‘Nieuwkomer ben je in Duindorp nog na tien jaar’

Spanningen in de wijk Is er in de Haagse wijk Duindorp sprake van structureel racisme of is er iets anders aan de hand? Jurriaan Omlo deed onderzoek.

De wijk Duindorp in Den Haag.
De wijk Duindorp in Den Haag. Foto Phil Nijhuis/ANP

Zo maar een vraag die Jurriaan Omlo optikte uit de mond van een Duindorper. Hij onderzocht op verzoek van de gemeente Den Haag de spanningen in de wijk. Aanleiding waren twee grote incidenten: eind 2017 werd het huis van een vrouw die op sociale media zei blij te zijn met roetveegpieten, bekogeld met eieren en stenen. En in de zomer van 2018 was er mot tussen deelnemers aan een Marokkaanse bruiloftsstoet en Duindorpers.

Voorbeelden van de „hardnekkige signalen van geweldsdelicten, bedreigingen en intimidatie gericht aan bewoners van Duindorp vanwege hun achtergrond, kleur en afkomst”, vond een meerderheid in de gemeenteraad, die een onderzoek eiste. „Droeftoeters, die het verpesten voor de rest”, meende de voorzitter van het wijkberaad Duindorp.

Deze vrijdag verschijnt het onderzoek In dialoog over sociale spanningen in Duindorp. Omlo, die promoveerde op een onderzoek naar de kijk van Marokkaans-Nederlandse jongvolwassenen op integratie en discriminatie, sprak – op basis van anonimiteit – met zoveel mogelijk verschillende typen Duindorpers, zowel mensen die er al generaties wonen als nieuwkomers, met en zonder migratieachtergrond. Het onderzoek werd afgelopen zomer gedaan, voor er onrust in de wijk ontstond omdat het jaarlijkse vreugdevuur niet doorging.

Lees ook over de vreugdevuren: Duindorp is na brandjes ‘terug bij af’

Er zijn talloze spanningen in Duindorp, concludeerde Omlo. Tussen bewoners en overheidsinstanties, tussen jongeren en ouderen, jongeren en de politie, en vooral tussen bewoners onderling. En men is bang daarover te praten, uit angst voor wraakacties.

Wat het meeste opvalt, vertelt hij, is dat er twee verhalen naast elkaar bestaan. „Aan de ene kant is er het verhaal van de gevestigde Duindorpers, die zich zorgen maken over het woningbeleid. Ze vinden dat ze worden achtergesteld; ‘mensen van buiten’ krijgen te vaak voorrang op een woning. En er worden veel mensen met een urgentieverklaring in de wijk geplaatst. Dat legt extra druk op een wijk met toch al grote sociale problemen.”

Onder de bijna zesduizend inwoners is veel armoede. „Ze zien dat er koopwoningen worden gebouwd en dat de huizenprijzen te hoog zijn voor veel Duindorpers. Het landschap verandert, ze zijn niet blij over hoe het er uit komt te zien. Naast de arbeidershuisjes verrijzen er steeds meer glimmende, dure (koop)flats aan de randen van de wijk. Duindorpers zeggen: „Nieuwkomers krijgen woningen en onze eigen kinderen niet.”

„Ze vinden dat die nieuwkomers de dorpse cultuur en identiteit bedreigen. Nieuwkomers zouden zich niet aanpassen en houden zich afzijdig. Er is frustratie over yuppen met kinderen die buiten de wijk naar school gaan en niet mengen met Duindorpse kinderen. En yuppen die niet, net als iedereen, boodschappen doen bij de Hoogvliet, maar buiten de wijk naar de Jumbo gaan. Dan lééf je hier niet, vinden ze. Dan woon je er alleen voor het strand.”

Lees over eerdere incidenten in Duindorp: ‘Duindorp racistisch? Echt niet’

„Duindorpers zeggen: ‘Wij zorgen voor elkaar, als iemand eenzaam is, brengen we een pannetje soep. We groeten elkaar, maken een praatje, zijn veel op straat. Als je je afzijdig houdt, dan wordt gedacht ‘die vindt zich beter als ons’.”

Maar nieuwkomers vertellen iets anders, merkte Omlo. Zij zeggen dat ze hun best doen mee te doen, alleen wordt die geste niet altijd beantwoord. Het „heersende sentiment” is dat ze zich niet welkom voelen, en dat geldt voor zowel mensen met als zonder migratieachtergrond. Hij zegt: „Om duidelijk te maken, nieuwkomer ben je ook nog na tien jaar in de wijk.”

