Opinie

Crisis met dikke staart

Column Deze ene crisis valt misschien nog mee. Maar hoe zit het met de volgende, vraagt Beatrice de Graaf zich af.

Beatrice de Graaf

‘Heel lang geleden, vóór de corona en toen we nog naar school gingen”, zo begint mijn jongste kind (7 jaar) tegenwoordig zijn verhalen over vroeger, toen we nog naar het pannenkoekenrestaurantje en naar het zwembad gingen. ‘De corona’ is in zijn manier van vertellen zoiets als ‘de bezetting’ in de verhalen van onze grootouders. Ik weet ook wel dat je zoiets gruwelijks als een moordpartij op industriële schaal niet zomaar met deze periode van ‘de corona’ kan vergelijken. Maar de beleving en de narratieve verwerking ervan, zo legde Floor Rusman laatst ook al treffend uit, vertonen wel degelijk overeenkomsten.

Die beleving is cruciaal. We staan te kijken naar een treinongeluk in slow motion. We hebben het aantal slachtoffers zien stijgen en het aantal sterfgevallen gelukkig ook weer langzaam zien afnemen. Die directe noodsituatie is voorbij. Maar de crisis nog niet. Afgelopen week kon ik deelnemen aan een webinar met Frank Snowden, de Yale-historicus die het briljante boek Epidemics and Society schreef. Hij legde uit dat herstel en veerkracht na crises veroorzaakt door pandemieën niet alleen maar afhangt van de mortaliteit (die bij Covid-19 vele malen lager is dan van de pandemieën waar vaak naar wordt verwezen, van builenpest tot Spaanse griep). Volgens hem gaat het er ook om hoe láng een crisis duurt, en in hoever een crisis „een samenleving belegert”, lays siege to a society. Want dat doet iets met de beleving van de bevolking.

Niet beklijfde epidemie

De Spaanse Griep kwam in drie onderscheiden pieken, waarbij elke piek hoogstens een paar weken duurde. Omdat er ook nog wel wat anders aan de hand was (naweeën van de Eerste Wereldoorlog, vredesonderhandelingen) beklijfde die Spaanse Griep verder niet in het publieke geheugen. Dat klopt ook, want in vrijwel alle geschiedenisboeken is het slechts een voetnoot. Pas nu denken we er weer aan terug. De pest en de cholera daarentegen hielden steden steeds gedurende meerdere jaren in hun greep (en dat eeuwenlang). Daardoor is de impact van die plagen vele malen heftiger geweest, ook in kunst, religie en beleid.

Covid-19 lijkt in de manier waarop de pandemie aanhoudt, afflauwt, in dekking gaat en weer toeslaat vooralsnog meer op de cholera dan op de Spaanse griep, ook al is de mortaliteit dus echt vele malen lager. Maar, legt Snowden uit, door de globalisering, de hyperconnectiviteit en de hyperemotionalisering van de huidige samenlevingen, slaat Covid-19 in de beleving daarentegen wel degelijk heftig toe. Het gaat ook niet alleen maar om de curve besmettingen, opnames en dodelijke slachtoffers. Ook de werkloosheidscurve, de huiselijkgeweldscurve, de armoedecurve en de leerachterstandscurve tellen tegenwoordig mee (en terecht). Wat doet dat met de beleving van herstel, hoop en rechtvaardigheid in een samenleving? En wat doet die wekenlange fascinatie voor ziekte en besmetting met mensen?

Roekeloos

Toch is het goed, dat we ons deze crisis inprenten. En dat de perceptie diep gaat. Hoe graag we ook allemaal verlangen naar ‘het oude normaal’, het zou roekeloos zijn om de wereld van ‘vóór de corona’ zomaar te activeren. Want deze crisis heeft daarvoor een te dikke staart.

Niet alleen de historicus Snowden merkte op dat deze pandemie een langere nawee heeft dan andere soorten. Ook de statisticus Nassim Nicholas Taleb onderstreepte in een veel gedeelde presentatie voor de Duitse KNAW (de Leopoldina) dat gebeurtenissen zoals Covid-19-crisis niet passen bij het schema van een statistische normaalverdeling. Het zijn gebeurtenissen met een ‘dikkestaartstatistiek’, fat tail events. Zo’n verdeling met een dikke staart vertelt je dat extreme gebeurtenissen vaker voorkomen dan een normaalverdeling impliceert. Een onderschatting van het risico ligt dan op de loer.

Volgens Taleb moeten we ervan uitgaan dat zulke afwijkende, heftige gebeurtenissen vaker optreden dan we dachten. En dat in tijden van globalisering die fat tail events bovendien een grotere impact hebben dan voorheen. Misschien niet in mortaliteit, maar wel op het vlak van economie, werkgelegenheid en welzijn.

Daarom is volgens Taleb is een kleine dosis angst juist goed. Fat tail events zijn in deze hyperverbonden wereld gevaarlijk. Het is dus rationeel om te denken dat het niet meevalt. Deze ene crisis misschien nog wel. Maar wat als het volgend jaar misgaat met een ander virus? Na de coronacrisis is vóór de crisis, aldus Taleb.

Diepe wonden geslagen

Ik reken mijzelf graag tot de groep nuchtere burgers en onderzoekers. Ook ik heb benadrukt dat de Covid-19-crisis voor de betrokkenen diepe wonden heeft geslagen, maar dat het er vooralsnog op lijkt dat de meeste mensen in ons land er goed van zijn afgekomen en dat onze economie dit kan hebben.

Maar toch. Kunnen we zoiets nog een paar keer verstouwen, de komende jaren? Met Taleb en Snowden moeten we erkennen dat ‘de corona’ als afgesloten periode niet bestaat. Het zal een vijand zijn die op de loer blijft liggen en onze geglobaliseerde wereld duurzaam zal belagen. Om in de oorlogsterminologie te blijven: niet defaitisme en polarisering, maar wederopbouw en collectieve samenwerking zijn nu geboden, net als na 1945. Samenwerken, investeren, innoveren, de WHO meer tanden geven – dat is de enige manier om het venijn uit de staart van ‘de corona’ te halen.

Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.