Reportage

Het leven in Zweden tijdens de coronacrisis: afstand houden is geen probleem

Corona in Zweden Afstand houden is voor de verlegen en beleefde Zweden geen probleem, ziet Wim Köhler. Hij verblijft er in zijn zomerhuis aan het meer. En ziet een andere corona-aanpak dan bij ons.

De bloesembomen in de Kungsträdgården in Stockholm.
De bloesembomen in de Kungsträdgården in Stockholm. Foto Jonathan Nackstrand/AFP

De tweedaagse reis naar ons Zweedse voorjaars- en zomerverblijf voelde dit jaar opeens als een vlucht uit besmet coronagebied.

Het gevoel kwam halverwege. Het was 11 maart, op de veerboot die tegen de avond uit Kiel vertrok, om de volgende ochtend in Göteborg aan te meren, bleef het restaurant zo goed als leeg. Er waren genoeg mensen aan boord, maar die bleven liever in hun hutje, met eigen eten. De auto’s aan boord hadden bijna allemaal Zweedse nummerborden en skidozen op het dak.

De dag erna, niet ver meer van ons huis, toen we met de auto bijna tot stilstand kwamen in een onverwachte, hevige sneeuwbui, vroeg Rutte aan de Nederlanders om thuis te werken, binnen te blijven bij verkoudheidsklachten en: niet naar het buitenland te reizen.

We besloten veertien dagen in quarantaine te gaan. Boodschappen deden we wel, in de buurtsuper in het dorpje 4 kilometer verderop waren we als vanouds hartelijk welkom: „Hé, jullie nu al hier?” In het verzorgingsgebied van de winkel, zo’n 5 kilometer rond het dorp, wonen ’s winters 250 mensen. De zomerwoners, en helemaal de vakantiegangers die in juli en augustus de huisjes aan het meer bevolken, zijn broodnodig. Bij de buren, aan beide zijden 200 meter verderop, gingen we niet langs.

De woning van Wim Köhler in Zweden. Foto Wim Köhler

Het was geen corona, maar het waren de groeiende bomen die ons dit jaar al in de nawinter naar Zweden dreven. Een paar stukjes bos met opschietende berken, populieren, wilgen en sparren op onze driekwart hectare terrein moesten we nodig uitdunnen. Een paar halfdode dikkere bomen wilden we vellen. We hadden brandhout nodig. Er moesten doornige en bloemrijke haagjes bij, om het terrein aantrekkelijker te maken voor vogels en insecten.

Het Zweedse coronanieuws

Dat lukte allemaal prima. Inmiddels zijn we met de eerste bloemen en de moestuin bezig. De berken staan bijna in blad. Maar iedere avond, bijkomend van een dag zagen, kloven, spitten en zaaien in de zonnige Scandinavische kou, lees en zie je het coronanieuws uit Nederland en Zweden. Ik volg het niet meer beroepsmatig – tot vorig voorjaar was ik medisch wetenschapsredacteur van NRC – maar als pensionado.

De Zweden bouwden vanaf begin maart welbewust hun uitzonderingspositie in de wereld op, las en zag ik op het nieuws. Ze besloten met zijn allen de coronabesmetting langzaam maar zeker te ondergaan, omdat zo’n virus in een land met wereldwijde contacten niet buiten te sluiten is.

Staatsepidemioloog Anders Tegnell (de Zweedse Jaap van Dissel) legt keer op keer uit wat de bedoeling is en toetst de resultaten aan de doelen. Die zijn: de zorg niet overbelasten en de kwetsbaren beschermen. Därför måste vi platta ut kurvan – de curve afvlakken. Tegelijk: voortgaande besmetting en uiteindelijk een vaccin leiden tot groepsimmuniteit. Flockimmunitet, het woord valt hier om de haverklap.

Lees ook: De Zweden kijken juist verbaasd naar de rest van Europa

In Zweden is er geen politieke strijd over de corona-aanpak. Jimmie Åkesson, voorman van de rechts-nationalistische Sverigedemokraterna, zei op 1 mei nog eens dat er een „enorm constructieve samenwerking” met de groen-socialistische minderheidsregering van premier Stefan Löfven is. Er wordt wat gekibbeld over de rijkssteun voor bedrijven. Maar groepsimmuniteit is de aangewezen weg.