„Racistisch taalgebruik krijgen gevestigde Duindorpers vaak van huis uit mee”, zegt Omlo. „Daarom klinkt het voor hen heel normaal. ‘Hij ís toch een zwarte baviaan’, zeggen ze dan.”

Nieuwkomers storen zich aan wat zij asociaal gedrag vinden: op straat barbecueën met luide muziek en drank, ruzies die op straat worden uitgevochten, kinderen die tot laat buiten zijn zonder dat ouders erbij zijn. Of die pesten of schelden, waarbij ouders niet ingrijpen. Omlo: „Nieuwkomers denken ‘ik ga mijn kinderen hier niet aan blootstellen’ en sturen hen naar school buiten Duindorp. Zo ontstaan er twee gescheiden leefwerelden.”

Hij kwam veel voorbeelden tegen van hoe nieuwkomers zich uitgesloten voelen. „Van vervelende grapjes die worden gemaakt of dat er niet wordt teruggegroet.” Soms wordt er getreiterd: „Er is een voorbeeld van iemand die haar hond steeds tegen dezelfde auto laat plassen.”

In de Duindorpse Pluvierstraat werden in 2014 de ramen ingegooid van huizen waar mensen met een migratieachtergrond woonden. Foto Phil Nijhuis/ANP

Wat belangrijk is, zegt Omlo, is dat bewoners de spanningen nuanceren. „Ze zeggen: ‘Ik ervaar dit soms, het gaat niet om iedereen, en gebeurt niet in alle straten’. En als het gaat om discriminatie, wordt dat gerelativeerd. Er wordt gezegd dat dit niet alleen in Duindorp voorkomt of dat de Duindorpers zelf ook worden gestigmatiseerd. Sommige Duindorpers ervaren dat als een last, bijvoorbeeld bij het solliciteren.”

„Ik heb weinig te horen gekregen ‘er mogen geen nieuwkomers wonen’”, zegt Omlo. „Het is meer: ‘wij moeten hier blijven’. Het is een voorwaardelijke insluiting: zolang ‘ze’ zich maar aanpassen en meedoen, dan is het goed. Er wordt geen last ervaren van yuppen of mensen met migratieachtergrond die opgenomen zijn.”

Er zijn ook problemen die specifiek voor Duindorp gelden. Zo zijn er spanningen tussen de Duindorpers en de hangjongeren die zich nergens wat van aantrekken, ook niet van de politie. „Als de politie weg is, komen ze gewoon weer terug”, zegt Omlo. Het zijn er ook zo veel, zeggen buurtbewoners. En er komen ook jongeren van buiten de wijk om in Duindorp te hangen. Als ze hard worden aangepakt, reageren ze met wraakacties – een steen door de ruit. Dat maakt bewoners bang om iets van het intimiderende gedrag te zeggen.

Een oplossing voor de spanningen is nog niet zo eenvoudig. Omlo pleit voor meer investeringen in welzijn en jongerenwerk, en om meer wijkagenten. Die worden vertrouwd. „Er zijn er maar twee, terwijl de problemen groot zijn. Zeker om discriminatie, treiteren en de hangjongeren aan te pakken.”

Ontmoetingen en dialoog zijn ook een goede stap tot onderling begrip, zegt Omlo. Ontmoetingsbijeenkomsten met als doel een gesprek over spanningen en discriminatie lijken weinig kansrijk. Dat ligt te gevoelig. Buurtbewoners durven niet vrijuit te spreken, omdat ze later afgerekend kunnen worden op de positie die ze innemen.”

Verstandiger is, zegt Omlo, om in te zetten op activiteiten die veel bewoners belangrijk, zinvol of gewoon plezierig vinden. Zo kunnen bewoners ontdekken dat ze soms ook gemeenschappelijke interesses en problemen hebben. „Dit biedt een goede basis om elkaar beter te leren kennen en de sociale samenhang in de wijk te laten groeien.”

Het overheids- en ook gemeentebeleid is nu vaak gericht op zelfredzaamheid, maar dat is niet in elke wijk een gelukkige keuze. „In sommige buurten is meer steun nodig.” Maar, zegt hij, niet om die van bovenaf op te leggen. „Initiatieven van bewoners zelf hebben de meeste kans van slagen.”

Foto Phil Nijhuis/ANP