Opinie

De crisisaanpak vraagt om politieke beginselen. Welke?

Ideologie Welke politieke ideeën zitten er achter de crisisbestrijding van het kabinet? Welke waarden zouden leidend moeten zijn? kijken vanuit hun gedachtegoed naar de crisis.
Verplicht een mondkapje dragen behoort niet tot de maatregelen in de coronacrisisbestrijding.
Verplicht een mondkapje dragen behoort niet tot de maatregelen in de coronacrisisbestrijding. Foto Merlin Daleman

Dinsdag kondigde premier Mark Rutte (VVD) verdere versoepelingen van de lockdownmaatregelen aan. Met een slag om de arm: als het op straat en in het openbaar vervoer te druk wordt, gaan de versoepelingen mogelijk niet door. Het aantal ‘bewegingen’ van mensen en het aantal contacten met anderen is voor het kabinet de leidraad. De crisisbestrijding is nog steeds in de fase dat de modelmakers van het RIVM de opties doorrekenen; hun uitkomsten zijn bepalend voor de beslissingen die het kabinet vervolgens neemt.

Al een tijdje klinkt het pleidooi dat het kabinet zich niet langer alleen door medisch specialisten zou moeten laten adviseren. Nu de maatregelen stap voor stap versoepeld worden, is er ook deskundigheid op andere gebieden vereist, van economen en psychologen, van schooldirecteuren en ondernemers. De veronderstelling is daarbij dat deskundigen weten welk beleid er gevoerd moeten worden, ook al zijn experts en wetenschappers het niet altijd met elkaar eens.

Maar als bestuurder heb je niet alleen verstand van economie en samenleving nodig, maar ook morele beginselen en politieke waarden, om je beslissingen op te baseren. Tijdens een eerdere persconferentie in Den Haag sprak premier Rutte expliciet een liberaal principe uit: „De vrijheid van de een mag niet ten koste gaan van de gezondheid van de ander.”

Het kabinet kan zich niet louter door dit principe laten leiden. Als je wil bepalen welke voorwaarden je verbindt aan de overheidssteun voor door de crisis geraakte bedrijven, heb je meer basale ideeën over de samenleving nodig dan ‘gezondheid eerst’. Als het samen leven weer op gang komt en blijkt wat de schade van de coronacrisis is, moet je bepalen hoe je schaarse middelen wil verdelen voor het herstel, en op welke manieren je de samenleving misschien anders wil inrichten dan we tot de crisis deden. Dan is de vraag wat het belangrijkst is, zoals: bescherming tegen een nieuwe epidemie, herwaardering van de publieke zaak (zorg en onderwijs), terugdraaien van overheidsingrijpen in de economie, het vergroten van de bestaanszekerheid van werkenden, Nederland en Europa minder afhankelijk maken van autoritaire landen, verduurzaming?

De beslissingen in de crisisbestrijding die het kabinet neemt, zijn uiteindelijk, hoezeer het ook afgaat op adviezen van virologen en epidemiologen, altijd politieke beslissingen, waarin ideologische opvattingen over wat goed is voor samenleving en burgers doorklinken. Is er ideologie zichtbaar in de crisisbestrijding tot nu toe? En door welke waarden zou het kabinet zich moeten laten leiden? NRC vroeg de directeuren van de wetenschappelijke bureaus van de coalitiepartijen vanuit hun gedachtegoed naar de crisis te kijken.

Arnold de Groot redacteur Opinie

Staatsinmenging slechts tijdelijk

In de crisisbestrijding bleek het verschil tussen Noord- en Zuid-Europa niet alleen in de mate waarin landen hun zaakjes financieel-economisch op orde hadden. Terwijl Franse en Spaanse leiders ogenschijnlijk gretig en op ruime schaal dwang toepasten, geschiedde de inperking van vrijheden in noordelijker landen met meer weerzin. Het is een contrast tussen landen met hardnekkige autoritaire neigingen en landen met een dieper gewortelde vrijheidszin.

Toch dolven vrijheidsrechten ook in Nederland te makkelijk het onderspit. Parlementariërs die het kabinet bekritiseerden riepen eerst om méér lockdown en eisten later publiek gebruik van mondkapjes. Pas ná veel maatschappelijke kritiek kreeg de Kamer aandacht voor de privacyschending door een traceer-app. Dat de politie soms huisvredebreuk pleegt om te controleren of er niet te veel mensen bijeen zijn, schijnt slechts een enkele jurist te deren.

De toegenomen staatsinmenging smaakt menigeen naar meer. Het coronavirus begon echter niet te woekeren in een vrijemarkteconomie, maar in communistisch China dat klokkenluiders monddood maakte. In tijden van uitzonderlijke crisis – een oorlog of een pandemie – moet de staat tijdelijk inspringen. Maar wat in een noodsituatie onvermijdelijk is, vormt geen goed recept voor gewone tijden. Vraag je maar eens af of je de voor een oorlog benodigde legeromvang in vredestijd wil handhaven.

