ESM-miljarden staan klaar maar niemand hapt toe

Crisisbestrijding Vanaf 1 juni kunnen eurolanden geld lenen uit een nieuwe steunpot. Maar de landen die dit het meest nodig hebben zijn terughoudend.

Eurogroep-voorzitter Mario Centeno op een videoscherm in Brussel.
Eurogroep-voorzitter Mario Centeno op een videoscherm in Brussel. Foto Olivier Hoslet/EPA

De speciale ‘coronapot’ met 540 miljard euro van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) staat op 1 juni aanstaande ter beschikking van landen die willen lenen. De looptijd – eerder een belangrijk discussiepunt onder eurolanden – bedraagt tien jaar.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van het overleg vrijdag van de ministers van Financiën van de eurolanden. Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) sprak na afloop over „een uitstekende uitkomst”.

Maar vooralsnog heeft nog geen enkel land aangegeven daadwerkelijk gebruik te willen maken van de extra leencapaciteit van het ESM waarover vorige maand al een akkoord werd gesloten. „Nederland zal er zeker geen aanspraak op maken, omdat het tegen gunstiger voorwaarden op de kapitaalmarkt terecht kan”, zei Hoekstra. „Wat andere landen doen? Dat is hun beslissing.”

Trojka

Landen als Italië en Spanje vrezen voor bijbehorende voorwaarden, zoals het geval was met Griekenland. Dat land werd in de eurocrisis, ruim tien jaar geleden, streng gevolgd door een Europese ‘trojka’ van IMF, ECB en de Europese Commissie.

Van dergelijk trojka-beleid zal nu geen sprake zijn, benadrukte Eurogroep-voorzitter Mario Centeno. Wel mag het geld alleen worden besteed om het hoofd te bieden aan de financiële nood in gezondheidszorg en andere direct aan corona gerelateerde zaken. Daarop zal wel streng worden toegezien.

Lenen? Dat betekent verantwoorden waar het geld naartoe gaat

Hoekstra: „We willen dus niet dat een land het gaat gebruiken voor bijvoorbeeld inkomenssteun, of voor de ondersteuning van winkels die het in coronatijd moeilijk hebben.”

Over de looptijd van de ESM-leningen was vooraf discussie: sommige landen wilden 30 jaar. Dat was onacceptabel voor Nederland, dat mikte op uiterlijk 10 jaar. Die „gewenste landingszone”, zoals Nederlandse diplomaten het vooraf noemden, werd uiteindelijk het compromis.

Een land dat alsnog overgaat tot een ESM-‘coronalening’ moet allereerst gedetailleerd verantwoorden waaraan het geleende geld zal worden uitgegeven. Vervolgens wordt op basis van de economische voorspellingen, die de Europese Commissie afgelopen week presenteerde, per land een zogeheten ‘schuldhoudbaarheidsanalyse’ gemaakt.

Lees ook: Nog veel vragen rond herstelfonds EU

Op 1 juni moeten de ESM-leningen beschikbaar zijn. Het maximum bedraagt twee procent van het bruto nationaal product in een land. In sommige landen is nog goedkeuring van het parlement noodzakelijk.

Over een nog op te tuigen Herstelfonds – de volgende „economische jump start”, zei Centeno – willen de Europese ministers eerst de plannen afwachten van de Europese Commissie. Die zoekt in opdracht van de Europese regeringsleiders naar de beste formule om het fonds te spekken, met naar verluidt ruim 1.000 miljard euro.

De discussie daarover gaat volgens diplomaten in Brussel over welk aandeel uit het Herstelfonds zal bestaan uit giften. Nederland is tegen giften en wil dat geld uit het fonds slechts beschikbaar wordt via leningen.

Transferunie

Europarlementariërs namens Nederlandse oppositiepartijen verwachten een fel debat aanstaande woensdag, als het Europees Parlement zich buigt over de plannen voor het Herstelfonds. „We moeten er voor oppassen dat de EU geen transferunie wordt”, zegt Bert-Jan Ruissen van de SGP. „Het Herstelfonds mag geen geldkraan worden.”

Derk Jan Eppink van Forum voor Democratie vindt het verstrekken van miljarden aan andere landen onverstandig. „Ook Nederland loopt flinke economische klappen op en heeft het geld zelf hard nodig.”

De verschillende opvattingen in de EU over de financiële aanpak van de crisis „bewijst opnieuw”, aldus Eppink, „dat het project euro is mislukt”. Hij pleit voor „een ontvlechting” van de eurozone. „Een niet-euroland kan zélf monetair flexibel opereren en in geval van nood zijn eigen valuta devalueren om weer concurrerend te worden.”

Correctie (9 mei 2020): In het bijschrift van de foto stond per abuis Maria Centeno. Dit moet Mario Centeno zijn. Dat is nu aangepast.