Analyse

Laten we de stilte blijven koesteren, al is ze nu soms somber makend

Stadsstilte Stilte was steeds meer een schaars goed geworden, en daarmee voor veel mensen een felbegeerd iets om naar op zoek te gaan. Maar nu deze ons wordt opgelegd voelt dat anders. Laten we haar niettemin straks weer omarmen, schrijft stilte-auteur Kester Freriks.

Theaterstraat de Nes in hartje Amsterdam, op een uitgaansavond in april 2020.
Theaterstraat de Nes in hartje Amsterdam, op een uitgaansavond in april 2020. Foto Wim Salis

In de nieuwe stilte van de laatste maanden heeft stilte opeens een andere betekenis gekregen. De twee minuten stilte tijdens de Nationale Herdenking waren, voor het eerst in de geschiedenis, ingebed in een veel intenser stilte, niet alleen in ons land, ook wereldwijd. Het was of in de twee minuten op de Dam en ook elders in het land de wereldwijde stilte resoneerde. Stilte is nu een gedwongen onderdeel van ons leven geworden en niet, zoals voordien, een ervaring waarnaar je kon verlangen. Stadsstilte is een ontdekking, een ongekende gebeurtenis.

Volgens de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) is ons land op dit moment twee tot vier decibel stiller dan voorheen. Dat lijkt weinig, maar aangezien decibellen berekend worden op een logaritmische schaal betekent dat feitelijk een halvering van geluid. Achtergrondgeluid is zo goed als weggevallen. Mensen horen opeens vogelzang, het ruisen van bladeren, het lied van de wind langs de daken, regen in de dakgoten. Ongewenst geluid is als huisvredebreuk. Stilte is dat nooit.

In een omgeving die overheerst wordt door lawaai zijn er door de eeuwen heen altijd mensen geweest die stilte opzochten in de natuur, in de afzondering. Stilte is misschien wel een van de grootste raadsels die we kennen, verbonden met een scala aan gevoelens. Wat voor de een beklemmend is, is voor de ander heilzaam; wat de een als akelig ondergaat, geldt voor de ander als bevrijdend en weldadig. Stilte is niet meetbaar, we kunnen stilte alleen definiëren als „afwezigheid van geluid”. Vanwege die geheimzinnigheid oefent stilte zo’n grote aantrekkingskracht uit. Tijdens een natuurwandeling kan iemand opeens fluisteren: „Luister eens, wat hoor je?” Onbewust speur je naar een flard geluid. Totdat je beseft dat het juiste antwoord is: „Niets”. Juist, stilte.

Foto Bram van de Biezen/ANP

Toen stilte nog felbegeerd was

In deze tijden van lockdown met een alomtegenwoordige stilte als gevolg, zijn er tal van lofliederen op de stilte geschreven. Begrijpelijk. In de razernij van de huidige wereld was de stilte verjaagd naar de verste uithoeken van de aarde, als een ongewenste gast. Zo ben ik zelf jarenlang op zoek geweest naar stilte, in de muziek, in de natuur, beeldende kunst en literatuur. Juist omdat stilte, ja, hoe zal ik het noemen, zo’n verschopt element was in onze samenleving. Waar kon ik stilte vinden? Bestond er nog stilte? Van die zoektocht deed ik verslag in het boek Stilte, ruimte, duisternis. Verkenningen in de natuur, dat in het voorjaar van 2018 verscheen. Felbegeerd was stilte toen.

Ik sprak erover met wetenschappers, natuurkenners en kunstenaars, vond een uitspraak van de Amerikaanse ‘stilteschilder’ Mark Rothko die het geheim van stilte prachtig verwoordde: „Te midden van het rumoer van de wereld zijn er velen die snakken naar een handvol stilte. Een stilte waarin we kunnen wortelen en groeien.” Dat laatste is treffend gezien: in stilte kunnen we ‘wortelen’ en ‘groeien’. In lawaai kan dat niet. Lawaai hitst op.

Stilte hoort tot de essentiële natuurwaarden en redenen waarom mensen de natuur in gaan, zoals blijkt uit onderzoek van grote natuurorganisaties als Natuurmonumenten, It Fryske Gea, Waddenvereniging en Staatsbosbeheer. Niet alleen is stilte ons ontnomen, ook de visuele ruimte ofwel weidsheid van het landschap wordt ernstig bedreigd en door lichtvervuiling zien we ’s nachts nauwelijks sterren of de Melkweg aan het uitspansel. In een uitgestrekt landschap kunnen we groeien en ademen. Opkijken naar de sterrenhemel schenkt ons de sensatie van oneindigheid en sublieme stilte. Het drietal hoort bij elkaar.

