Haar tweelingzus is dood – werd haar altijd verteld. Maar klopt het wel?

Adoptie Een Nederlands echtpaar adopteerde de Ethiopische baby Keleme. Haar tweelingzusje kwam niet mee: zij bleek plots overleden. Dat verhaal rammelt, blijkt een kwart eeuw later.

De tweeling Achamyelesh (links) en Keleme in het weeshuis in Ethiopië.
De tweeling Achamyelesh (links) en Keleme in het weeshuis in Ethiopië. Privé-archief

Ze had een tweelingzusje dat is doodgegaan als baby. Dat is wat Keleme de With (25) altijd is verteld. Ze werd geadopteerd uit Ethiopië en groeide op in Leiden. Zonder haar zusje dus. Maar sinds kort zijn er aanwijzingen dat haar zusje wellicht nog leeft, en dat hun adoptie discutabel is verlopen. „Ik ben deel van een tweeling”, zegt ze. „Maar een unieke band met mijn zusje heb ik nooit kunnen ontwikkelen. En ergens ter wereld woont ze misschien. Maar waar?”

„L.S., graag willen wij ons aanmelden bij uw stichting als aspirant adoptief-ouder.” Op een velletje lijntjespapier staan de woorden waarmee de adoptie begon, opgeschreven in maart 1994. Vanaf het moment dat Adriaan de With en zijn vrouw Marian, ongewenst kinderloos, besloten een kind te adopteren, hebben ze alles bewaard. Briefjes, aantekeningen, foto’s; alles is er nog. Speciale plek heeft een zwartwit-foto van een lage kwaliteit. „Keleme”, staat er onduidelijk in zwarte pen bij. Het is de eerste keer dat Adriaan en Marian hun dochter zagen, op een opgestuurd fotootje uit Ethiopië.

Het echtpaar had de Nederlandse adoptiestichting Stichting Ethiopia benaderd – later omgedoopt tot Stichting Afrika. Ze ontvingen een lijst met tientallen benodigde verklaringen en gegevens. De adoptie zou 18.500 gulden gaan kosten, vooraf te betalen.

Lees ook: Adoptie is nooit een mooi, schoon verhaal – recensies van eerdere tv-programma’s over adoptie

In januari 1996 is er nieuws. Een tweeling kan geadopteerd worden. Twee meisjes, geboren op 16 april 1995. Ze worden afgestaan omdat hun vader en moeder beiden zijn overleden, zo begrijpen Adriaan en Marian de With. Adriaan noteert de namen van de meisjes op een A4’tje. Achamyelesh en Kelemework, roepnaam Keleme. Op het vel met de aantekeningen van het telefoongesprek heeft hij opgeschreven hoe de namen moeten worden uitgesproken. „Agajeles”, staat er, in balpen.

Iets later belt de stichting opnieuw. Dit keer met slecht nieuws, zo is na te lezen in bewaarde aantekeningen van het telefoongesprek. „Het schokkende telefoontje […] dat Achamyelesh plotseling is overleden. Braken en diarree zou de doodsoorzaak zijn geweest en ze zou al drie dagen ziek zijn geweest.” Het nieuws komt hard aan, zo valt te lezen in de aantekeningen: „Papa en mama waren ziek van verdriet.”

Graf met ondergaande zon

Keleme is er nog. Vanaf november 1995 zit ze in het weeshuis Kebebe Tsehay in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. In mei 1996 gaan Adriaan en Marian erheen. De Nederlandse stichting wordt in Ethiopië vertegenwoordigd door twee mannen: Getachew Shiferaw en Alemu Tadesse. De laatste heeft de leiding, maar Shiferaw staat bij het vliegveld te wachten, in een oude Lada.

Het Nederlandse echtpaar bezoekt Keleme maar spreekt ook de directrice van het weeshuis. Omdat zij geen Engels spreekt, vertaalt chauffeur Shiferaw alles. Adriaan en Marian hebben de ontmoeting laten filmen. Op de beelden is te zien dat Adriaan de With in een gestreept overhemd en met snor toen, vragen aan de directrice stelt. De vrouw, een glimlachende dame achter een rommelig bureau, geeft antwoord richting Shiferaw, die vertaalt.

