Corona vergroot de kloof tussen gezond en ongezond Nederland

De meeste mensen eten tijdens de coronacrisis hetzelfde als voorheen. Een kleine groep eet juist gezonder, maar er is ook een groep die een toch al ongezonde levensstijl verder ziet verslechteren.

Hardlopen in Haarlem.
Hardlopen in Haarlem. Foto: Olivier Middendorp

Klaas Dijkhoff trok bij het coronadebat van afgelopen donderdag zijn vestje nog eens over zijn buik toen hij uit zijn Tweede Kamerbankje kwam en zei daarna: „Ik las dat mensen er nu gemiddeld twee tot drie coronakilo’s bij hebben. Het zou fijn zijn als die er weer af gesport kunnen worden. Ik vraag dit voor een vriend.”

Lees ook: Let een beetje op jezelf, ook thuis

Iedereen kan die ‘vriend’ van Klaas Dijkhoff zijn. Hoeveel Nederlanders gemiddeld zijn aangekomen sinds eind maart is niet bekend, maar in landen als China, Frankrijk en Italië klonk het ook al: een paar kilo extra zit er zo aan.

Het Voedingscentrum kwam deze week met onderzoek dat enigszins gerust leek te stellen: 83 procent van de ondervraagde Nederlanders eet nog hetzelfde als voor de coronacrisis. Slechts 7 procent zegt ongezonder te eten, 10 procent eet gezonder. Eenderde let meer op het gewicht – al betekent dat nog niet dat de weegschaal ook altijd goed nieuws heeft, een kwart snoept intussen wel meer.

Ook het RIVM en de GGD’s vroegen Nederlanders naar hun welbevinden en ook daaruit bleek dat de meeste mensen niet ineens anders eten (73 procent). Maar de grafieken laten naast het brede midden ook twee uitersten zien: tegenover een kleine groep die nu werk maakt van zijn gezondheid staat een groep die juist meer drinkt en rookt, ongezonder eet en vooral (veel) minder beweegt.

Je zou het de coronakloof kunnen noemen. Wat voor de één een kans is, is voor de ander een bedreiging. Waarom lukt het de één om elke dag flink te wandelen en daarna zelf een mediterrane maaltijd te koken terwijl de ander met een pizza op de bank Netflix uitkijkt?

Extra verleiding

De één is gevoeliger voor eten als beloning dan de ander, zegt Emely de Vet, hoogleraar Consumptie en Gezonde leefstijl aan de Wageningen Universiteit. Laat dan net zoet, zout en vet het belonendst zijn. En waar voor de één het thuiswerken een verbetering is – geen kipcorn meer bij het pompstation, geen magnetronmaaltijden na een lange dag op kantoor – is een werkplek naast de koelkast voor anderen juist een extra verleiding.

Lees ook: Vanwege corona is dat buikje een nog grotere zorg

Of we de teugels nu bewust laten vieren, vraagt De Vet zich af: „Veel gedrag is niet zo bewust, de meeste keuzes maken we uit gewoonte. Om nieuwe gewoontes te vormen heb je een stabiele context nodig.” Het is dan ook interessant, zegt ze, om te kijken wat er na corona gebeurt. „Als de context weer verandert, houden mensen hun goede of slechte gewoontes dan vast of vallen ze terug in hun oude gedrag?” De omgeving is vaak bepalender dan wilskracht, zegt De Vet.

Niet aankomen lijkt een keuze. Gewoon niet méér eten dan je verbrandt. „Maar je moet het je wel kunnen permitteren om gezond te eten, ook mentaal”, zegt De Vet. „Gezond eten kost tijd en energie. Veel mensen ervaren nu meer stress en druk. Als je zonder inkomen zit, heb je weinig ruimte over om aan gezond eten te denken. Goed voor jezelf kunnen zorgen is een luxe.”

De coronacrisis is vaak eerder een bedreiging dan een kans, als het om de kilo’s gaat. Dat speelt in alle lagen van de bevolking. Maar mensen met lagere inkomens en een lager opleidingsniveau leefden al in een ongezondere voedselomgeving en staan dus achter. De Vet: „Er zijn grote verschillen in leefstijl en gezondheid. Ik vermoed dat dat verschil door deze crisis alleen maar groter wordt.”

Ook Jaap Seidell, hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de VU, ziet niet alleen maar lonkende perspectieven. „We doen doorlopend onderzoek en we zien nu: een deel van de mensen grijpt de crisis aan om gezonder te leven, maar als je met een groot gezin op een klein appartement woont, je leeft in een buurt met een ongezond voedselaanbod, gymnastiek en sport vallen weg – probeer dat dan maar eens te compenseren.” Zelf bedacht hij dat hij zijn 10.000 stappen moest inplannen, toen hij niet meer elke dag naar de VU hoefde. „Maar niet iedereen is zo zelfredzaam en creatief.”