‘Steenrijk, Straatarm’ is kloofporno die solt met arme mensen

Zap In ‘Jouw stad, mijn dorp’ en ‘Steenrijk, Straatarm’ wisselen tegengestelde mensen tijdelijk van levens. Wederzijds begrip is het doel, uitbuiting is doorgaans het resultaat.

De Rotterdamse artiesten Jentina en Joy in Jouw stad, mijn dorp.
De Rotterdamse artiesten Jentina en Joy in Jouw stad, mijn dorp. NTR

De Rotterdamse Joy en Jentina „zitten in de entertainment”, wat in hun geval niet neerkomt op het bespelen van een viool om de negende van Beethoven ten gehore te brengen. „Ik denk”, zegt de Zeeuwse Pieter waarmee ze een paar dagen van leven ruilen, „dat ze hun uiterlijk gebruiken om dingen voor elkaar te krijgen…wat dat dan ook moge zijn.”

In Jouw stad, mijn dorp (NPO1, NTR) ruilen plattelandsbewoners een paar dagen met het leven van stedelingen. Woensdag togen Joy en Jentina, „we doen showtjes”, naar Biervliet; vader en zoon Pico en Pieter kwamen naar Rotterdam. De een moest in de modder een varken te eten geven, de ander vond de stad toch wel erg druk. Aan het einde gaven ze elkaar een cadeau, zeiden ze het leuk gehad te hebben maar toch wel weer te verlangen naar hun eigen leven, en dat was het dan.

Het programma is de vriendelijke variant van wat je ‘kloofporno’ kunt noemen. Compleet tegengestelde mensen worden een paar dagen in elkaars leven geplaatst en het ongemak dat dit oplevert is het genot van de kijker.

In het beste geval wordt de kloof iets gedicht: mensen leren wat van elkaars situatie en krijgen wat meer begrip – denk aan Puberruil. In Jouw stad, mijn dorp zijn de scheidslijnen collectiever: het gaat om maatschappelijke groepen die gewisseld worden. De boer voor de stadsmens, de ontwortelde stedeling naar het platteland – het is de herontdekte tegenstelling die nog wel eens tot boerenblokkades leidt.

In het slechtste geval dient kloofporno alleen ter bevestiging van bestaande verschillen, of buit het die zelfs uit. Steenrijk, straatarm (SBS6) is zo’n programma. Waar Jouw stad, mijn dorp nog een sympathieke poging doet om voortaan met wederzijds begrip vrolijk langs elkaar te leven, gaat dit programma verder. Elke week wisselt een rijk gezin met een arme familie. Het is klassenstrijd van bovenaf, met de armen als gewillige slachtoffers. Voor hen voelt de week rijkdom als de vakantie die ze zich nooit kunnen veroorloven. De armen zeggen steeds dat het heel bijzonder is, al die weelde voor een week. De rijken laten geen moment onbenut om te benadrukken dat ze er keihard voor gewerkt hebben, die rijkdom.

De tijdelijkheid van de hele situatie is pijnlijk. Er werd woensdagavond gehuild, maar alleen door het arme gezin uit Veendam. Nadat ze voor 225 euro weekboodschappen deden, riep de moeder: „Dit overkomt ons maar eens in het leven.”

Pervers: met een camera

Dat is natuurlijk precies het probleem. Zelfs al levert de uitwisseling begrip op, het is niet genoeg. Begrip verandert niets aan een systeem dat draait op ongelijkheid. Het programma bevestigt alleen bestaande ongelijkheid, en wel op de meest perverse manier die er is: met een camera. Aan het einde concludeerden beide families dat „geld niet gelukkig maakt”. Nee, maar geld zou de armen wel veel ellende schelen.

Wat de vraag oproept: welk (of wiens) belang dient dit programma? Niet dat van de arme deelnemers, want voor hen verandert er niets: na een week keren ze terug in hun eigen, arme leven. Voor de rijke verandert er ook niets, maar dat is de luxe waardoor die deelneemt. Dit programma stelt geen vragen over de economische structuren die de een arm maakt en de ander rijk. Het gaat niet over de onderliggende oorzaken van ongelijkheid. Het biedt geen enkele oplossing, het verandert niks.

Logisch. Deed het dat wel, dan was er straks geen programma meer te maken. Wat me in het geval van Steenrijk, Straatarm een uitstekend streven lijkt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.