Ze willen van alles weten, ook over Achamyelesh. Bij de vraag „what kind of illness” het zusje van Keleme had, leunt de directrice even achterover. Ze praat met de chauffeur in het Amhaars, de taal die in Ethiopië wordt gesproken. Dan vertaalt Shiferaw: „She had [ademt zwaar in en uit], you know?” Longproblemen dus, concluderen Adriaan en Marian de With.

Het zusje van Keleme is begraven, vertaalt Shiferaw, op een plekje met een kruis erop. Erheen gaan, nee, dat kan niet, wordt de ouders duidelijk gemaakt. Adriaan de With vraagt aan hun chauffeur of hij dan ten minste een foto van het graf van de tweelingzus van Keleme wil maken. „It is very important for us”, zegt hij. De chauffeur en de directrice overleggen een flinke tijd in het Amhaars, er wordt toegezegd dat ze gaan proberen een foto van het graf te maken.

Keleme gaat mee naar Nederland. Haar achternaam wordt De With. In haar tweede naam leeft haar tweelingzus voort: Achamyelesh. Pas anderhalf jaar nadat Keleme Achamyelesh de With in Nederland is aangekomen, stuurt Stichting Afrika een foto van het graf naar Leiden: een onduidelijke polaroid van een grijs graf met op de achtergrond de ondergaande zon. Op de foto staat met balpen geschreven: „Achamyelesh funeral place.” Er volgt een foto van Keleme’s biologische vader, en een foto van de zusjes, twee identieke meisjes in afgebladderd bedjes in het Ethiopische weeshuis.

Lees ook: 500 aanmeldingen bij meldpunt voor gedwongen adoptie

Als Adriaan en Marian de With hun video uit Ethiopië tonen aan een Ethiopische kennis, krijgen ze argwaan. Volgens de kennis is niet alles goed vertaald. Hem valt op dat de directrice van het weeshuis en Getachew Shiferaw af en toe overleggen over wat ze het in het Engels tegen Adriaan en Marian kunnen vertellen.

Het koppel uit zijn zorgen in een brief aan Stichting Afrika. Als reactie laat de stichting het opgenomen gesprek vertalen door een tolkencentrum in Hengelo. Als de ouders om een foto van het graf vragen, zegt chauffeur Shiferaw volgens deze vertaling in het Amhaars tegen de directrice: „Kunnen wij met zijn tweeën een foto van een van de kruisen van de begraafplaats op de foto zetten, wanneer zij hier weg zijn? Zij hoeven het niet te zien.”

Uit een brief die de stichting stuurt aan Adriaan en Marian de With blijkt bovendien dat Keleme helemaal geen wees is. Alemu Tadesse, Shiferaws collega, schrijft dat hij haar vader heeft ontmoet. In de brief wordt duidelijk dat Keleme’s moeder is overleden toen ze 22 was. De vader van Keleme zou haar dood in bed hebben gevonden. Politie is er niet bij betrokken geweest.

In 1999, na lang aandringen, drie jaar na het vertrek van Keleme uit Ethiopië, krijgen ze de bevestiging van het overlijden van Keleme’s zusje. Het is een A4’tje, met een stempel erop en een tekst in het Amhaars. Als ze het laten vertalen, blijkt dat het afkomstig is van het weeshuis, geadresseerd aan de Afdeling Begrafenissen in Addis Abeba: „Het kind Achamyelesh dat in het Kebebe Tsehay-kindertehuis verbleef, is als gevolg van ziekte overleden. We vragen u haar begrafenis te regelen.” Adriaan en Marian de With laten het er verder bij zitten. Ze willen door met hun leven.

Keleme in het weeshuis met een verzorgster. Privé-archief

Biologische vader

Keleme begint haar leven in Leiden als een ondervoed kind van dertien maanden oud, eet alles wat ze voor zich krijgt en heeft al snel een ronder hoofdje. Ze is een vrolijk meisje, wel bang als ze alleen is. Samen met haar ouders gaat ze een aantal keer terug naar Ethiopië, waar ze een vijf jaar oudere zus ontmoet en haar biologische vader. „Het was een vreemde man, met alcoholproblemen”, zegt Keleme. Met haar zus communiceert ze met handen en voeten.

Het land blijft trekken. Afgelopen november is Keleme teruggegaan met haar vriend José. Als ze in hoofdstad Addis zijn, hoort Keleme van haar oudere zus dat hun biologische vader is overleden. Wat haar meer raakt: van haar biologische opa van vaderskant, die ze kent via haar zus, hoort ze waar haar moeder heeft gewerkt.

