Drugssmokkel op zee: Nederlandse vissers te vatbaar voor avances van criminelen

Criminaliteit Noord-Hollandse vissers kennen de zee en zijn daarom gewild als drugssmokkelaars. Ook via jachthavens komen ongezien drugs aan land. „Je krijgt het gevoel dat smokkelaars je in je gezicht uitlachen.”

Kotter Z-181 in Lauwersoog. Foto VINCENT JANNINK/ANP
Kotter Z-181 in Lauwersoog. Foto VINCENT JANNINK/ANP

Waar de kotter Z-181 op zaterdagavond 10 juni 2017 ook mee terugkomt in de haven van Harlingen, het is geen vis, vermoeden rechercheurs. In de dagen ervoor zagen ze de eigenaar met prominente leden van de hoofdstedelijke cocaïnemaffia. En die zaterdagmiddag lag het schip een tijdje stil in de buurt van een Panamees containerschip dat in een lijndienst vaart tussen Brazilië en West-Europa.

De rechercheurs wachten de kotter in Harlingen op. Na bijna twee uur zoeken zien ze hun vermoeden bevestigd: geen vis aan boord. Wel vinden ze in een lege watertank 261 kilo cocaïne, verdeeld over 13 natte sporttassen. De tassen zijn vermoedelijk vanaf het Panamese containerschip in het water gegooid.

Het gebeurt vaker dat cocaïne na een zogeheten drop-off in Nederland aan land wordt gebracht. In januari dat jaar zijn twee kotters aan de ketting gelegd die betrokken zouden zijn bij cocaïnesmokkel. Begin 2015 is in een busje ruim 700 kilo cocaïne aangetroffen die aan land was gebracht door een andere kotter: de HD-22. Eind 2014 spoelden op het strand van Egmond aan Zee blokken cocaïne aan.

Nautische kennis

Op volle zee tassen drugs opvissen is minder makkelijk dan het lijkt. Om te beginnen moet je beschikken over een vaartuig waarmee je die tassen van dik 20 kilo drugs per stuk op volle zee onder alle weersomstandigheden uit het water kunt halen. Een containerschip kan niet zo maar een paar uur stilliggen als het hard waait. Ook moet je kunnen navigeren op een heel drukke zee zonder op te vallen bij de Kustwacht, die de scheepsbewegingen op het Nederlandse deel van de Noordzee in de gaten houdt.

Lees ook hoe de cokemaffia infiltreerde in Urk

De nautische kennis en kunde van Nederlandse zeelui blijkt bij drugshandelaren wereldwijd populair. Daar komen het Openbaar Ministerie en de politie in de eenheid Noord-Holland achter als ze in 2018 een analyse maken. In anderhalf jaar tijd zijn zeventien schepen onderschept in Portugal en Spanje en op de Middellandse Zee waarbij Nederlanders zijn betrokken. Ze zien dat twee op de drie verdachte Nederlanders uit Noord-Holland komen, met zijn vele havens, scheepswerven en visafslagen. De belangen zijn groot. In totaal hadden de zeventien schepen 8.500 kilo cocaïne en 55.000 kilo hasj aan boord. Partijen drugs die voor de smokkelaars een waarde van zeker 300 miljoen euro hebben.

Het roept bij de politie en het OM een nieuwe vraag op: hoe vaak zijn Noord-Hollanders eigenlijk betrokken bij de smokkel op zee? In een analyse van openbare bronnen komen de politie en het OM tot ten minste honderd personen uit de provincie Noord-Holland. Voor de goede orde: dit is exclusief Amsterdam, dat als een aparte politieregio geldt.

De bevindingen zijn in januari 2019 aanleiding voor het project Maritieme Smokkel in Noord-Holland. Wie is bij de smokkel betrokken? Wie profiteert? Het projectgeld – 2 miljoen euro voor drie jaar – komt uit het landelijk ondermijningsfonds waarin Rutte-III in 2018 100 miljoen stopte. „We richten ons op de smokkel via de ongeregelde vaart, waarbij drugs niet via containerschepen, maar via vissersboten, jachten en sportvaartuigen aan land komen”, vertelt projectleider Eva Stavenuiter in een gesprek met NRC. De teamleden komen onder meer van het OM, de politie, gemeenten, FIOD, NVWA, douane en kustwacht. Ze splitsten zich al snel op in groepen: een voor de aanpak van witwassen, een voor de jachthavens en een voor de visserij.

Het visserijteam heet Volans en wil niet alleen de smokkelaars aanpakken, maar vooral voorkomen dat nog meer vissers betrokken raken bij drugssmokkel. De visserijsector wordt bij de plannen betrokken. Officier van justitie Sylvia Kubicz van Volans: „Met dit project willen we vissers weerbaar maken tegen geld en druk uit de onderwereld om te voorkomen dat ze betrokken raken bij criminaliteit.”

Iedereen kent wel zo’n verhaal

Burgemeester Frank Dales van Velsen, een gemeente in Noord-Holland met een visserij- en een jachthaven in IJmuiden, legt uit hoe het werkt. Volgens hem kent bijna iedere inwoner van een havengemeenschap wel een verhaal over een jacht, kotter of zeilboot die de haven uitvaart naar een schip dat voor anker ligt en bij terugkeer veel dieper ligt. „Het gebeurt onder onze ogen, maar officieel weten we niks en niemand praat. Het is een gesloten gemeenschap. Je krijgt het gevoel dat smokkelaars je in je gezicht uitlachen.”

