De economische crisis in zeven fases: van het hakblok tot de angstpiek en de verlossing

De stappen richting verlossing Overheidsgeld verdooft de economische schok die de pandemie teweegbrengt. Tijdelijk. Maar dan: werkloosheid loopt op, bedrijven gaan failliet, huizenprijzen dalen – op weg naar de bodem. En dan komt het herstel.

De kredietcrisis, de eurocrisis, de industrie- en vastgoedcrisis (1980-1984): ze eindigden uiteindelijk allemaal met herstel.
De kredietcrisis, de eurocrisis, de industrie- en vastgoedcrisis (1980-1984): ze eindigden uiteindelijk allemaal met herstel. Foto Anefo

De economische crisis is er nu al een van extremen. Het vertrouwen van Nederlandse consumenten en producenten kelderde met niet eerder geziene heftigheid. Shell verlaagde voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zijn dividend.

Komt er snel een vaccin, dan hoeft de pandemie geen historische economische crisis te worden. Zo niet, hoe zou het scenario van een crisis er dan uitzien? Welke fases kun je onderscheiden? Rekening houdend met ervaringen in de kredietcrisis (2008-2009), de eurocrisis (2010-2015) en de industrie- en vastgoedcrisis (1980-1984). Het komt weer goed. Maar hoe dan?

1 De hoopvolle schokdemper

De overheid is nu de schokdemper in de economie. Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) spendeert, leent en geeft uitstel van belastingbetaling. Gevolg: een begrotingstekort van bijna 12 procent. Zo hoog was het in vredestijd nooit. Dat geld gaat naar ondernemers om vaste lasten te dekken. Naar subsidies voor loondoorbetaling. Naar minimumuitkeringen voor zelfstandigen. Naar reddingsacties (KLM).

„Je kan als kabinet niet de andere kant opkijken, anders krijg je nu al een golf van faillissementen”, zegt Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw en tot 2006 onderdirecteur van het Centraal Planbureau.

In een ‘reguliere’ economische crisis zitten patronen, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De eerste klappen vallen in de export. Werkloosheid stijgt. Consumenten worden voorzichtiger. Dat zie je in de terugval in aankopen van duurzame consumptiegoederen die je kunt uitstellen, zoals een nieuwe auto.

Maar deze crisis zet alles op z’n kop. ‘Oude’ patronen gaan niet op. En niemand weet of het bij de huidige anti-coronamaatregelen blijft of dat een nieuwe besmettingsgolf tot nieuwe lockdowns leidt.

De horeca, die doorgaans laat in een crisis last krijgt van zuiniger klanten, is nu op last van de regering dicht. Sectoren die anders vrijwel immuun zijn voor de economische conjunctuur, zoals musea en theaters, hebben al zwaar te lijden.

De consument is noodgedwongen in ‘kopersstaking’. „Met de Paasdagen gaven consumenten 22 procent minder uit dan een jaar geleden”, vertelt Nora Neuteboom, lid van het economisch onderzoeksteam van ABN Amro. De autoverkopen in april zijn met maar liefst 52 procent gedaald. Van een herstel in een ‘V-vorm’ – steil omlaag, steil omhoog – gelooft ze niets. „Dat zie je vooral in landen die hun munt kunnen devalueren. Dat kan Nederland met de euro niet.”

De schokdempers zijn een welkome, maar kortstondige oplossing. Ze zijn peperduur. Minister Hoekstra preludeerde al op een vervolg met bezuinigingen. Als de subsidies stoppen, mogelijk al half september, breekt de volgende fase aan. Dan staan bedrijven, zelfstandigen en consumenten er alleen voor.

Lees ook dit achtergrondverhaal: De staat is geen pinautomaat. Hoe gaan we straks afkicken?

2 Het hakblok

„Het volgende thema waar de media over gaan schrijven is de werkloosheid”, zegt Taco van Hoek. Al voor de afloop van de steunmaatregelen begint de werkloosheid serieuze vormen aan te nemen. Dan begint fase 2.

Jaarlijks moeten honderdduizenden nieuwkomers een plek vinden op de arbeidsmarkt: jongeren die hun opleiding afronden, herintreders en migranten. Maar het eerste dat opdroogt zijn de vacatures. De arbeidsmarkt gaat ‘op slot’. Vervolgens zullen ook bestaande werknemers worden getroffen, vooral die met tijdelijke contracten en laagopgeleiden.

In de loop van komende herfst volgt het besef van de economische schade in een anderhalvemetersamenleving. Het kabinet dient op Prinsjesdag de somberste begroting sinds de Tweede Wereldoorlog in.

Tegen het eind van 2020 dreigt een volgende vertrouwensschok. De lage rente en de beleggingsverliezen stellen de pensioenwereld én het kabinet voor de keus: pensioenen verlagen of niet? Het eerste is inkomensverlies voor ouderen. Het tweede doet jongeren tekort. Mogelijk gevolg: mensen gaan meer sparen voor een eigen pensioenpotje.

