Ontwikkeling van Nederlandse corona-apps gaat door

Corona-app De Nederlandse corona-app wordt gebouwd op basis van de gezamenlijke technologie van Google en Apple.

Kamerleden nodigden deskundigen uit voor een rondetafelgesprek over de corona-app.
Kamerleden nodigden deskundigen uit voor een rondetafelgesprek over de corona-app. Foto Sem van der Wal"

Veel woorden werden er tijdens de persconferentie van het kabinet woensdag niet aan vuilgemaakt, maar de ontwikkeling van de corona-apps gaat gewoon door. Nieuwe technologie van Apple en Google wordt de basis van de Nederlandse contact- en traceerapp, meldde minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) donderdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Apple en Google stelden deze week de eerste bètaversie van hun technologie beschikbaar. Ontwikkelaars kunnen daarmee al beginnen met de ontwikkeling van apps die de technologie gebruiken. Het systeem van de twee Amerikaanse techbedrijven gebruikt geen locatie- of persoonsgegevens, maar bluetoothconnecties om een logboek van recente contacten bij te houden.

Alleen apps van volksgezondheidsdiensten mogen na goedkeuring van Apple en Google gebruikmaken van de technologie, die vanaf half mei na een update in Android- en iOS-telefoons verwerkt wordt. Gebruikers wordt expliciet om toestemming gevraagd. Als zij in de buurt zijn geweest van een persoon die positief testte op Covid-19 kunnen ze via de app snel gewaarschuwd worden, zodat zij zomin mogelijk anderen besmetten. Zo kan de app bijdragen aan het bronnen- en contactonderzoek van de GGD.

Lees ook: ‘Kijk kabinet, deze corona-app werkt wél’

Epidemiologische eisen

Apple en Google leveren alleen de technische basis voor het contactonderzoek. Hun systeem registreert wanneer, hoelang en met welke signaalsterkte twee telefoons met elkaar contact hadden via bluetooth. Als sprake is geweest van contact met een persoon bij wie later Covid-19 vastgesteld wordt, kunnen deze gegevens worden gebruikt om het risico op besmetting in te schatten.

App-ontwikkelaars bepalen zelf hoe zwaar de meetpunten meewegen in de berekening van het besmettingsrisico. Cruciaal worden dus „epidemiologische eisen en behoeften” die de GGD – samen met het RIVM, virologen en epidemiologen – onlangs opstelde. Zij moeten ontwikkelaars vertellen hoe zwaar de verschillende factoren meewegen. Leidt dat tot een te lage inschatting van het risico, dan ontvangen mensen die wel gevaar liepen geen waarschuwing. Is de berekening van het risico te hoog, dan zal de app veel meer waarschuwen dan noodzakelijk. De factoren kunnen aangepast worden, als meer bekend wordt onder welke omstandigheden een contact via bluetooth tot een daadwerkelijke besmetting heeft geleid.

Lees ook: Eén munt, één reiszone, dus ook één corona-app?

Een nieuw team van IT-deskundigen van binnen en buiten de overheid gaat de contact- en traceerapp ontwikkelen, schreef De Jonge donderdag in zijn brief. Een eerste prototype wordt voor het einde van mei verwacht. Gedragswetenschappers en experts van de Autoriteit Persoonsgegevens en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) zijn ook betrokken. De corona-app wordt ook open source, kondigde De Jonge eerder al aan.

Ook over de tweede app die De Jonge begin april aankondigde werd donderdag meer bekend. Deskundigen werken aan een eisenlijst voor deze zelfrapportage-app. Daarmee kunnen mensen hun gedrag en symptomen doorgeven. Dat moet de GGD en het RIVM sneller zicht geven op nieuwe, lokale coronavirusuitbraken.