De coronacrisis is een ‘onvoorstelbare gamechanger’ voor de arbeidsmarkt

Op de arbeidsmarkt Meer ongelijkheid, grote verschuivingen in de werkgelegenheid en strengere regels voor flexwerk. De coronacrisis kan de arbeidsmarkt blijvend veranderen. „Op macabere wijze wordt nu zichtbaar wat er mis is.”

Illustratie Roland Blokhuizen

De Nederlandse arbeidsmarkt is oneerlijk en moet ingrijpend hervormd worden. Politici en wetenschappers namen deze waarschuwing, van twee verschillende kabinetsadviseurs, in januari dit jaar direct serieus. Nu lijkt helemaal niemand er meer omheen te kunnen.

Toen werd het gezegd, nu wordt het gevoeld. De zwaksten in de samenleving werken het vaakst via onzekere flexcontracten, schreven de commissie-Borstlap, ingesteld door het kabinet, en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). En nu een nieuwe economische crisis uitbreekt, raken deze flexwerkers als eerste hun baan kwijt.

De kloof tussen ‘vast’ en ‘flex’ staat daarom weer hoog op de politieke agenda, en de rapporten van Borstlap en WRR worden veelvuldig geciteerd. De coronacrisis kan de arbeidsmarkt blijvend veranderen, verwachten deskundigen.

 

1 Ongelijkheid groeit

„Zoals iedere crisis vergroot de coronacrisis bestaande ongelijkheid”, zegt arbeidssocioloog Fabian Dekker van onderzoeksbureau SEOR, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Die ongelijkheid is vooral zichtbaar tussen opleidingsniveaus. Van de hoogopgeleide werknemers heeft slechts 16 procent een flexcontract (zelfstandigen buiten beschouwing gelaten), van de laagopgeleiden liefst 40 procent.

Vooral deze flexwerkers melden zich nu voor een werkloosheidsuitkering, zien gemeenten en uitkeringsinstantie UWV.

Ook in de vorige crisis kregen laagopgeleiden de zwaarste klappen. Bij hen steeg de werkloosheid in vijf jaar tijd van 7 naar ruim 13 procent. Bij hoogopgeleiden was dat van 2,3 naar 4,5 procent. Het effect van die crisis was blijvend voelbaar, schreef het Centraal Planbureau vorig jaar: de koopkrachtstijging van deze lagere inkomensgroepen is „duidelijk achtergebleven”.

Er is ook een verschil met de vorige crisis: het kabinet probeert met zijn steunpakketten ook flexwerkers te helpen. De loonsteunmaatregel NOW mógen bedrijven gebruiken om flexwerkers te behouden. En voor zelfstandigen (zzp’ers) die inkomsten zien wegvallen, is een nooduitkering opgetuigd.

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan Tilburg University, was positief verrast over al die steun. „Als je bedenkt dat vier op de tien Nederlanders flexwerker of zzp’er is, had ook in één klap 40 procent van de beroepsbevolking buiten kunnen staan.” Al kan dat nog steeds gebeuren, zegt hij. „We weten niet hoe lang het kabinet deze steunoperatie volhoudt met een oplopende staatsschuld.”

Lees ook: Vooral jongeren met flexcontract melden zich voor bijstand

 

2 Positie jongeren slechter

Tientallen jaren was het vanzelfsprekend: de jongvolwassenen verdienen gemiddeld meer dan hun ouders toen die dezelfde leeftijd hadden. Maar nu niet meer.

Dertigers overtreffen hun ouders minder vaak in inkomen dan tien jaar geleden, bleek in 2018 uit onderzoek van Tilburg University en het ministerie van Sociale Zaken. Waarschijnlijk voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog is een nieuwe generatie slechter af dan de voorgaande, zei de auteur van de studie.

Jarenlang profiteerde de economie van een groeiende beroepsbevolking en een stijgend opleidingsniveau. Die welvaartswinst wordt nu niet meer geboekt.

Nu flexwerkers vaak hun werk verliezen, worden vooral jongeren hard geraakt, omdat zij bovengemiddeld vaak een flexcontract hebben. In maart steeg het aantal nieuwe WW-uitkeringen voor 15- tot 25-jarigen met 185 procent ten opzichte van de voorgaande maand, meldde uitkeringsinstantie UWV onlangs.

De positie van jongeren is verslechterd, waarschuwde ook de Sociaal-Economische Raad vorig jaar, een belangrijke regeringsadviseur, bestaande uit werkgevers, vakbonden en deskundige ‘kroonleden’. Tien jaar geleden had de meerderheid van de jongeren op 24-jarige leeftijd een vast contract, nu is dat drie jaar later: op 27-jarige leeftijd.