Volgens artsen is ‘lawaaivervuiling’ of ook ‘zwerflawaai’ een belangrijke doodsoorzaak via slapeloosheid, stress en uiteindelijk hartstoornis. Directeur Erik Roelofsen van het NSG, die dit jaar een halve eeuw bestaat, stelt het scherp: „Geluidshinder zal de komende decennia uitgroeien tot het belangrijkste gezondheidsprobleem. Bijna vier miljoen Nederlanders ervaren geluidshinder of worden in hun slaap verstoord.”

Zwagerman: ‘stilte levensvoorwaarde’

We waren eigenlijk de stilte vergeten en bejegenden haar oneerbiedig, we verbanden haar uit onze samenleving. Stilte: dat was iets esoterisch. Dichter en essayist Joost Zwagerman (1963-2015) stelde kort voor zijn dood in Museum Kranenburgh in Bergen (Noord-Holland) een tentoonstelling samen: Silence out loud, een schreeuw om oorverdovende stilte. Zijn stelling was: „Stilte is een levensvoorwaarde.” Zwagerman hield een pleidooi voor de schoonheid van stilte aan de hand van schilders als Johannes Vermeer, Giorgio Morandi, Mark Rothko, Jan van Eyck. „Wie heeft stilte ooit gezíén?” vraagt Zwagerman zich af. En: „Wie zich in een leeg landschap bevindt waar niets geluid maakt, ervaart onmiskenbaar de stilte. Je hoort niets. Maar wat zíé je?”

Foto Wim Salis

Nu gaat er leed achter schuil

Vragen die toen het hart van elke stiltezoeker raakten, maar die anno 2020 een andere betekenis krijgen. Achter de gevels in een lege, stille straat, zo prachtig om te schilderen of te fotograferen, gaat ook leed schuil.

In tijden van lockdown en coronavirus heeft felbegeerde stilte plaatsgemaakt voor verplichte stilte. Dat laatste is een saillant detail: stilte was nooit wettelijk beschermd, nu behoort stilte tot een overheidsmaatregel. Daardoor zijn steden als stillevens geworden, schouwburgen, bibliotheken en concertzalen als verlaten plekken en stations, straten en wegen zijn ontdaan van alles waartoe ze werden ontworpen. Met die paradox moeten we nog even leren leven. Stilte: dat is een windstille ochtend op de heide nadat het gesneeuwd heeft. Doodstil is het dan, de wereld is nog niet wakker. Dat is een andere stilte dan de geladen stilte van een doodstille schouwburg.

De weldaad en balsem voor de ziel die velen – niet iedereen – nu ontlenen aan de stilte is een lockdown-stilte. Het is goed het onderscheid te maken tussen de stilte van voor 2020 en deze nieuwe stilte. Het is het onderscheid tussen stilte als teken van bezinning en stilte als verpletterende werkelijkheid. Hoe begrijpelijk het dubbele gevoel bij sommigen over deze lockdown-stilte ook is, het zou jammer zijn als we haar gaan definiëren als angst, als symbool van eenzaamheid, afzondering en beklemming.

Foto Simon Lenskens

Dat neemt niet weg dat mensen die jarenlang de stilte zochten – in de natuur, in kunst, in literatuur – nu erkennen dat het iets onwezenlijks, beklemmends en vervreemdends heeft, die overal aanwezige stilte. Omdat je weet dat een dodelijk virus eraan ten grondslag ligt, met alle gevolgen van dien. Stilte kan genezend zijn. Maar ook somber makend. Niet voor niets zijn er begrippen als nachtstilte, grafstilte en stilte waarin de muren op je afkomen.

Laten we haar niet weer meteen als het kan verjagen of onheus bejegenen en doen alsof ze niet meer bestaat

Opnieuw leren luisteren

Misschien moeten we vanaf nu leren luisteren naar de stilte zoals die in deze tijden klinkt, zoals ze nu fluisterzacht hoorbaar is. Haar niet weer meteen als het kan verjagen of onheus bejegenen en doen alsof ze niet meer bestaat. Misschien gaat het stilteverlangen nooit meer weg uit onze levens, vanaf nu, en omarmen we het voorgoed. Laten we beseffen dat stilte, meer dan lawaai, uiteindelijk de grondtoon van ons bestaan is. De reden is weliswaar weinig opbeurend, maar misschien kunnen we iets van deze grote stilte leren voor de toekomst, als deze ongewone tijd voorbij is.

Een leeg Museumplein tijdens Koningsdag 2020. Foto Bram van de Biezen/ANP

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.