Vijf lessen die we hebben geleerd van twee maanden thuisonderwijs

Thuisonderwijs Maandag gaan de basisscholen na acht weken weer open. Vijf lessen na bijna twee maanden thuisonderwijs.

Illustratie Nanne Meulendijks
  1. In sommige gevallen is online onderwijs beter en efficiënter

    Wilde de digitalisering van het onderwijs jarenlang niet echt op gang komen, door de coronacrisis moesten scholen noodgedwongen opeens héél snel handelen. Zelfs leraren die tot voor kort al bang waren voor het digibord moesten aan de slag met digitaal lesmateriaal en videogesprekken. Zo zorgde het coronavirus voor een stroomversnelling van lange processen waar eerst vooral over vergaderd werd. Er werd instructie gegeven via Teams, hele schoolklassen spraken elkaar dagelijks via Google Hangouts. Er zijn zelfs examens gemaakt via internet.

    Er is de afgelopen weken heel veel kennis opgedaan over online onderwijs. Die zal niet verloren gaan nu de scholen weer (gedeeltelijk) opengaan. Hoewel de meeste leraren en kinderen inzien dat fysieke nabijheid belangrijk is in het onderwijs, hebben ze ook de voordelen van digitale lessen ingezien: soms is het efficiënter. De verwachting is dat een deel van de ingezette middelen tot de standaard gereedschapskist van leraren gaat behoren.

    Illustratie Nanne Meulendijks

  2. De juffen en meesters zijn onmisbaar en onvervangbaar

    In de maanden vóór corona gingen leraren massaal de straat op om te demonstreren voor meer salaris, minder werkdruk én meer respect. Met dank aan corona lijkt ook dat laatste redelijk gelukt. Want net als verpleegkundigen bleken leraren al snel onmisbaar. Er werden schoolhekken volgehangen met spandoeken vol liefdesbetuigingen aan de juffen en de meesters en vice versa: ‘Wij missen jullie!’.

    Als de coronacrisis één ding duidelijk heeft gemaakt, is het wel het belang van een goed functionerende publieke sector. Van stevige schooldirecteuren en betrokken leraren. Zij stampten in een mum van tijd een over het algemeen goed functionerend systeem van online onderwijs uit de grond. Daardoor konden verreweg de meeste leerlingen zoveel mogelijk lessen volgen. Onderwijs, is de conclusie na acht weken, kun je niet overlaten aan ouders. Die zagen nu ook, vaak voor het eerst, dat lesgeven een vak is waar veel kennis, liefde en geduld voor nodig is.

    Illustratie Nanne Meulendijks

  3. Zonder school neemt de ongelijkheid toe

    Door corona werden de verschillen in de thuissituatie van kinderen ineens pijnlijk zichtbaar. Thijs Bol, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, deed onderzoek naar het effect van deze periode van thuisonderwijs op de ongelijkheid tussen kinderen. In de maand april stuurde hij vragenlijsten naar 768 ouders met in totaal 1.318 kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs. De eerste resultaten laten een groot verschil zien in de mate waarin ouders hielpen bij schoolwerk.

    De verschillen zijn terug te voeren op de sociaal-economische positie van ouders. Simpel gezegd: hoe hoger opgeleid de ouder, hoe beter het kind werd begeleid. Dat is, benadrukt Bol, geen onwil van de lager opgeleide ouders. „Alle ouders vinden het belangrijk dat hun kind goed z’n best doet voor school, maar ze zijn er niet allemaal toe in staat. Omdat de stof te moeilijk is, of omdat ze de taal niet machtig zijn. Het is onmacht.”

    Hij verwacht dat de zes weken afstandsonderwijs (en minimaal tien weken voor middelbare scholieren) effect hebben op de leerprestaties en dat het de toch al groeiende ongelijkheid tussen scholieren zal vergroten. „We weten uit internationaal onderzoek dat korte periodes in de zomervakantie al tot grote verschillen leiden: kinderen uit hogere milieus leren dan bij, kinderen uit lagere milieus juist niet. Wat we nu al zeker weten over de afgelopen periode is dat er heel grote verschillen zijn in hoe kinderen thuis zijn begeleid bij hun schoolwerk.”

  4. School is veel meer dan alleen onderwijs

    Zélfs de kinderen willen volgende week weer graag naar school, zei premier Mark Rutte (VVD) woensdag op zijn persconferentie. Wat eerst een droombeeld leek – geen school meer, elke dag lekker in je pyjama thuis – is veel leerlingen vies tegengevallen. Zonder vriendjes is het saai en ouders blijken geen goede leraren. De echte leraren werden hartstochtelijk gemist.

    Ook is nog duidelijker geworden hoe groot de sociale functie van school is. Lees ook: Juist thuis hebben kinderen soms extra hulp nodig

    Na een paar weken thuisonderwijs bleek het aantal zorgkinderen in de klas vaak groter dan leraren van tevoren hadden voorzien. Ze zagen chaotische kamers in beeld, hoorden ruzies op de achtergrond. Met duizenden leerlingen kregen scholen zelfs helemaal geen contact; sommige kinderen logden slechts sporadisch in. Bij de kindertelefoon steeg het aantal telefoontjes over huiselijk geweld, seksueel misbruik en ruzie de eerste twee weken met 40 procent. Al heel snel tuigden scholen speciale klasjes op zodat niet alleen kinderen van ouders uit een vitaal beroep, maar ook kinderen uit ‘kwetsbare situaties’ overdag een paar uur naar school konden.

    Illustratie Nanne Meulendijks

  5. Er zijn grote verschillen tussen scholen

    De Onderwijsinspectie liet het al zien in de Staat van het Onderwijs 2017: zelfs met een vergelijkbare leerlingenpopulatie behalen scholen verschillende resultaten. Anders gezegd: een school in een achterstandswijk kan dezelfde resultaten halen als een school in een villawijk, terwijl die eerste daar veel meer moeite voor moet doen. Door de coronacrisis werd dit duidelijk zichtbaar. Sommige scholen stuurden al snel na de sluiting uitgebreide dagtaken naar leerlingen, terwijl andere alleen een werkboek meegaven. De ene school ving kinderen in kwetsbare situaties al binnen een paar weken op, terwijl die opvang bij de andere school pas heel laat op gang kwam.

    Aan de andere kant zal het voor scholen in ’t Gooi maandag gemakkelijker zijn om de draad op te pakken dan voor scholen in pak ’m beet Amsterdam-Noord. „Daar zijn scholen waar héle klassen het thuis moeilijk hebben gehad”, zegt socioloog Thijs Bol. En vaak zijn dat ook nog eens de scholen die meer dan gemiddeld last hebben van het lerarentekort. De klappen, zegt Bol, vallen vaak in dezelfde hoek.

    Lees ook: Thuisonderwijs voor beginners: ‘Stop als hun oogjes afdwalen’