Lees meer over het SER-rapport: Jongere voelt van alle kanten druk

Bovendien betreden jongeren de arbeidsmarkt vaak met een grote studieschuld, doordat de basisbeurs niet meer bestaat, en kunnen ze minder vaak een huis kopen. Daardoor schuiven belangrijke mijlpalen op: twintigers blijven langer bij hun ouders wonen, gaan later samenwonen en krijgen later het eerste kind.

Hoe langer de coronacrisis aanhoudt, hoe slechter voor jongeren, omdat een vast contract nog moeilijker bereikbaar wordt. Vooral voor jongeren met een lage opleiding is de impact groot, zegt hoogleraar Wilthagen. „Hbo’ers kunnen hen gemakkelijk verdringen.” Hij ziet het somber in voor mbo’ers die net een opleiding in de richting van horeca, toerisme en evenementen hebben afgerond. „Ondernemers in die sectoren hebben nu al te veel personeel voor de beperkte omzet die ze kunnen genereren.”

Illustratie Roland Blokhuizen

 

3 Werk verschuift

Het lijkt zo tegenstrijdig: de werkloosheid loopt op, terwijl zorg, landbouw (door de afwezigheid van arbeidsmigranten) en distributiecentra alleen maar meer personeel nodig hebben.

De logische consequentie: veel mensen moeten overstappen naar een andere sector. Uitzendbureau Randstad ziet zijn online cursus Nederlands al veel populairder worden, zegt directeur arbeidsmarkt Marjolein ten Hoonte. „Kennelijk denken mensen: in de horeca red ik me wel met Engels, maar als ik ergens anders wil werken, moet ik wat aan mijn Nederlands doen.”

De komende jaren zal nog veel meer werkgelegenheid verschuiven, denkt Wilthagen. Landen willen bijvoorbeeld meer zelfvoorzienend worden. „Denk aan opzetten van een eigen industrie voor mondkapjes, beademingsapparatuur, testen. Maar bijvoorbeeld ook: waarom zou je garnalen in het IJsselmeer vangen, in Marokko laten pellen en dan weer hier verkopen?” Die tendens is niet nieuw, maar wordt wel versterkt.

Ook als het vliegverkeer langdurig afneemt, zal het effect op de werkgelegenheid groot zijn, vooral in de regio Amsterdam. Niet alleen door de krimp van Schiphol, ook door het wegvallen van toerisme.

De cruciale vraag is nu: hoe makkelijk kunnen mensen van sector veranderen? „Ik ben daar niet optimistisch over”, zegt Wilthagen. „Stel: ik heb net mijn mbo-diploma eventmanagement gehaald en ik zie dat er geen werk is. Ik wil niet naar het hbo en een nieuwe mbo-opleiding vind ik te duur. Wat moet ik dan?” Voor zulke mensen, vindt Wilthagen, heeft Nederland veel te weinig korte leerwerktrajecten, waarin ze al direct na hun overstap geld kunnen verdienen.

Een ander obstakel is de financiering. Nederlanders die zich willen omscholen, moeten dat vaak zelf betalen. Dat kan een drempel zijn. „We missen grote werk-naar-werkarrangementen”, zegt Wilthagen. „In Zweden en Finland sparen bedrijven geld voor werknemers in transitiefondsen. Niet alleen voor scholing binnen hun eigen sector, wat in Nederland ook gebeurt, maar vooral voor transities naar andere sectoren. Dat kennen wij niet.”

Ook in werklozen wordt weinig geïnvesteerd: UWV en gemeenten hebben de taak hen vooral snél aan een baan te helpen. Of die baan ook veel toekomstperspectief biedt, is minder belangrijk. Zelf zouden UWV en gemeenten veel meer scholingsmogelijkheden willen aanbieden, maar daar hebben ze het geld niet voor. Nederland investeert vergeleken met andere landen weinig in dit soort ‘actief arbeidsmarktbeleid’, schreef de WRR in januari.

Lees ook: Werk moet mensvriendelijker worden, zegt de WRR

 

4 Nieuwe regels flexwerk

De coronacrisis is „een onvoorstelbare gamechanger” voor de regels rond werk, verwacht Hans Borstlap. Hij was voorzitter van de commissie die het kabinet hierover in januari adviseerde. „Op macabere wijze wordt nu zichtbaar wat er mis is”, zegt hij.

Hij denkt vooral aan zzp’ers. Zijn dat allemaal wel échte ondernemers? Ongeveer een op de vijf zelfstandigen heeft amper financiële reserves, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs. Zij kunnen zich geen drie maanden redden zonder inkomsten.