Het verbaast hem dat schepen vrij ongecontroleerd de ruim honderd jachthavens van Noord-Holland kunnen in- en uitvaren, „alsof er geen grenzen bestaan”. De schepen worden overdag niet goed gecontroleerd. ’s Nachts worden ze zelfs helemaal niet geregistreerd, zegt hij. Niemand noteert hun nummers, waar ze vandaan komen of naar toe gaan, wie aan boord is en wat de schepen vervoeren. Dales: „Dat vind ik heel merkwaardig. De Noordzee vormt onze buitengrens, maar we controleren vrijwel geen enkel schip dat binnenkomt. Dat gaat op Schiphol toch echt anders.”

Dales is ambassadeur van het project Maritieme Smokkel. Hij overlegt met de deelnemende instellingen, luistert naar de teamleden en helpt om „schotten te doorbreken” tussen overheidsdiensten. Hij zocht contact met burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam om te zien hoe ze daar omgaan met de stroom containerschepen die de haven binnenkomt.

Hij omschrijft die gesprekken als „nuttig en leerzaam”. Zo is er een plan om in de jachthavens een nachtregister in te voeren. „Nu zwaai je een keer naar wat mensen en iedereen vindt het prima. We willen een systeem zoals dat van hotels”, zegt Dales. „Iedereen die de jachthaven inkomt, moet zich registreren en legitimeren. We zijn de periode van onschuld voorbij.”

Voor de visserij is het ingewikkelder. „Vissers worden vaak onder druk gezet door drugscriminelen, we moeten uitkijken dat we niet de verkeerde pakken.”

Vissers in problemen

Volgens officier van justitie Sylvia Kubicz lijkt de visserijsector „in toenemende mate” vatbaar voor druk en geld van criminelen. „Vissers hebben het financieel heel zwaar. Er is bijvoorbeeld veel geïnvesteerd in de puls-techniek die inmiddels is verboden. En de Brexit zorgt voor veel onzekerheid. We willen voorkomen dat vissers vanwege financiële problemen betrokken raken bij smokkel.”

Het team Volans schreef op 25 februari een brief naar de ministers Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie) en Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD), die plannen hebben om de visserij op de Noordzee te saneren en verduurzamen. Vissers die meewerken komen in aanmerking voor subsidies.

Lees ook: De vissers leven naar Gods regels en die van Europa

Het verzoek van het team Volans aan de ministers is om de drugssmokkelende vissers uit te sluiten van deze subsidies. Ook willen ze dat het mogelijk wordt visvergunningen en schepen van veroordeelde vissers af te nemen, schrijven ze: „Op dit moment zijn de pakkans en de straffen relatief laag. Vissers hebben meer te winnen met het overtreden van de regels dan te verliezen.”

Kubicz wil de wet Bibob kunnen gebruiken om valsspelende vissers aan te pakken. Een eenvoudige wetswijziging maakt het volgens haar mogelijk om vissers die vergunningen aanvragen te toetsen. „Daarmee kunnen we valse concurrentie ondervangen door vergunningen te weigeren aan vissers die op een oneerlijke manier aan hun geld komen.” Volgens Kubicz helpt dat om de sector op te schonen. „Celstraffen en geldboetes schrikken vissers onvoldoende af, maar het verliezen van hun boot of visvergunning wel. We hebben een dikkere stok nodig om mee te slaan.”

Ook moeten vissersschepen volgens haar beter worden gecontroleerd, op opvallende financieringen, het uitzetten van volgsystemen op zee of op verdachte tijdstippen waarop schepen uitvaren. Kubicz: „Stel: een viskotter vaart altijd van zondag op maandagnacht uit en komt in de nacht van donderdag op vrijdag terug om op vrijdagochtend de vis vers op de afslag te kunnen verkopen. Als zo’n kotter ineens op vrijdagmiddag vertrekt, is dat afwijkend.”

De vier bemanningsleden van de kotter Z-181 zijn in het voorjaar van 2018 veroordeeld tot 3,5 tot 6 jaar celstraf. De eigenaar van de kotter, Johannes N. uit Urk, die in Harlingen stond te wachten toen zijn schip aanmeerde, heeft vier jaar cel gekregen in lijn met de eis van het OM. De rechtbank wijkt wel op één punt af van die eis: de kotter is niet verbeurd verklaard. Dat zou Johannes N. en zijn twee mede-eigenaren volgens de rechtbank „onevenredig hard treffen”.

De kotter heeft niet alleen een grote financiële waarde voor de eigenaren, zo redeneert de rechtbank, „maar vormt ook hun broodwinning”. En zo kan het gebeuren dat het schip van Johannes N. onder een nieuwe naam weer op de Noordzee vist. „Vissers die veel geld verdienen met drugssmokkel zetten goedwillende vissers niet alleen in een slecht daglicht”, zegt officier van justitie Kubicz, „ze zorgen ook voor oneerlijke concurrentie.”