En ook al zou de Zweedse regering het willen: verplicht binnenblijven en boetes bij overtreding kan niet in Zweden. De Zweedse grondwet zegt: ‘Iedereen zal recht op toegang tot de natuur hebben, volgens het allemansrecht’. Dat allmansrätt betekent dat bos, weide en veld vrij toegankelijk zijn, als je 50 tot 70 meter afstand van huizen houdt en niks vernielt.

Ga niet op wintersport

De regering verplicht dus niks, maar adviseert wel dringend om thuis te blijven. Die boodschap was er eerst vooral voor de Stockholmers, want het virus heerste in Stockholm. Blijf thuis, zei premier Löfven, voor Pasen. Laat je traditionele wintersportreis naar het noorden achterwege. En later: blijf thuis tijdens het lange weekend van 1 mei.

De grindweg langs ons huis is ook de toegangsweg naar een zestigtal vakantiehuisjes aan het meer. Het was duidelijk drukker met Pasen en in het 1-meiweekend. Maar de overheid was tevreden: er was veel minder gereisd.

De Zweden hebben een groot eigen verantwoordelijkheidsgevoel en vrezen natuurrampen, wat zo’n virusuitbraak natuurlijk is. Tot begin vorige eeuw leden de Zweden nog nu en dan honger door mislukte oogsten. En, ondanks de groeiende afkeer tegen de socialistische partij en de vakbonden die decennialang de Zweedse bureaucratie hebben opgebouwd, bestaat er solidariteitsgevoel.

Posters attenderen burgers van Stockholm erop om twee meter afstand te houden Foto Jonathan Nackstrand/AFP

Intussen gaan de kinderen gewoon met de schoolbus naar de basisschool, winkels, cafés en restaurants zijn open. Maar dat maakt ons weinig uit: in de wijde omtrek zijn geen terrassen, kroegen, cafés en restaurants, afgezien van de pizzeria langs wegnummer 26.

Winkels zijn er ook niet, behalve de supermarktjes in ons dorp en in een dorp 10 kilometer verderop. Om bij de kapper te komen reden we 40 kilometer en we gingen gelijk ook maar naar het tuincentrum en de hout- en gereedschapshandel. Als je hier gaat klussen moet je goed plannen, want een vergeten doos schroeven kost zomaar drie liter benzine.

Dat leidt sowieso al tot licht hamstergedrag. Meel, wat knäckebröd, koffie en thee is altijd in voorraad. Groenten zijn meestal voor een week in huis. Het was, voor Pasen, even schrikken toen de Zweden gist bleken te hamsteren en broodbakken moeilijk werd. Ik bakte boekweitpannenkoeken.

Even geen kram

Afstand houden is voor Zweden geen probleem. Als we hier voor langere tijd aankomen, krijgen we een kram – een lichte omhelzing - van onze buurvrouw. Die hebben we dit jaar gemist. In de winkel houden mensen altijd al afstand – van nature, uit verlegenheid en beleefdheid. Sta je voor een schap te twijfelen, dan duikt niemand even voor je langs om snel iets te pakken.

Lees ook het interview met de Zweedse econoom Lars Jonung: ‘We zijn bezig harakiri te plegen. We overreageren’

Maar het belangrijkst is dat er weinig mensen zíjn. In de provincie Värmland wonen we met 282.000 anderen. Nederland is twee keer zo groot en heeft 60 keer zoveel inwoners. Maak een dagwandeling en je komt vrijwel nooit een andere wandelaar tegen. Zweden kan met milde maatregelen toe doordat mentaliteit en mensenschaarste de contacten al beperken.

Staatsepidemioloog Tegnell zei kort geleden: na de steden trekt het virus nu naar het platteland en de iets noordelijker provincies. Dus nu zijn wij aan de beurt. De eigenares van de buurtsuper zit aan de kassa inmiddels achter een piepklein plexiglazen schermpje. Ze kent iedereen hier, maar nog niemand heeft corona gehad. Ze informeert hoe het onze familie in Nederland gaat. Gelukkig goed. En ze vraagt zich af of de Noren dit jaar nog naar hun huisjes aan het meer komen. Die mogen van hun regering niet naar Zweden, want de Noren hebben het virus voorlopig met succes bestreden. Ze willen geen tweede besmettingsgolf – en ondertussen is buurland Zweden met zijn streven naar groepsimmuniteit levensgevaarlijk terrein. Gelukkig reizen de trekvogels wel. Het vogelkoor breidt zich dagelijks uit. Wij wachten af.