Meer vrijheid vraagt van burgers meer zelfbeheersing

Psychologie Met de lockdown waren de instructies simpel: blijf thuis, dat begrijpt iedereen. Met de versoepeling wordt er meer gevraagd. „Wat als mensen meer ruimte gaan nemen dan de overheid bedoelt?”

In de rij voor een bank in Den Bosch. „We moeten straks veel verschillende regels toepassen en dat kan voor verwarring zorgen.”
In de rij voor een bank in Den Bosch. „We moeten straks veel verschillende regels toepassen en dat kan voor verwarring zorgen.” Foto Merlin Daleman

Er is een routekaart, er is perspectief. De komende dagen, weken en maanden mogen Nederlanders weer reizen met het openbaar vervoer, naar de kapper en de masseur, en op een terras zitten. Stapsgewijs – en mits we ons netjes gedragen.

Fijn voor de burger. Alleen: het is helemaal geen gemakkelijke opdracht die wij deze week van het kabinet hebben meegekregen, zeggen deskundigen in een rondgang van NRC. De versoepeling van de ‘intelligente lockdown’ gaat uit van een flinke dosis eigen verantwoordelijkheid. Juist nu we een deel van onze vrijheid terugkrijgen, zullen we zelfbeheersing moeten opbrengen. Dat zal flink wat van ons vergen, denken de wetenschappers.

Lees ook: Alles op alles: aanpassen aan versoepeling

Wat er van de samenleving gevraagd wordt, is ontzettend moeilijk, zegt Carsten de Dreu, hoogleraar sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden. „De afgelopen tijd mocht er, even simpel gezegd, niks. Niet in groepen samenkomen – dat was helder. Maar nu wordt het ingewikkelder.” De boodschap ‘blijf thuis’ verandert naar ‘blijf thuis bij klachten’, en het kabinet schreef woensdag dat groepen de komende tijd „van klein naar groot gaan”. De Dreu: „Als je op een gegeven moment weer met tien mensen mag afspreken, dan kan elf of twaalf toch ook? We moeten straks veel verschillende regels toepassen en dat kan voor verwarring zorgen. Daardoor zul je zien dat mensen het opgeven, of onbedoeld fouten gaan maken.”

In de vorige fase van de crisis, zegt De Dreu, hadden we het groepsbelang „behoorlijk goed in de smiezen”. Doordat we razendsnel nieuwe leefregels in acht namen, is het aantal Covid-19-besmettingen nu gedaald. „Daar ben ik positief over. Het had ook heel anders kunnen uitpakken, zie bijvoorbeeld Amerika, waar mensen met wapens de straat op gaan omdat ze boos zijn over de lockdown. Maar de vraag is of dit op de lange termijn zo blijft en of we het met z’n allen kunnen volhouden.”

Want de nieuwe situatie vraagt nóg meer aanpassingsvermogen en oplettendheid dan de vorige. De Dreu vergelijkt het met autorijden: „In Nederland kun je vertrouwen op allerlei automatismen, maar op een plek waar ze links rijden, zoals het Verenigd Koninkrijk, moet je ineens nadenken over iedere handeling. Zo is het ook een beetje met de nieuwe maatregelen: je bent je continu bewust van je gedrag. Kan dit wel of niet? Heb ik het nu goed gedaan? Dat is verschrikkelijk vermoeiend.”

Scepsis

In de Tweede Kamer was er donderdag veel scepsis te horen over de routekaart van Rutte: versoepelt de regering niet te snel? De vraag is of er een andere keus was, zegt Bas van den Putte, hoogleraar gezondheidscommunicatie aan de Universiteit van Amsterdam. „Heel lang niets mogen, dat houden mensen niet vol. Had het kabinet deze versoepeling niet aangekondigd, dan was de bevolking zélf meer vrijheid gaan nemen. Dat zag je de afgelopen tijd al gebeuren: het werd weer drukker op straat. Nu wordt ze tenminste een beetje gestuurd.”

Lees ook: ‘1.700 IC-bedden gaat niet lukken’

Toch heeft ook Van den Putte zorgen over de volgende fase. „Wat als mensen meer ruimte gaan nemen dan de overheid bedoelt?” Als voorbeeld noemt hij de kappers, die vanaf komende maandag weer open mogen. „Die mogen zelf bepalen of ze een mondkapje dragen. Het gevolg kan zijn dat een klant denkt: die kapper ziet de hele dag andere mensen, zonder mondkapje. Dan mag ik dat toch ook? Weet je wat, ik kan best iedere dag weer met een andere vriend afspreken.”

Uit onderzoek naar risicogedrag, bijvoorbeeld bij het gebruik van condooms of veiligheidsgordels, blijkt dat slechts een kleine minderheid zich onveilig gedraagt, zegt Van den Putte. „Maar in het geval van een virus kan een kleine minderheid de grote meerderheid wel in gevaar brengen. Stel, 20 procent van de Nederlanders houdt zich straks minder goed aan de regels. Dat zijn toch een heleboel Nederlanders.”

‘Ingewikkeld: als je met tien mensen mag afspreken, dan kan elf of twaalf toch ook?’

Carsten de Dreu hoogleraar sociale en organisatiepsychologie

Met goede voorbeelden en handreikingen, zegt hoogleraar psychologie Denise de Ridder van de Universiteit Utrecht, worden we waarschijnlijk minder snel nonchalant. Ze baseert zich onder meer op een model dat het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid in de jaren vijftig ontwikkelde om te begrijpen wat mensen ertoe beweegt om hun gedrag aan te passen als er ernstige ziekten op de loer liggen. Niet de dreiging die van de ziekte uitgaat was het meest bepalend, maar hoe makkelijk het mensen gemaakt wordt om hun leefstijl te veranderen.

Dat Rutte de verantwoordelijkheid deels bij de burger legt, vindt De Ridder een goede zet: het verhoogt de motivatie. Maar, zegt ze, de overheid kan nog meer doen dan alleen het opstellen van richtlijnen. „Het is fijn dat we mogen meedenken, maar hélp ons ook een beetje. Reik alternatieven aan. De afgelopen weken waren er na het NOS Journaal steeds vlogs te zien van zorgmedewerkers. Nu het ergste voorbij is, is het misschien een idee om video’s te laten zien van mensen die op een goede manier invulling geven aan de anderhalvemetersamenleving.”

De meeste Nederlanders zien de ernst van de situatie in en willen heus meewerken, zegt De Ridder. „Maar onze creativiteit mag best een beetje geprikkeld worden.”

Noot (8 mei 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd de suggestie gewekt dat groepen van maximaal tien personen weer mogen, maar daar heerst onduidelijkheid over. Wel schreef het kabinet donderdag dat „groepen van klein naar groot gaan” en dat „de komende tijd” hiervan details over worden uitgewerkt. Dit is hierboven aangepast.