Als ze op die plek rondloopt, met haar vriend en een vertaler, gebeurt er iets merkwaardigs. Keleme: „Een man volgde ons. Toen riep hij: ‘Bezunesh! Dochter Bezunesh.’ Dat is de naam van mijn moeder.” De man zegt het gezicht van Keleme te herkennen en brengt haar naar iemand die met haar moeder heeft gewerkt. Er wordt rondgebeld en zo komt Keleme in contact met haar tante, een halfzus van haar moeder. „Zat ik in een klein huisje in Addis Abeba. Op de bank lag een oude vrouw, dat bleek mijn stiefoma te zijn.” Alle details die de mensen haar vertellen over haar familie, kloppen. „Er kwam zoveel emotie bij kijken bij hen, dat ik dacht: dit is mijn familie. Ik wist even niet meer wat ik moest voelen.”

Er volgen nieuwe antwoorden over de reden waarom Keleme is geadopteerd. Volgens Keleme’s tante is haar moeder door haar vader doodgeslagen, in een dronken bui. „Daarna zou hij mij en mijn tweelingzusje in een kindertehuis hebben gestopt. Mijn familie kwam er pas achter waar we zaten, toen ik al geadopteerd was.”

Keleme gaat naar het weeshuis waar ze haar eerste levensmaanden doorbracht. Ze krijgt een groot boek onder ogen met namen van geadopteerde kinderen erin. Achter bijna alle namen staat een bestemming, behalve achter haar naam en die van haar zusje. Ze gaat naar de begraafplaats waar haar zusje zou moeten liggen, maar daar is ze niet bekend bij de beheerders. „Het boek met alle overledenen ging vijftig jaar terug, maar in de periode dat mijn zusje zou zijn overleden, is er niemand begraven in die leeftijdscategorie.” En, zo blijkt, de papieren bevestiging van het weeshuis dat zou bewijzen dat haar zusje zou zijn overleden, is geen officieel document.

Ze gaat naar Ethiopische ministeries, daar staat zowel zij als haar zusje geregistreerd als geadopteerd – naar Nederland. Bij een van de ministeries hoort ze dat de Ethiopische mannen van Stichting Afrika, Getachew Shiferaw en Alemu Tadesse, geen goede naam hebben. Ze worden in verband gebracht met corruptie, zo stellen de Ethiopische ambtenaren volgens Keleme.

Keleme de With maakt in Ethiopië een afspraak met Alemu Tadesse en vraagt hem naar haar zusje. „Ik blufte en zei dat ik weet dat mijn zusje nog leeft. Dat ontkende hij niet, maar hij zei dat ik naar een ander weeshuis moest gaan. Daar zou ik de antwoorden vinden.” Maar in dat weeshuis willen ze haar niet verder helpen.

Wat is er gebeurd met het zusje van Keleme de With? Nergens is hard bewijs van haar overlijden te vinden. Maar of dat betekent dat ze nog leeft? Keleme weet het niet. Ze is in Nederland naar de politie gestapt. Die kon haar niet helpen.

Keleme de With. Foto David van Dam

Vijf kinderen in een bed

Stichting Afrika hield in 2015 op te bestaan, omdat adoptie uit Afrikaanse landen lastiger werd. Gert Drenth was van 1992 tot 2007 bestuurslid van de stichting, die gerund werd door vrijwilligers en twee betaalde secretaresses. Drenth (75) is op de hoogte van het verhaal van Keleme de With. „Een uitzonderlijk mysterie. Er klopt veel niet, zoveel is duidelijk.”

Drenth benadrukt dat zijn stichting werkte met lokale mensen, zoals Tadesse en Shiferaw. Zij kregen in de jaren negentig een vergoeding van circa 200 gulden per maand. Volgens Drenth werd Tadesse begin jaren negentig voor de stichting actief. Drenth zegt in 2005 of 2006 het samenwerkingscontract met hem te hebben beëindigd, omdat hij onduidelijke antwoorden gaf op vragen van de stichting.

Daarvóór had Alemu Tadesse de leiding bij vrijwel alle adopties vanuit Ethiopië naar Nederland, ook ten tijde van de adoptie van Keleme.