„Natuurlijk is dit een rampzalige tegenslag”, zegt Borstlap, die eerder topambtenaar was op het ministerie van Sociale Zaken en lid van de Raad van State. „Maar een klassieke ondernemer weet dat hij met tegenslag te maken kan krijgen. Dan is het op zijn minst opmerkelijk als je niet één of twee maanden zonder inkomsten kunt.”

Veel zelfstandigen vragen nu een uitkering aan. Ze doen een beroep op publiek geld, zegt Borstlap, „maar dragen daar zelf in veel mindere mate aan bij”. Zzp’ers hebben veel belastingvoordelen. Als zij een sterke onderhandelingspositie hebben ten opzichte van hun opdrachtgevers profiteren ze daar zelf van. Als ze zwak staan, drukt het belastingvoordeel hun tarief, zodat zij goedkoper worden dan werknemers.

Een klassieke ondernemer weet dat hij met tegenslag te maken kan krijgen

Hans Borstlap kabinetsadviseur

Die belastingvoordelen moeten geschrapt worden, adviseerde zijn commissie, zodat werknemers minder worden verdrongen door zelfstandigen. Alleen wie écht ondernemerschap toont, moet fiscaal ondersteund worden – wie investeert in kapitaal bijvoorbeeld, zoals een kassa of kappersstoel.

Borstlap bepleitte verder een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden, inclusief zzp’ers. En drastische inperking van de veelheid aan flexibele arbeidscontracten, zoals payrolling, nulurencontracten en contracting.

De crisis maakt het advies van Borstlap alleen maar urgenter, zegt ook arbeidssocioloog Fabian Dekker. „Ik denk dat de wildgroei aan flexcontracten nu extra snel aangepakt wordt. We zien hoe de crisis vooral flexwerkers raakt, die vaak ook weinig WW-rechten hebben opgebouwd.” En wie geen WW-uitkering kan krijgen, valt direct terug op de bijstand, die veel lager is.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) zei al in januari dat hij wil voorkomen dat het rapport van Borstlap in „de onderste la van mijn bureau” belandt. Toch is de kans groot dat hij écht grote hervormingen aan het volgende kabinet overlaat. In maart volgend jaar zijn alweer Tweede Kamerverkiezingen. Dat is te snel om nog ingrijpende wetten door het parlement te loodsen.

Lees meer over de commissie-Borstlap: 47 adviezen over de arbeidsmarkt - dit zijn de belangrijkste

Vakbonden en werkgevers kunnen in dat gat springen. Zij zien elkaar nu elke week, in crisisvergaderingen met het kabinet. Daarnaast kijken ze in de Sociaal-Economische Raad al voorzichtig naar de lange termijn, met als mogelijke uitkomst: een sociaal akkoord. Als de sociale partners overeenstemming bereiken over de regels rond werk, is de kans groot dat het volgende kabinet die serieus neemt – want draagvlak is dan verzekerd.

Maar of vakbonden en werkgevers het eens worden, is erg onzeker. Werkgevers hechten aan hun ‘flexibele schil’ en vinden het ouderwets dat Borstlap zo de nadruk legde op het vaste contract. Vakbonden willen juist niet tornen aan de rechten van vaste werknemers. Borstlap noemde dat noodzakelijk: als flexwerk wordt ingeperkt, moet het vaste contract ‘flexibeler’ worden, bijvoorbeeld via versobering van de ontslagbescherming.

Weigeren de sociale partners compromissen te sluiten? Dan mag het volgende kabinet de moeilijke keuzes maken. Om daarna de lobby van teleurgestelde werkgevers of acties van boze vakbonden te trotseren.

JONGE FLEXWERKERS
Shivani Jaimian Irayen (24) ‘Ik belde en zei: laat me in ieder geval op gesprek komen’

„Half april werd ik gebeld door een van mijn teamleiders: ik was niet meer nodig bij PortingXS, een bedrijf dat nummerbehoud regelt voor mensen die van telefonieprovider veranderen. Ik was de enige met een nulurencontract. Het was mijn eerste echte baan. Ik werkte daar sinds augustus als helpdeskmedewerker en mocht later ook administratief werk doen. Eigenlijk kwam ik niet in aanmerking voor die functies, omdat ik alleen een vmbo-diploma heb.

