Reportage

‘Eigenlijk wil je een patiënt die angstig is een hand op z’n rug leggen’

Cruciale beroepen De psychiater werkt door, met beperkingen. Patiënten op open afdelingen mogen niet met verlof. Patiënten thuis worden gebeld.

Psychiatrisch verpleegkundige Bienvenida Linscheer en verpleegkundig specialist John van Burink hebben hun werkwijze aangepast om zorg te kunnen blijven verlenen.
Psychiatrisch verpleegkundige Bienvenida Linscheer en verpleegkundig specialist John van Burink hebben hun werkwijze aangepast om zorg te kunnen blijven verlenen. Foto Ilvy Njiokiktjien

‘We hebben nare besluiten moeten nemen”, zegt Marc Blom, lid van de raad van bestuur van ggz-instelling Parnassia Groep en deels werkzaam als uitvoerend psychiater. „Onze patiënten op de gesloten afdeling kunnen sowieso niet weg, maar tegen de mensen op de open afdeling moesten we zeggen: je kan niet met weekendverlof en dan weer terugkomen, want zo kan het virus hier worden binnengebracht.” Bezoek mocht niet meer langskomen in de klinieken, en ook de dagbesteding werd stopgezet.

„Een ramp in slowmotion”, noemt Blom de verspreiding van het coronavirus. „Toen Italië ernstig geraakt bleek, hebben we snel crisisteams ingericht en zijn we gaan voorbereiden. Hoe konden we zorgen voor mensen die geïnfecteerd raken? En hoe konden we patiënten die thuis wonen digitaal zo goed mogelijk ondersteunen?”

Parnassia behandelt jaarlijks zo’n 180.000 patiënten met psychische klachten. Het overgrote deel woont thuis en wordt niet opgenomen voor behandeling. Dit is de ‘ambulante’ hulpverlening. De klinieken, met zowel open als gesloten afdelingen, hebben een capaciteit van in totaal tweeduizend bedden. Parnassia heeft zo’n 13.500 medewerkers en werkt vanuit driehonderd gemeenten door heel Nederland. De (psychiatrische) zorg, jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning is een vitale sector. Blom: „Al onze zorg gaat door, hoe dan ook.”

Alleen beeldbellen

Bienvenida Linscheer (31) is psychiatrisch verpleegkundige en werkt in een IBT-team (Intensieve Behandeling Thuis) in de regio Rotterdam-Rijnmond. Dit team ondersteunt ambulant mensen die in een psychiatrische crisis zijn beland, bijvoorbeeld door een depressie of angststoornis.

In de normale situatie gaat ze iedere dag, soms meerdere keren, bij een patiënt thuis langs. In eerste instantie werd door de coronamaatregelen de frequentie van de huisbezoeken verlaagd en werd er afgewisseld met beeldbellen. „Het nadeel is dat je alleen iemands hoofd ziet en niet de omgeving. Als iemand manisch wordt, zie je dat meteen in huis. Dan liggen er óveral spullen.”

Ook is het lastiger de patiënt medicatie te laten innemen. Linscheer: „Als je erbij bent, kun je erop toezien. Met beeldbellen moet je er maar vanuit gaan dat de patiënt het zelf doet.”

Nu ben je thuis wanneer je iemand aan de telefoon hebt die suïcidaal is. En dan hoort de patiënt mijn kindje op de achtergrond praten

Bienvenida Linscheer psychiatrisch verpleegkundige

Blom voegt toe dat beeldbellen heel anders is dan wanneer je fysiek met een patiënt in een ruimte zit. „Zo’n beeldbelafspraak is vaak wat korter. Je kunt moeilijker afdwalen, kijkt elkaar de hele tijd recht aan. Dat is heel intensief. Vroeger ging je naar je werk toe en zag je dáár je patiënten, nu zit je indirect bij elkaar in de woonkamer. Dan moeten hulpverleners daar ook even langer van bijkomen.”

Beeldbellen biedt daarentegen wel mogelijkheden voor kortere, maar meerdere contactmomenten op een dag. Blom: „Dat is erg fijn als de patiënt in kwestie eenzaam is.”

Lees ook: Nieuwe patiënten mijden de ggz, bestaande patiënten vallen soms buiten de boot

Handschoenen en capes

De mogelijkheden worden per patiënt en per dag gewogen. Linscheer: „We wandelen veel met de patiënten. Als het medisch noodzakelijk is, komen we binnen, maar dan houden we voldoende afstand. En we bellen van tevoren altijd of iemand coronagerelateerde klachten heeft.”

Linscheer en haar collega’s kunnen indien nodig mondkapjes, handschoenen en capes voor over de kleding gebruiken om zichzelf te beschermen. Het team heeft nog niet met daadwerkelijke besmettingen te maken gehad.

Enerzijds is ze blij dat ze op deze manier haar werk gewoon kan doen, maar toch is dit niet hoe ze mensen wil helpen, zegt Linscheer. „Als een patiënt angstig is, wil ik een hand op zijn of haar rug leggen en zeggen: ‘Het komt goed.’ Dat maakt dit werk juist zo mooi.”

Ook thuiswerken is in dit werkveld behoorlijk ingewikkeld. „Normaal werken we vanuit een kantoor. Nu ben je thuis wanneer je iemand aan de telefoon hebt die suïcidaal is. En dan hoort de patiënt mijn kindje op de achtergrond praten.”

Tijdelijke afdeling

John van Burink werkt sinds half maart op een speciale cohortafdeling in de Boumankliniek in Rotterdam. Deze is opgezet voor patiënten die in een kliniek verblijven en klachten hebben die mogelijk op het coronavirus wijzen. De 48-jarige verpleegkundig specialist werkt normaal gesproken in een vergelijkbaar team als Linscheer, maar heeft zich met veertien collega’s uit verschillende teams vrijwillig opgegeven om deze tijdelijke afdeling te runnen. „Ik wilde echt iets kunnen doen voor deze patiënten. Dat heb ik thuis wel eerst even overlegd, je loopt immers risico op besmetting, maar we waren er snel uit.”

Op de cohortafdeling kunnen maximaal achttien patiënten opgenomen worden. Het doel is mogelijke verspreiding van het coronavirus in de klinieken te voorkomen. „Op deze afdeling bieden we alle noodzakelijke hulp én psychische zorg. Als de klachten ernstig worden, zal de patiënt naar het ziekenhuis moeten, maar tot die tijd wil je zowel het ziekenhuis ontlasten als de psychische zorg bieden die de patiënt nodig heeft”, legt Van Burink uit.

De verpleegkundig specialist en zijn collega’s gaan iedere twee uur bij de patiënt langs om medicatie te geven en te helpen bij de verzorging. Een enkele patiënt bleek besmet met het coronavirus en was na maximaal een week weer beter. Wie klachtenvrij is, mag na 48 uur terug naar zijn of haar ‘eigen’ afdeling.

Volgens Blom komen de maatregelen niet per definitie harder aan bij psychiatrisch patiënten dan bij ‘gezonde’ mensen. „Voor sommige mensen verandert er weinig, zij kwamen toch al niet buiten.”

Bovendien is geluk vaak afhankelijk van vergelijkingen met je omgeving, legt de psychiater uit. „Als je in een derdehandsbarrel rijdt, maakt het niet zo veel uit als je buren dat ook doen. Maar als jij de enige bent met dat barrel, terwijl iedereen in je omgeving in een nieuwe bolide rijdt, dan heeft dat wél een negatief effect op jouw geluksgevoel. Nu heel Nederland thuis zit en weinig doet, voelen onze patiënten zich minder ‘anders’.”