Recensie

Recensie Boeken

Nachtenlange, in drugs gedrenkte orgieën met de ‘heks’

Fernanda Melchor In een horrorverhaal, vol geweld en voortrazende stemmen, schildert deze Mexicaanse Booker Prize-kandidaat het caleidoscopisch beeld van een dorp waar ondanks alles toch zachtheid en intimiteit te vinden zijn. (●●●●●)

In het historische centrum van Mexico-Stad werkt een kunstenaar aan zijn muurschildering.
In het historische centrum van Mexico-Stad werkt een kunstenaar aan zijn muurschildering. Foto Manuel Velasquez/Anadolu Agency/Getty Images

La Matosa, een (fictief) Mexicaans dorp omringd door eindeloze velden suikerriet, is een verzameling uitgezakte, modderige krotten vol armoedzaaiers, drugsverslaafden, criminelen, prostituees en gekken. Maar één bewoner is het allergrootste uitschot van allemaal, en dat is de Heks. Volgens de dorpsbewoners zelf dan. Ze heeft niet eens een naam, zelfs haar moeder, de Oude Heks, noemde haar alleen maar ‘jij, idioot, of jij, klotegriet, of jij, verdomd duivelskind’.

De Heks is de zwarte zon van het dorp. Iedereen spuugt op haar, maar stiekem komen de vrouwen langs voor een brouwsel dat hun ongeboren kind laat afdrijven, of om een luisterend oor voor ‘de droefheid die zonder hoop in haar strot klapwiekte’. En de jongens bezoeken haar, in dat vuile huis vol zakken afval en plukken haar en bloedspetters op de grond, voor de nachtenlange, in drugs gedrenkte orgieën met de Heks, die er nog geld voor geeft ook.

Orkaanseizoen begint met de vondst van haar dode lichaam in een kanaal. Ze is al aan het vergaan, ligt in een wolk van groene vliegen en plastic zakken. Vijf spelende kinderen treffen haar aan, en zien ‘het donkere mombakkes dat kolkte in een myriade van zwarte slangen en dat glimlachte’. De sinistere glimlach is als een vooruitwijzing: dit is een horrorverhaal, gruwelijk, verpletterend, en levensecht, en hoewel het boek bol staat van walgelijke misdaden, zullen er momenten van zachtheid en intimiteit zijn.

De Mexicaanse Fernanda Melchor (1982) is naast Marieke Lucas Rijneveld een kanshebber voor de International Booker Prize, die op 19 mei zou worden uitgereikt, maar vanwege de pandemie – en de maatregelen die de toegang tot boekhandels beperken – tot de zomer is uitgesteld. Melchor beschrijft in Orkaanseizoen hoe een lokale gemeenschap geregeerd wordt door uitzichtloze armoede en geweld, in een wetteloze samenleving waarin de politie niet te onderscheiden is van het heersende drugskartel. De gemeenschap is totaal onbeschermd, vertrapt door het systeem; toegang tot medische hulp en educatie is er nauwelijks. De aanleg van een snelweg, wanneer er olie in de buurt wordt gevonden, brengt nauwelijks verbetering; die blijkt vooral voor de aanvoer van rijke mannen te zorgen, die jonge jongens in ruil voor bier of drugs misbruiken.

Vrouwenhaat

De Heks is in die wereld zowel de enige hoop, met haar kennis van kruiden en rituelen, als de zondebok van de inwoners. Op haar wordt alle misogynie en homofobie geconcentreerd – over haar gender bestaan verschillende theorieën in de loop van het boek. Vaak is geschreven dat Melchor laat zien hoe vrouwenhaat in de folklore van Mexico verankerd is, maar dat gaat voorbij aan het feit dat deze mythologie vrouwen juist ook meer vrijheid geeft: alleen dankzij de heks kunnen vrouwen verlost worden van ongewenste zwangerschap, alleen de heks luistert naar hun verhalen. En niet de folklore, maar de drugskartels zijn verantwoordelijk voor de golf aan geweld. Volgens de cijfers van de Mexicaanse afdeling van de vrouwenrechtenorganisatie van de VN sterven tien vrouwen per dag een gewelddadige dood; Veracruz, waar Melchor vandaan komt, staat in die bedroevende statistiek bovenaan. De slachtoffers worden vaak volledig verminkt teruggevonden.