„Dat komt doordat ik op de middelbare school gepest ben – zo erg dat ik een trauma opliep. Soms verstopte ik me op school hele dagen op het toilet. Ik ben overgestapt naar het speciaal onderwijs, met therapie. Daardoor kon ik mijn staatsexamen vmbo halen. Ik wilde ook een vervolgdiploma halen, dus ik ben aan allerlei opleidingen begonnen: commercieel medewerker binnendienst, verzorgende IG, schoonheidsspecialist. Op een of andere manier lukte het me niet om het af te maken, soms kwamen op het laatst weer oude angsten naar boven.

„Maar ik geef niet snel op. Toen mijn spaargeld op was, ben ik vacatures gaan zoeken en kwam ik deze baan bij PortingXS tegen. Ik werd afgewezen omdat ze alleen hbo- en universitaire studenten wilden hebben: je moet met ingewikkelde systemen werken. Maar ik belde en zei: laat me in ieder geval op gesprek komen, ik ben enthousiast en weet dat ik het kan. In dat gesprek vertelde ik over mijn situatie. Ik zei: laat me mijzelf in twee weken bewijzen. Daarna mocht ik blijven.

„Dat ik nu werkloos ben, maakt mij niet depressief ofzo. Ik ben blij dat ik werkervaring heb opgedaan en ga nu verder. Ik ken al vijf mensen bij uitzendbureau Randstad en ook een aantal bij Unique die nu mijn achtergrond kennen. Tegen hen zeg ik steeds: ook al voldoe ik niet aan alle eisen, ik weet dat ik het kan.

„Donderdagochtend kreeg ik nog een afwijzing van Randstad. Ik zag daar een vacature voor de klantenservice van een gemeente – en ik zou erg graag bij de overheid werken. De gemeente eist een afgeronde opleiding, zei de vrouw van Randstad, en er hebben zich al betere kandidaten gemeld. Ik vroeg: kun je niet wat extra moeite voor me doen en vragen of ik een test mag afleggen? Dan kan ik bewijzen dat ik het juiste niveau heb. ’s Middags belde ze terug: ik mag de test maken.”

Susan te Boekhorst (25) ‘Ik zoek elke dag naar vacatures, maar het is lastig’

„Dit zou een bijzonder jaar voor me worden. Ik werkte net twee jaar als projectmanager bij Eventure in Nijmegen, dat levert bar- en kassapersoneel aan festivals en evenementen. Dit jaar zou ik verantwoordelijk zijn voor Bevrijdingspop in Haarlem, een concert van Normaal in Lochem, Concert at Sea en voor het eerst, als kers op de taart: Lowlands.

„Het was in maart al meteen duidelijk dat het moeilijk zou worden voor ons bedrijf. Niemand weet wanneer er weer een festival georganiseerd mag worden in Nederland. Op 13 april hoorde ik definitief dat mijn directie faillissement had aangevraagd. Dat voelde als een behoorlijke klap, ook al kon ik het zien aankomen. Het was toch een grote speler in de evenementenmarkt. Ik baal ontzettend. Dit jaar had ik met Lowlands het maximale uit mijn baan kunnen halen.

„Het was echt leuk werk. Je begint voor elk festival met het maken van een begroting. Dan kom je op een personeelsaantal, dat je per bar inroostert. Tijdens het festival leid je alles in goede banen, en ben je verantwoordelijk voor honderden uitzendkrachten. Dat kan extreem chaotisch zijn, maar dat is juist leuk: er zijn nooit twee dagen hetzelfde. Bij Concert at Sea was het vorig jaar heel heet, meer dan 30 graden, en het barpersoneel stond in de volle zon te werken. Dan doe ik hard mijn best om het wat draaglijker te maken, bijvoorbeeld met extra pauzes en water.

„Ik hoop snel weer aan het werk te zijn, want ik hou niet van stilzitten. Gelukkig krijg ik deze maand nog salaris. Als het goed is, worden ook mijn vakantiedagen en vakantiegeld uitbetaald. Voor 1 juni moet ik wel echt een nieuwe baan hebben, want de WW-uitkering is te laag om mijn appartement te kunnen blijven betalen. De bijstand is al helemaal geen optie.

„Ik zoek elke dag naar vacatures, maar het is lastig. Alle sectoren waar ik affiniteit mee dacht te hebben – evenementen, horeca – liggen stil. In andere sectoren heb ik geen werkervaring, dus daar voldoe ik al snel niet aan de functie-eisen. Het ziet er best hopeloos uit, maar ik ga gewoon alles proberen. Misschien vind ik wel een droombaan in een heel andere branche. Ik zoek ook in de richting van dierenwelzijn. Daar heb ik een opleiding voor gevolgd voordat ik aan mijn hbo-studie eventmanagement begon. Duurzaamheid en milieu vind ik ook interessant.”