Opinie

Kabinet, negeer onze humanitaire traditie niet

Vluchtelingen Het is kleingeestig dat het kabinet de brede wens onder burgers blijft negeren om kinderen uit Lesbos op te nemen, schrijft .
Alleenstaande kinderen bij hun aankomst in het Duitse Hanover, waar zij na hun verblijf in Griekse vluchtelingenkampen worden opgevangen.
Alleenstaande kinderen bij hun aankomst in het Duitse Hanover, waar zij na hun verblijf in Griekse vluchtelingenkampen worden opgevangen. Foto Fabian Bimmer/Reuters

Het kabinet, bij monde van staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid, VVD), weigert om ook maar één kind uit een van de overvolle Griekse vluchtelingenkampen op te nemen. Ondanks een brede oproepvan onder meer prominente VVD’ers als Neelie Kroes en Ed Nijpels, en het aanbod van zo’n dertig Nederlandse gemeenten om kinderen op te nemen.

Om te begrijpen waarom het kabinet, en daarbinnen met name de VVD, geen gehoor geeft aan het dringend verzoek vanuit het maatschappelijk middenveld, is het nuttig om een eeuw terug in de tijd te gaan.

Al snel na het einde van de Eerste Wereldoorlog kwam er een zeer omvangrijke internationale actie op gang om kinderen uit Duitsland, Oostenrijk en Hongarije tijdelijk op te vangen en aan te laten sterken in West-Europa. De verliezers van de ‘Groote Oorlog’ hadden te kampen met bittere armoede, politieke instabiliteit en hoge werkloosheid.

Veel gezinnen, ook uit de middenklasse, konden hun kinderen vaak nauwelijks te eten geven en met name kerkelijke organisaties richtten comités op om hulp te bieden. Het idee was om kinderen enkele maanden aan te laten sterken in Nederlandse gezinnen die zich daarvoor hadden aangemeld.

Tussen 1920 en 1924 arriveerden met de zogeheten kindertreinen Oostenrijkse en Hongaarse „bleekneusjes” in Nederlandse steden.

Strikt gescheiden, maar broederlijk samenwerkend, zorgden katholieke, protestantse en ook socialistische comités ervoor dat tussen 1920 en 1924 met de zogeheten kindertreinen een kleine 200.000 Oostenrijkse en Hongaarse „bleekneusjes” in Haarlem, Amsterdam, Leiden en andere Nederlandse steden arriveerden.

Daar werden ze opgewacht door hun pleeggezinnen die reikhalzend uitkeken naar de exotische bezoekers die ze vaak nauwelijks – en in het geval van Hongaren – helemaal niet konden verstaan. Velen gingen gewoon mee naar school en leerden binnen de kortste tijd Nederlands. In duizenden gevallen raakten kinderen en pleegouders zo aan elkaar gehecht dat het verblijf werd verlengd, kinderen meerdere malen terugkeerden en een aantal – met wederzijdse instemming – permanent bleef.

Permanente immigratie

Zo mondden deze kinderacties voor duizenden Hongaarse kinderen, vooral meisjes, uit in permanente immigratie. En omdat de meesten na verloop van tijd met Nederlandse mannen trouwden, verloren ze automatisch hun nationaliteit, namen ze de naam van hun man over en werden ze onzichtbaar ingelijfd in de Nederlandse bevolking. Een kwart eeuw later waren het Nederlandse kinderen die na de Tweede Wereldoorlog liefdevol en belangeloos werden opgenomen in Deense en Zweedse gezinnen.

Het grootste verschil met de huidige situatie is dat de kinderacties van destijds niet gericht op waren op permanente vestiging, ook al was dat dus vaak het eindresultaat. En daarnaast was het niet de overheid die de opvang regelde, maar het maatschappelijk middenveld dat uit solidariteit met andere Europeanen het initiatief nam en verantwoordelijk was voor de organisatie.

Maar er zijn ook opvallende overeenkomsten. Zo blijken particuliere organisaties en spontane burgerinitiatieven vandaag nog steeds springlevend en vullen ze het gat dat de terugtredende staat, die graag het initiatief bij de burger legt, heeft laten vallen. Desondanks weigert het kabinet – anders dan landen als Duitsland, Portugal, Finland, Luxemburg, Kroatië en Frankrijk – toe te geven, met als weinig overtuigend argument dat dit „geen structurele oplossing” is.

Hoewel niemand dat laatste zal ontkennen, kun je je afvragen waar het humanitaire gevoel gebleven is en waarom de regering, anders dan honderd jaar geleden, maar geen humanitair gebaar wil maken.

Lees ook: Lesbos bewijst dat de EU toe is aan herijking, voor het te laat is

Gebrek aan draagvlak

Aan de kosten of het gebrek aan draagvlak kan het niet liggen, terwijl de kinderen uit de Griekse kampen er bovendien aanzienlijk slechter aan toe zijn dan de Hongaartjes van destijds. De meesten leven al jaren in uitermate beroerde omstandigheden, zonder onderwijs, en sommigen hebben hun ouders verloren. Alle reden om op zijn minst een gebaar te maken, hoe symbolisch ook. In plaats daarvan biedt het kabinet dekens en generatoren aan.

De enige verklaring is de angst van met name de VVD, maar ook een deel van het CDA, om als te migratievriendelijk weggezet te worden door radicaal-rechtse en xenofobe partijen als PVV en FVD. Hoewel politicologisch onderzoek overtuigend heeft laten zien dat het imiteren van hun agenda juist Wilders en Baudet in de kaart speelt, blijven vooral de liberalen volharden in deze strategie. Daarmee legitimeren ze niet alleen het rechts-radicale frame van immigratie als een levensgrote bedreiging, zelfs als het om een handvol kinderen gaat, maar laten ze ook toe dat een kleine minderheid van de kiezers de meerderheid gijzelt en zo humanitaire oplossingen onmogelijk maakt.

Als de VVD zich als de waarlijk liberale partij van weleer profileert, en het CDA zich weer laat leiden door het kerkelijke en humanitaire middenveld, dan kunnen, net als in 1920, de zo geroemde westerse waarden weer enige betekenis krijgen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.