In maart 2021 zijn er Tweede Kamerverkiezingen. De staatsschuld loopt verder op om uitkeringen te financieren. Projecten voor duurzaamheid en infrastructuur worden naar voren gehaald om de economie te stimuleren.

Nu bedrijven de steun en subsidies verliezen, neemt het aantal faillissementen alsnog duidelijk toe. Van Hoek: „Op veel terreinen is ook tijdelijk lucht geschapen voor bedrijven, maar uitgestelde verplichtingen richting banken en verhuurders moeten dan alsnog worden betaald.” Dan dreigen er bedrijven en banen op het hakblok te komen. Reorganisaties, ontslagen, sluitingen.

Dit is ook de fase van de confrontatie. „Elke crisis begint in eerste instantie met een schok van buiten het systeem”, zegt econoom Nora Neuteboom. De crisis die begon in 1980 werd ingeleid door de schok van een olieprijsstijging. Die van 2008 door het Lehman-bankroet. De eurocrisis van 2010 door het Griekse schuldenbedrog. Elke crisis legde fouten in het economisch systeem bloot die tot dan toe onder de oppervlakte waren gebleven. Of waarvan men dacht: na de vorige crisis is het nu wél goed geregeld. Neuteboom: „De vraag is: welke zijn dat nu?”

3 De vicieuze cirkel

De samenleving raakt gewend aan het nieuws over ontslagen, koopkrachtverlies en economische krimp. Zo nu en dan is er hoop: de horeca boekt in het tweede kwartaal van 2021 spectaculair meer omzet dan dezelfde periode een jaar eerder.

De werkloosheid loopt rap op. Maar de gezondheidszorg heeft steeds meer mensen nodig. Het onderwijs ziet leraren vergrijzen. Kunnen mensen daar dan aan de slag? Reken er niet te veel op, zegt Van Mulligen van het CBS. Er is relatief weinig overlap tussen die sectoren en het bedrijfsleven. Kwestie van opleiding, diploma’s en soms beloning.

De vicieuze cirkel van zichzelf versterkende trends is genadeloos. De stijgende werkloosheid drukt de consumptie. Dat drukt de afzet van bedrijven. Dat maakt banken huiveriger om krediet te verlenen of te verlengen. Winkels sluiten. Online winkelen, toch al de grote winnaar van de isolatie om het virus in te dammen, wint de slag om de consument. Leegstand in stadscentra neemt toe.

Welke fouten in het economisch systeem die veronachtzaamd zijn of opgelost leken, doen zich nu in de crisis voelen? Neuteboom: „De eerste is de afhankelijkheid van ons financiële systeem van het monetaire beleid. Theoretisch zou de rente verder moeten dalen, maar deze is nu al negatief, dus dat lijkt onwenselijk.” De rentepolitiek van centrale banken is machteloos.

Lagere lonen en lagere zzp-tarieven leiden tot minder consumptie en zo draait de vicieuze cirkel rond

„De tweede, specifiek voor Nederland: de huizenmarkt.” Nederlanders maken, veel meer dan kopers elders, hoge schulden voor een eigen huis. Als de huizenprijzen dalen, worden mensen voorzichtiger. Ze besteden minder, leggen meer buffers aan. „Daarom krimpt Nederland vaak harder dan omringende landen.”

In deze fase van de crisis wordt arbeid goedkoper. De stijging van de cao-lonen die nog een tijdje is doorgelopen, omdat cao’s vaak twee jaar, soms zelfs langer van kracht zijn, is nu echt voorbij. De onderhandelingsmacht van de vakbeweging verbrokkelt verder door werkloosheid en dalende ledenaantallen. Zelfstandigen zonder personeel die opdrachten zoeken verlagen desnoods nog een keer hun tarieven. Lagere lonen en lagere zzp-tarieven leiden tot minder consumptie en zo draait de vicieuze cirkel rond.

Eigenaren van winkels en kantoren moeten huurconcessies doen. Deze fase van (relatieve) kostendalingen is essentieel voor later herstel, zegt Van Hoek. Dat geeft de winstmarges van bedrijven weer wat lucht.

Lees ook: Huurkorting? Dat is ‘helaas’ niet mogelijk

4 Angst, angst, angst

Als de crisis voortwoekert en somberheid toeslaat, kan het zomaar gebeuren – in 2022 misschien – dat twee van de laatste zekerheden in twijfel worden getrokken.

Eén: is mijn spaargeld bij banken nog veilig? En twee: kan een land in de Europese Unie onder zijn schuldenlast bezwijken?

Dat laatste dreigde in 2010 voor Griekenland, nu geldt dat voor Italië. Het is een onzekerheid zonder weerga. „In de eurocrisis liep de werkloosheid harder op dan in de kredietcrisis die eraan voorafging”, zegt Neuteboom. „Dat is mijn grootste vrees. Een tweede schok die de eerste overtreft.”

