naar de makers om zich heen? Sta een deel van je topsalaris af, ondersteun er de noodlijdende sector mee die jij representeert, en waar jij omgekeerd door wordt gerepresenteerd. Doe het niet omdat je permanent voor sinterklaas wil spelen. Doe het omdat het nu goed is, omdat het een belangrijk signaal is aan je subsidiërende overheden: ieder draagt zijn steentje bij en wie weet matchen ze jouw salarisoffer wel. Maar doe het vooral omdat je iets wilt doen aan de onrechtvaardige verdeling van pijn in jouw sector, omdat je het gevaar van afbraak van de sector waar jij voor staat wilt helpen keren. Tijdens en na die vloedgolf.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.