Recensie

Recensie

Zo was de laatste week van het Derde Rijk

WOII Pas acht dagen na Hitlers zelfmoord was de Duitse capitulatie een feit. Historicus Volker Ullrich laat zien wat er tussentijds gebeurde.

Het was 7 mei 1945 en de Duitse schrijver Erich Kästner nam de pen ter hand: ‘Bedremmeld lopen de mensen over straat. De korte pauze in het geschiedenisonderwijs maakt ze nerveus. De leemte tussen het niet-meer en het nog-niet irriteert ze.’ In Nederland vieren we de bevrijding op 5 mei, maar de Tweede Wereldoorlog in Europa kwam pas officieel tot een einde op 8 mei, deze vrijdag 75 jaar geleden. Over de laatste week van deze zes jaar durende catastrofe heeft Hilter-biograaf Volker Ullrich met Acht dagen in mei nu een bijzonder lezenswaardig boek geschreven. In het vacuüm dat ontstond na Hitlers zelfmoord op 30 april, gingen de Duitsers onverwijld aan de slag met het vormgeven van de toekomst – en hun verleden.

Het niet-meer waar Kästner het in zijn dagboek over had, betrof het Derde Rijk, dat geen duizend jaar bestaan had, zoals de bedoeling was geweest, maar slechts twaalf. In de bunker onder de Rijkskanselarij in Berlijn was de ban na de dood van Hitler gebroken, concludeerde zijn secretaresse Traudl Junge. Opeens waren zijn satrapen, die ook de laatste bevelen van de Führer nog zonder omhaal hadden opgevolgd ‘weer zelfstandig handelende en denkende mensen geworden’. De activiteiten van de bunkerbewoners richtten zich op hun eigen overleven: sommigen wilden Berlijn ontvluchten, terwijl anderen tot een wapenstilstand met de Russen wilden komen.

Daarvoor was overleg nodig met Hitlers opvolger als staatshoofd, grootadmiraal Karl Dönitz. De baas van de Duitse marine had in Flensburg in het noordwesten van Duitsland zijn hoofdkwartier ingericht en nam zijn nieuwe baan uiterst serieus. In zijn eerste radiotoespraak donderde Dönitz: ‘Het is mijn eerste opgave om de Duitse mensen te redden van de vernietiging door de oprukkende bolsjewistische vijand. Alleen voor dit doel gaat de militaire strijd door.’

Deelcapitulatie

Dönitz hoopte de westelijke geallieerden te kunnen bewegen tot een deelcapitulatie, maar dat plan was kansloos. Ullrich beschrijft in detail het gewriemel van de Duitse regering om onder een totale, onvoorwaardelijke capitulatie uit te komen. De Amerikanen en Britten moesten hiervan niks hebben en opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower was het lijntrekken op een gegeven moment zo zat, dat hij dreigde de westerse linies ook te sluiten voor individuele Duitse militairen die zich wilden overgeven.

Lees ook: Zij waren ooggetuigen van de hel – een dagboek van de laatste oorlogsdagen (•••••)

Stafchef Alfred Jodl, de Duitse onderhandelaar die later in Neurenberg tot de strop werd veroordeeld, was oprecht gebruuskeerd over zoveel botheid, maar had uiteindelijk geen andere keus dan instemmen met alle geallieerde eisen. Na zich op 4 mei te hebben overgegeven aan de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery, volgde op 8 mei in Berlijn de grote capitulatieceremonie waarmee de Duitsers officieel een einde aan de oorlog maakten. De laatste handtekening werd gezet door legerbevelhebber Wilhelm Keitel, die vanwege zijn gedienstigheid aan Hitler door zijn collega’s vaak Lakeitel werd genoemd. Ook hij eindigde in Neurenberg aan de galg.

Het tijdrekken door de Duitsers had overigens wel wat opgeleverd, want in de eerste week van mei was het gelukt 1,85 miljoen soldaten te laten ontkomen aan het Rode Leger. Na de capitulatie verdween de rest van de militairen aan het oostfront, zo’n 1,49 miljoen man, in Russische krijgsgevangenschap

Communisten

Het nog-niet van Kästner zag ondertussen het eerste licht, als sneeuwklokjes na een strenge winter. In het door de Sovjets bezette gedeelte van Duitsland probeerden Duitse communisten de macht naar zich toe te trekken, terwijl in het westen de paar dissidenten die de nazi-onderdrukking hadden overleefd activiteiten ontplooiden die zouden uitmonden in de oprichting van de grote volkspartijen CDU en SPD.

En de Duitse bevolking? Die begon begin mei meteen met puinruimen, letterlijk en figuurlijk. De Amerikaanse journalist Margaret Bourke-White kreeg zo vaak te horen ‘wir haben es nicht gewusst’, dat ze concludeerde dat deze frase begon te klinken ‘als het Duits nationale volkslied’. En schrijver George Orwell noteerde: ‘Op dit moment is de houding van de bevolking in het bezette gebied vriendelijk, zelfs onaangenaam vriendelijk.’ Na een eerste golf van processen zou het tot in de jaren zestig duren voordat de Duitsers hun geschiedenis écht onder ogen gingen zien.

Ullrich behandelt ook de afloop van de oorlog in de nog door Duitsland bezette gebieden, inclusief Nederland. Zo beschrijft hij de schietpartij op de Dam van 7 mei, waarbij 32 feestvierders door achtergebleven Duitse militairen werden gedood. Het kon erger: in Praag brak op 5 mei een opstand uit die leidde tot zware gevechten tussen het verzet en de Waffen-SS. Uiteindelijk bliezen de Duitsers de aftocht en begon de wraak op de etnische Duitsers die in de Tsjechische hoofdstad waren achtergebleven. Ook de volksverhuizingen die de komende jaren miljoenen mensen tot vluchteling zouden maken, begonnen in deze eerste week van mei 1945.