Elke zware economische crisis heeft in het verleden geleid tot bankenpijn. In de industrie- en vastgoedcrisis van 1980-1984 ging in Nederland één bank failliet, andere debacles werden afgewend door overnames, al dan niet met staatshulp. In 2008-2009 en nog een keer in 2013 spendeerde de overheid alles bij elkaar tientallen miljarden om banken en verzekeraars te redden.

Banken kunnen, zo leert de ervaring, hun stroppen in de kredietverlening wel een beetje uitsmeren. Maar lukt dat nu ook? De omvang van de wereldwijde schulden van overheden, bedrijven en particulieren is historisch hoog. Met dank aan die lage rente. Op Nederlandse woninghypotheken verliezen banken zelden grote bedragen, op projectontwikkelaars en kredieten des te meer. Het kan hard gaan. Eind 2019 reserveerde ING tientallen miljoenen voor één misgelopen handelsfinanciering. ABN Amro meldde recent op één krediet een strop van 180 miljoen.

Een bankencrisis kan opnieuw leiden tot overheidsingrepen, extra uitgaven, vertrouwensverlies en een naschok in de economie.

5 De capitulatie

Na zoveel stroppen zijn de banken in de loop van 2023 op hun hoede. Met het bedrijfsleven in de touwen en de consumenten in mineur komt de overheid nogmaals in beeld. Van Hoek: „De overheid moet méér risico nemen op het moment dat alle anderen juist mínder risico willen nemen.”

In de krediet- en eurocrisis kon de overheid met beperkte middelen veel doen. Maar meestal ontbrak de durf om risico’s te lopen, zegt Van Hoek. Hij schreef daar toen een boek over: De risicomijdende samenleving. Een voorbeeld: de overheid kan van de tekentafel nieuwbouwwoningen kopen, zodat de bouw in bedrijf blijft, en die huizen vervolgens doorverkopen. Want de schaarste die er was, is niet zomaar weg.

De uitzichtloosheid en economische pijn naderen hun hoogtepunt. Er móét wat gebeuren

Dit is ook de fase waarin ministers ambitieuze investeringsfondsen bedenken om de financiering van het bedrijfsleven uit te breiden omdat de verzwakte banken aarzelen krediet te geven.

De tweede politieke reflex: een nieuw Akkoord van Wassenaar. Dat is een afspraak tussen vakbonden, werkgevers en kabinet om de economie uit het slop te trekken. In het originele akkoord in 1982 ging het om loonmatiging en winstherstel. In 2013 was er een groot akkoord over de sociale zekerheid, versoepeling van ontslag en regulering van de arbeidsmarkt. Het hielp weinig.

Zulke afspraken zijn een teken dat de uitzichtloosheid en economische pijn hun hoogtepunt naderen. Er is sprake van capitulatie: politici en belangenclubs als werkgevers en vakbonden zijn bereid oude standpunten op te geven. Er móét wat gebeuren.

6 De bodem

Elke economische indicator heeft zijn eigen reactiesnelheid op een crisis. Neem de krediet- en eurocrisis. Het startpunt was concreet: 15 september 2008, de dag dat zakenbank Lehman Brothers failliet ging.

De aandelenmarkt deed er minder dan zes maanden over om zijn dieptepunt te bereiken. Dat was op 9 maart 2009.

Het consumentenvertrouwen deed er 53 maanden over. In februari en maart 2013 stond het vertrouwen op minus 41 procent.

De vacatures deden er ruim 57 maanden over. De bodem was in het tweede kwartaal van 2013: 91.300.

Faillissementen piekten ook na 57 maanden. In mei 2013: 800. (In heel 2013: 8.376)

De huizenmarkt bereikte na 58 maanden het dieptepunt in juni 2013.

Wanneer zal die bodem in deze crisis bereikt worden? Alles gaat nu anders en sneller, dus begin 2024 de eerste groene sprieten van herstel?

7 De verlossing

Elke crisis eindigt met herstel. Hoe? Neuteboom streept de mogelijkheden af. Het herstel komt niet, zoals in de jaren tachtig, via de export. Andere landen zijn misschien nog wel zwaarder getroffen dan Nederland. Ook niet uit de binnenlandse bestedingen. Mensen sparen uit voorzorg meer. Niet van de overheid, die haar uitgaven en investeringen op enig moment beteugelt om de staatsschuld in toom te houden. Dus dan blijft over: investeringen van bedrijven.

Van Hoek ziet ook een belangrijke rol voor de investeringen. In een crisis vallen bedrijven af, maar dit betekent ook dat de afzetmarkt groter wordt voor de ondernemingen die het wél redden. In combinatie met kostendaling en verbeterde winstmarges stimuleert dit na enige tijd ook weer de investeringen. Ook de export kan volgens hem meehelpen. Sommige landen komen iets eerder uit de crisis dan andere, waardoor de export naar deze landen ook weer toeneemt.

Waarom is hij overtuigd van het groeiherstel? „De productiefactoren zijn er. Ze verdwijnen niet door deze pandemie. Het arbeidsaanbod is er. De technologische kennis is er. De ondernemers zijn er.”