In Italië lopen ouderen op straat en zitten de kinderen binnen

Scholen Ook Italië komt langzaam uit de lockdown, maar de scholen zullen pas in september weer opengaan. Dat leidt tot onvrede en onbegrip. „Docenten worden excessief beschermd en zouden nu best meer onder druk gezet mogen worden.”

Waarom niet met de kinderen van de kleuterschool en de lagere school naar buiten? vragen Italiaanse ouders zich af.
Waarom niet met de kinderen van de kleuterschool en de lagere school naar buiten? vragen Italiaanse ouders zich af. Foto Alberto Pizzoli / AFP

„Het mag een provocerende vraag zijn, maar hij moet worden gesteld: is het de moeite waard de kleintjes op te offeren om de ouderen te redden?” Hoe langer Chiara Abbinante praat, hoe bozer ze wordt. Als je kijkt op welke manier Italië uit de coronacrisis probeert te komen, zegt ze, lijkt het alsof vorming en onderwijs op de laatste plaats staan.

Abbinante werkt in Verona in een crèche voor de allerkleinsten en heeft een zoontje van viereneenhalf. Daarom is ze beroepsmatig en persoonlijk erg betrokken bij het onderwijs. Ze ziet hoe Italië stapje voor stapje weer op gang komt. Sinds maandag draaien de fabrieken weer. Voor de gewone winkels komt 18 mei snel nabij, voor bars en restaurants ligt 1 juni in het verschiet. De toeristenindustrie krijgt hoop dat vanaf half juni meer mogelijk wordt dan eerst werd gedacht. Maar voor Italiaanse scholieren ligt het perspectief op hervatting van het normale leven pas ergens begin september.

Dat is veel te ver weg, vinden ouders met kinderen thuis, veel scholieren, en onderwijsdeskundigen. Abbinante vindt dat het kabinet met zijn voorschriften van begin af aan al fout zat. „Het was de afgelopen twee maanden paradoxaal om te zien dat veel ouderen buiten waren, voor boodschappen of om met hun hond te wandelen, terwijl de kinderen achter het raam naar hen keken”, zegt ze aan de telefoon. Wie niet met zijn hond maar met zijn kind ging wandelen, riskeerde een forse boete.

Inmiddels mag je met je kind naar het park, maar ook over de herstart die in gang is gezet, is ze „zeer teleurgesteld”. In haar kritiek klinken echo’s van het bredere debat. Iedereen roept dat de coronavirus vraagt om creatieve oplossingen, maar daar is in de regeringsplannen weinig van te zien, zegt bijvoorbeeld Emmanuele Massagli, universitair onderwijsdeskundige, in een Skypegesprek. Waarom zet het kabinet scholen niet onder druk om in juni en juli lessen te hervatten, desnoods op kleinere schaal? En als er inderdaad scholen moeten worden verbouwd om straks veilig les te kunnen geven, waarom is dat nog niet begonnen?

Een moeder helpt haar dochter thuis met huiswerk. Foto Antonio Parrinello / Reuters

Geen internetverbinding

De afgelopen twee maanden zijn genoeg problemen aan het licht gekomen die om actie vragen. Docenten die zeggen dat virtueel lesgeven niet in hun cao staat. Scholieren die de lessen op afstand niet kunnen volgen omdat er thuis geen computer is, geen goede internetverbinding, of omdat moeder haar mobieltje waarop de lessen worden gevolgd, mee moet nemen naar het werk. Volgens schattingen heeft eenderde van de scholieren daarom niet mee kunnen doen met de virtuele school.

Massagli wil niet oordelen over de technisch-wetenschappelijke redenen om alle scholen tot september gesloten te houden, maar constateert dat Nederland, net als bijvoorbeeld Noorwegen en Israël, anders tegen de risico’s aankijkt – al kan een verschil met de situatie in Italië zijn dat kinderen daar veel meer in contact zijn met hun grootouders.

Premier Conte zei dat de scholen ook pas weer in september open gaan, omdat Italië misschien wel het oudste lerarenkorps van Europa heeft. „Dat is inderdaad een probleem”, zegt Massagli. „De gemiddelde leeftijd is 56 jaar.” Maar ook daarvoor ziet hij oplossingen: waarom in de zomer niet studenten inzetten die toch een onderwijsstage moeten lopen? Waarom niet eerst alleen de mensen onder de vijftig voor de klas zetten?

Lees ook over exitstrategieën: Unlocken, makkelijk is het niet

Voor een deel is het onwil, zegt Massagli. De onderwijsbonden hebben buitengewoon veel macht. Een paar jaar geleden hebben ze bijvoorbeeld een plan getorpedeerd om bij promotie van docenten in eerste instantie te kijken naar hun kwaliteit en niet naar hun dienstjaren. Er zijn niet zo veel pressiemiddelen om een onwillige docent uit zijn routine te halen. „Er zijn docenten die weigeren op afstand les te geven, maar wel doorbetaald krijgen”, zegt Massagli zichtbaar boos. „Ze worden excessief beschermd en zouden nu best meer onder druk gezet mogen worden. Zijn ze niet opgeleid voor virtuele lessen? Zo moeilijk is het niet. Als iemand niet simpelweg de camera op zijn telefoontje kan aanzetten en zonder slides of zo een les kan opnemen, hebben we te maken met een stel imbecielen. Al die technische redenen waarom iets niet zou kunnen, die bedekken alleen maar de onwil om in actie te komen.”

Massagli en Abbinante onderstrepen dat er veel goede en bevlogen docenten zijn, maar vinden dat de regering meer moet doen om de eveneens grote groep onwilligen tot actie aan te zetten. Het wordt weer mooi weer, zeggen ze beiden. Waarom niet met de kinderen van de kleuterschool en de lagere school naar buiten? Groen genoeg, en veel religieuze instellingen hebben grote en veilige binnenplaatsen daarvoor.

Dat zou ook al die ouders helpen die nu van alles moeten organiseren omdat ze de kinderen thuis hebben, zegt Abbinante. „Dat probleem wordt niet aangepakt. De economie moet weer gaan draaien, maar ze hebben geen aandacht voor wat dit voor de gezinnen betekent. De staat helpt niet. Het is puur machismo. De meeste vrouwen werken toch part-time. Die mogen het oplossen.”