Reportage

Hoe is het om met mondkapje op naar Monet kijken?

Museumbezoek op 1,5 meter Met de tentoonstelling ‘Monet. Orte’ is Museum Barberini in Potsdam als een van de eerste musea in Duitsland weer open voor publiek. Maar wel voor heel veel minder bezoekers.

Bezoekers van de tentoonstelling ‘Monet. Orte’ in Museum Barberini in Potsdam.
Bezoekers van de tentoonstelling ‘Monet. Orte’ in Museum Barberini in Potsdam. Foto Museum Barberini

Dat je een mondkapje op moet hebben om de schilderijen van Monet te mogen zien, daar kijkt in Duitsland niemand van op. Ook in het openbaar vervoer en in winkels moet je hier een masker dragen.

Maar de verplichte bedekking van mond en neus is niet de enige maatregel die Museum Barberini in Potsdam heeft genomen om deze week – als een van de eerste musea in Duitsland – weer publiek te kunnen ontvangen. De tentoonstelling Monet. Orte (‘Monet, plaatsen’) was op 22 februari geopend als grote publiekstrekker, maar drie weken later voortijdig gesloten vanwege de coronacrisis. Nu mag een sterk ingeperkt aantal bezoekers weer komen kijken.

Er zijn digitale liverondleidingen voor kleine groepen, à 50 euro per groep

Door het museum heen is een route uitgestippeld waar je niet van mag afwijken. Verspreid door het gebouw staan zuiltjes waar je je handen kan ontsmetten met desinfecterende gel.

Suppoosten, voorzien van mondkapjes met het logo van het museum, zien erop toe dat niet te veel mensen tegelijk in één zaal zijn. Op de parketvloer zijn pijlen aangebracht die de verplichte looprichting aangeven, en ook grote zwarte stippen, die markeren op hoeveel afstand bezoekers van elkaar moeten blijven.

iPad audioguide

Stoelen of banken om even uit te rusten zijn weggehaald. Het museumcafé is dicht. Audioguides zijn uit hygiënische overwegingen tijdelijk uit de roulatie genomen. Maar via de app van het museum kan je van je eigen telefoon een audioguide maken.

Het publiek houdt zich op de eerste dag, woensdag, voorbeeldig aan de nieuwe regels. „Afgezien van dit ding is het heel ontspannen”, zegt Mario Nitzschke, een bezoeker, wijzend op z’n mondkapje. Met de audioguide op z’n iPad laat hij zich door de tentoonstelling leiden, niet gehinderd door de drukte die je anders bij populaire tentoonstellingen vaak voor lief moet nemen .

Bij de garderobe worden jassen en tassen aangenomen door gehandschoend personeel. En in de museumwinkel liggen voor de klanten dunne plastic wegwerphandschoentjes klaar, van het type waarmee je bij tankstations voorkomt dat je handen naar benzine gaan ruiken.

Bezoekers in Museum Barberini in Potsdam. Foto Museum Barberini

„Raakt u alstublieft alleen artikelen aan die u wilt kopen”, waarschuwen bordjes tussen de uitgestalde waar. Catalogi kunnen hier niet worden ingekeken, alle exemplaren zijn in plastic folie verpakt.

800 bezoekers max

Maar de belangrijkste maatregel is dat er per dag niet meer dan 800 mensen naar binnen mogen. In de eerste weken dat de Monet-tentoonstelling te zien was, bezochten dagelijks 2.500 tot 3.000 mensen het museum.

Kaartjes zijn nu alleen online te koop – en voor de komende tien dagen uitverkocht. Voor de periode daarna verkoopt het museum nog niet. Want als het aantal coronabesmettingen weer toeneemt, kan een hernieuwde sluiting noodzakelijk worden.

„Toen we half maart dicht gingen, zaten we met 20.000 verkochte kaartjes voor de periode daarna”, vertelt hoofdconservator Michael Philipp per telefoon vanuit zijn home office. „Het is een enorme klus om iedereen individueel zijn geld terug te geven, dat willen we niet nog eens 20.000 keer hoeven doen.”

Met meer dan honderd werken van Monet, waaronder een groot aantal bruiklenen, neemt de tentoonstelling de bezoeker mee langs plaatsen waar hij is geweest en die hij geschilderd heeft – van onder meer Le Havre en Parijs, tot Londen, Zaandam en Venetië en natuurlijk zijn tuin in Giverny.

Niet iedereen die wilde komen kijken, zal daar vermoedelijk de kans voor krijgen. „Maar de tentoonstelling, die aanvankelijk tot 1 juni open zou zijn, wordt verlengd tot 19 juli”, zegt Philipp. „We hebben tachtig bruikleengevers, de meeste in de Verenigde Staten, maar ook het Van Gogh Museum, en die hebben zich heel solidair opgesteld.”

Het onlineaanbod van het museum was altijd al sterk, geen wonder want het is opgericht door software-miljardair Hasso Plattner. Nu is het uitgebreid met digitale liverondleidingen voor kleine groepen, à vijftig euro per groep, met vijf internettoegangen.

Buiten voor het museum staat een groepje van vier vrienden enthousiast na te praten. „Prima te doen”, is het eensluidende oordeel over het museumbezoek onder coronaregels. „Alleen m’n bril beslaat steeds door dat mondkapje, dat maakte sommige schilderijen wel érg nevelig”, moppert een brildrager in het gezelschap goedmoedig. „Daar moeten we nog iets op vinden.”

Museum Barberini, Potsdam. Foto Museum Barberini