Maar systeemkritiek huist niet tussen de zinnen van Orkaanseizoen. Het boek wordt verteld van binnenuit, eerst door een mythische, gemeenschappelijke stem van de inwoners, later van perspectief verspringend tussen verschillende personages. De stem wisselt soms middenin een zin tussen de derde en eerste persoon enkelvoud, verglijdt naadloos van scheldkanonnades in lyrisch, geil proza. En omdat Melchor immens lange zinnen schrijft van soms meer pagina’s, zinnen die het lezen niet vertragen maar juist vooruit doen schieten, heb je de indruk één lange, vuilbekkende tirade te lezen. De stemmen razen voort alsof de mensen al die tijd niets gevraagd was en ze eindelijk hun verhaal kunnen doen. Of misschien denderen ze zo door om er maar voor te zorgen dat de Heks zelf niet aan het woord komt.

Verslaafd aan kalmeringspillen

Zo ontstaat een caleidoscopisch beeld van de dorpsgemeenschap, en van de omstandigheden die leidden tot de moord. We lezen over Yesenia, die door iedereen ‘Hagedis’ wordt genoemd, een jonge vrouw die moet opdraaien voor alle rottigheid die haar neefje Luismi uithaalt. Hun grootmoeder adoreert Luismi om redenen die niemand begrijpt (hij is de enige man in de familie) en mishandelt al haar dochters en kleindochters. Als Yesenia haar vertelt dat Luismi deelneemt aan de feesten bij de heks, knipt grootmoeder haar kaal met de schaar die voor het doorknippen van kippen wordt gebruikt.

Ademloos lees je door, de roman verveelt nooit en wordt nergens karikaturaal

Via de stem van zijn stiefvader komen we meer te weten over deze Luismi, zwaar verslaafd aan kalmerende pillen, een joch dat niet alleen streken uithaalt maar ook vol tederheid een wanhopig tienermeisje onderdak biedt. We lezen over haar, Norma, die door haar verzorger langdurig is misbruikt en nu zwanger van hem is. En over Luismi’s beste vriend Brando, die heimelijk verliefd op hem is, en uit weigering zijn gevoelens te erkennen steeds gewelddadiger wordt.

Niet veel schrijvers hebben de volharding om zo diep op geweld in te gaan, om er zo lang naar te kijken totdat er verschillende tinten in het zwart ontstaan. Te midden van alle duistere praktijken is er toch ook schoonheid: de prachtige zangstem van Luismi op de karaoke-avonden bij de heks, of zijn onverwachte, platonische liefde voor de zwangere Norma.

Slachtofferporno

Juist dat maakt Orkaanseizoen ongemakkelijk en moeilijk om te lezen. Ademloos lees je door, de roman verveelt nooit en wordt nergens karikaturaal, maar eigenlijk wil je helemaal niet weten wat er allemaal gebeurt tussen Norma en haar stiefvader, of tussen Luismi en de rijke mannen die het dorpje bezoeken.

Lees ook: ‘Racistisch’ en ‘traumaporno’: had ze niet mogen schrijven over een Mexicaanse migrant?

Toch valt Orkaanseizoen niet te classificeren als ‘slachtofferporno’. De manier waarop Melchor zich volledig heeft ondergedompeld in haar personages, zich hun taal heeft eigen gemaakt, hun ritme, objectiveert hen niet. Er wordt niet over de personages verteld, maar door hen; en niemand is alleen maar dader of slachtoffer.

En aan het slot geeft ze hen ten slotte de liefde die ze verdienen. Een oude man begraaft alle doden. ‘Maken jullie je maar geen zorgen’, prevelt hij. ‘Jullie hoeven niet bang of wanhopig te zijn, blijven jullie maar rustig hier liggen.’