Deze analogie kan ons wat leren voor de toekomst van de gezondheidszorg. Tijdens de Koude Oorlog kon ons kernleger met reservisten (dienstplichtigen en vrijwilligers) zo nodig snel worden uitgebreid. In loodsen stonden tanks en ander materieel klaar mocht het Rode Leger aanvallen. Het is verstandig voor een volgende pandemie een soortgelijke reserve aan zorgverleners en medische voorzieningen op te bouwen. En net zomin als wij voor strategische goederen van de communistische wereld afhankelijk konden zijn, mogen wij dat voor geneeskundige en andere strategische middelen van bijvoorbeeld China zijn.

Zweden volgt tot nu toe een koers van zo min mogelijk inperking van burgerlijke vrijheden. Of dit ter voorkoming van ernstige ziektegevallen en doden de juiste aanpak is, kan pas achteraf worden vastgesteld. In plaats van de Zweden te kapittelen dient het eindresultaat grondig te worden geanalyseerd. Zo kunnen bij een volgende pandemie vrijheden wellicht beter overeind blijven.

Zolang geen vaccin of goed werkende virusremmer breed beschikbaar is, zullen wij met zekere beperkingen moeten leren leven. Dit wordt ‘het nieuwe normaal’ genoemd. Sommige beperkingen mogen noodzakelijk zijn. Maar zij mogen nooit normaal worden. Het enige normaal is dat niet de collectiviteit maar de individuele burger in zo groot mogelijke vrijheid zijn leven vormgeeft.

Van winst naar waarden

Crisisbestrijding is teamwerk. Er moet in gezamenlijkheid gehandeld worden, in de wetenschap dat een crisis geen crisis is als die volgens plan verloopt. Nu een uitweg uit de crisis moet worden gezocht, zal blijken of politieke partijen vaste ankers hebben en of ze hun denkwerk voor de langere termijn op orde hebben.

De coronapandemie zal een symbolisch scharnierpunt blijken te zijn. We gaan immers over deze bijzondere periode een collectief geheugen opbouwen. Toch zal de samenleving niet ineens veranderen. In ten minste drie opzichten moeten we hoopvolle wendingen die zich al voor de crisis aandienden nu aanmoedigen.

Eén: een beweging ‘van regelzucht naar burgerruimte’. Maakbaarheid en controledwang zijn dominante karaktertrekken van de moderne samenleving geworden. De overheid wil in toenemende mate alles controleren, protocolleren, risico’s uitsluiten; ook nu weer. Het leidt tot een angst- en toezichtcultuur waarin de schijn van veiligheid dicteert. Erken dat een risicoloze samenleving een illusie is.

De oplossing is gelukkig vaak al aan het werk. Burgers en bedrijven getuigen in deze crisis van verantwoordelijkheidsbesef en gemeenschapszin, van oud-verpleegkundigen die zich weer melden in het ziekenhuis tot ondernemers die mondkapjes inkopen. Het is niet de taak van bestuurders om een goede samenleving te maken, het is hun taak te bevorderen dat het binnen een samenleving gemakkelijker is om goed te zijn. Dat vraagt om vertrouwen in de veerkracht van een samenleving en een einde aan een verstikkende regelzucht.

Twee: een beweging ‘van ratrace naar relaties’. De crisis leert ons wat er echt toe doet: betekenisvolle relaties. In een prestatiemaatschappij, waarin we onszelf en de ander de maat nemen aan de hand van kortstondig succes, wordt dat al snel aan het zicht onttrokken. Bij het nadenken over ‘de wereld na corona’ zouden relationele praktijken leidend moeten zijn. Neem de gezondheidszorg. Zorg is geen product, maar een betekenisvolle relatie, en vanuit dat perspectief moeten we naar de organisatie van de gezondheidszorg kijken.

Drie: versterk de beweging ‘van winst naar waarden’. Economisch succes wordt nogal eens afgemeten aan geld. Het is ten opzichte van de economische crisis van 2008 winst dat nu bij de redding van KLM oog is voor waarden als duurzaamheid. Ook in internationale handelsrelaties – die we hard nodig hebben voor economisch herstel, onze redding ligt niet in protectionisme, nationalisatie en zelfvoorziening – doen die ertoe. We kennen al het begrip ‘civil society’. Misschien moeten we voortaan ook spreken van ‘civil economy’. De handelsmarkt is niet alleen een voertuig voor vrijblijvend wederzijds voordeel, maar ook voor beschaving, burgerlijke waarden en wederzijdse hulp.

Kansengelijkheid onder druk

Dankzij het harde werk van velen lijkt de meest acute nood van de coronacrisis achter de rug. Dit is het moment voor de terugkeer van de politiek. Voor fundamentele keuzes over de koers naar herstel. De crisis laat zien dat we het kapitalisme moeten hervormen. We worstelen met roofbedrijven zoals Booking.com die in goede tijden miljarden uitkeerden aan aandeelhouders, maar nu naar de overheid kijken om hun medewerkers te betalen. We zien monopolies, waardoor kleine groepjes bedrijven macht hebben over bijvoorbeeld medische testmiddelen of persoonlijke data. Handel gaat nu te vaak om de laagste prijs, waarin niet alle kosten zijn meegenomen, zoals klimaatschade. Dit benadeelt toekomstige generaties. Ook maakt het ons te afhankelijk van productie in landen als China en India. Belastingen en productie beter spreiden en monopolies openbreken, moeten hier het antwoord zijn, in plaats van te vallen voor de verleiding van nationalisme en protectionisme.