De Nederlandse Karin Beenhakker leert Alemu Tadesse kennen als ze de Stichting Afrika op vrijwillige basis helpt om vragen van adoptieouders te beantwoorden. Ze woont dan in Ethiopië samen met haar man, die werkt voor Artsen zonder Grenzen. Beenhakker stelt Tadesse vragen over de omstandigheden in de weeshuizen die verbonden zijn aan de stichting: het stinkt er en soms liggen er wel vijf kinderen in één bed. Ze krijgt geen duidelijke antwoorden.

Als Karin Beenhakker een betere band krijgt met Getachew Shiferaw, de chauffeur van Alemu, wordt ze achterdochtig. „Getachew vertelde me dat als een kind onverwacht overlijdt, Alemu met een oplossing komt, zodat ouders toch een kind kunnen meenemen. Hij zou dan een ander kind meegeven, ongeveer even oud. Ik wist niet wat ik hoorde. Van alle wantoestanden heb ik de stichting op de hoogte gebracht.”

Er gebeurt niks met haar klachten, vertelt ze, ze voelt zich niet serieus genomen. In 1997 komt Getachew Shiferaw naar haar huis. „Hij zei dat Alemu me een kopje kleiner wilde maken. ‘Hij heeft overal contacten, je kan zomaar een ongeluk krijgen’, vertelde hij.” Beenhakker besluit er geen melding van te maken bij de stichting, maar te stoppen met haar werk, en vanwege de bedreiging terug te keren naar Nederland.

Oud-bestuurslid Gert Drenth zegt dat hij zich de meldingen van Karin Beenhakker herinnert, maar geen actie heeft ondernomen. „Ik had de indruk dat de aantijgingen van Karin nergens op sloegen, dat ze voortkwamen uit persoonlijke woede, omdat zij en Alemu Tadesse niet goed met elkaar konden opschieten.” Drenth zegt met nadruk dat het zusje van Keleme onder de vlag van Stichting Afrika nooit met een ander Nederlands gezin kan zijn meegegeven. „Onze dossiervorming laat dat niet toe, want wij stuurden in principe voordat adoptieouders naar Ethiopië gingen om een kind mee te nemen, een foto van dat kind op. Dan wordt omwisselen natuurlijk lastig. Maar ik sluit niet uit dat dat met een andere stichting wel is gebeurd.”

Volgens Alemu Tadesse kloppen de herinneringen van Karin Beenhakker niet. Via de telefoon zegt hij dat hij tot 2008 voor de stichting heeft gewerkt en toen vervangen is door iemand anders. Over het waarom wil hij niet praten. Hij stelt dat hij nooit kinderen met elkaar heeft verwisseld. „Dat is illegaal, dan zou ik naar de gevangenis moeten.” Ook zegt hij nooit dreigende taal richting Beenhakker te hebben geuit. Wat er met het zusje van Keleme is gebeurd, kan hij niet zeggen. „Ik herinner me daar helemaal niets van. Ik weet alleen dat ik Keleme in 2019 heb ontmoet, verder herinner ik me niets.”

De foto van het grafje die werd opgestuurd naar Leiden, is volgens Drenth een willekeurige grafsteen. Dat leidt hij af uit het feit dat er niks op staat dat te verbinden is met Keleme’s zusje. Hij vertrouwde de foto meteen al niet, zegt Drenth, maar die is volgens hem per abuis toch via de stichting in Leiden terechtgekomen.

Drenth zegt niet te weten of zijn Ethiopische medewerkers in het weeshuis zijn geweest nadat Keleme’s zusje zou zijn overleden. „Er bestaat een mogelijkheid dat Keleme's zusje nog leeft, dat is ook mijn conclusie. Maar zeker is dat niet. En wat er ook met haar gebeurd is, wij hebben het niet kunnen oplossen.”

Ergens voelt Keleme de With dat haar zusje nog op deze wereld rondloopt. Ze heeft haar DNA opgestuurd naar MyHeritage en 23AndMe, particuliere DNA-databanken in Amerika, maar dat leverde niets op.

Soms kijkt ze even naar de foto van haar zusje, waarop ze samen met haar te zien is in het weeshuis in Ethiopië. „Dan stel ik me haar voor, dezelfde neus als ik, maar met een grote bos krullen. Hopelijk wordt het raadsel ooit opgelost, en vind ik mijn tweelingzusje. Tot die tijd kan ik alleen maar hopen dat het goed met haar gaat.”