Groei van staatsschulden is onvermijdelijk en moet niet leiden tot een nieuwe periode van bezuinigingen die schade zou opleveren voor wat we nu proberen te behouden. Onderwijs, cultuur en sociale uitgaven en politie en justitie zijn er te belangrijk voor. Een (Europese) langetermijnaanpak dringt zich op.

Om iedereen in staat te stellen het leven na te streven dat hij of zij wil, zijn gelijke kansen nodig. Maar sociale verschillen in zelfredzaamheid, welvaart en opleidingsniveau hebben juist in deze crisis grote gevolgen. Zo bepaalde de afgelopen weken meer dan anders niet de school, maar de thuissituatie van kinderen hun leerniveau. Kinderen komen volgende week weer terug op school met een achterstand of juist een voorsprong, op basis van de situatie van hun ouders. Ook de halve lesweken van de komende tijd vergroten de verschillen tussen leerlingen. Die kansenongelijkheid is onverteerbaar.

Ook de sociaal-economische verschillen onder volwassenen zijn nu verder onder druk komen te staan. We zien de kosten van een arbeidsmarkt die is gebouwd op een buitensporige hoeveelheid flexibele en tijdelijke contracten. Wie leeft in onzekerheid, is niet daadwerkelijk vrij. Daarom moeten we flex en schijnzelfstandigheid niet langer bevoordelen boven duurzaam werk.

De weg naar herstel moet ingebed zijn in de democratische rechtsstaat. De afgelopen weken zagen we verregaande maatregelen op basis van gammele wetgeving, ministeries die Wob-verzoeken weigerden en een parlement dat feitelijk abdiceerde met een uitgeklede Kameragenda en videovergaderingen. De komende tijd moet worden voorkomen dat de trias politica uit balans raakt. Dat vraagt om transparantie van de overheid en een parlement dat haar controlerende taak volledig hervat. Voor de inzet van data en technologie (corona-apps) moet rechtsstatelijkheid het uitgangspunt zijn.

Blijf gezond, en blijf verbonden

‘Blijf gezond!’ De strijdkreet van deze dagen is krachtig, maar ook wel kwetsbaar. Want een mensenleven is kwetsbaar. Onze werkelijkheid is ‘gebroken’, zeggen gelovigen wel. Als er een kernbegrip is uit de christelijk-politieke traditie dat we niet moeten vergeten in deze crisis is het dat woord: gebrokenheid. We zijn geen goden, maar leven in de schaduw van de Schepper. Om het seculier uit te drukken: we zijn gewoonweg begrensde en beperkte wezens. Dat besef is vaak ver weg, ook in deze coronacrisis. Het paradijs van een leven in dankbare afhankelijkheid geven we snel op voor de appel van zelfbeschikking.

In de politiek vertaalt het verlangen naar zelfbeschikking zich in de droom van een maakbare maatschappij. Links wil die van overheidswege forceren. Liberalen lijken soms te geloven mensen hun leven allang naar hun hand kunnen zetten. De frustratie over een weerbarstige werkelijkheid baart keer op keer populistische politici. Is er een dreigende epidemie, dan willen populisten die buiten houden via een lockdown. Is er een vervelende lockdown, dan schreeuwen zij als eerste om een terugkeer naar het normale.

De coronacrisis laat zien dat er in onze gebroken werkelijkheid dilemma’s zijn, die we niet uit de weg moeten gaan. De bedreiging van mensenlevens vandaag de dag staat tegenover de wetenschap dat we door de epidemie heen moeten. De volksgezondheid tegenover de economie, die nodig is om de zorg betaalbaar te houden. Onze fysieke gezondheid tegenover de mentale, die draait om sociale relaties, die ons leven zin geven. Er komen nu al berichten binnen over toegenomen psychische problematiek en depressies. En waar voelden we dit dilemma meer dan in het verpleeghuis, waar we om mensenlevens te redden, mensen hebben laten sterven in eenzaamheid en zo hun laatste beetje menselijkheid hebben ontnomen?

Het idee van een intelligente lockdown is wat dat betreft zo dom nog niet. We leven geïsoleerder dan we gewend waren, maar letten ook ‘een beetje’ op elkaar – zoals de premier het in de prachtige taal van de polder uitdrukte. Intelligent hebben we te blijven in onze persoonlijke levens en in de politiek. Steeds nadrukkelijker hebben we afwegingen te maken tussen het redden van mensenlevens hier en nu en de boel wel ‘een beetje’ leefbaar te houden met elkaar. Omdat ons leven nooit helemaal heel is. Dat maakt ons ook tot mens. En daarin mogen we elkaars tekorten aanvullen. Laat het onderliggende motief daarom niet zozeer zijn: ‘blijf gezond!’ Laten we in deze gebroken wereld ook tegen elkaar zeggen: ‘blijf mens!’ en ‘blijf verbonden!’

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.