Hans Oostendorp (1978-2020) hield écht van de democratie

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

De introverte adviseur Hans Oostendorp (1978-2020) verraste gemeenteraden met zijn aanpak.

Adviseur Hans Oostendorp
Adviseur Hans Oostendorp

Kees Oostendorp (40) kon zijn ogen niet geloven. Ineens zag hij zijn broer Hans (41) op de top van de Alpe d’Huez verschijnen. Terwijl hij hem even daarvoor nog met frisse tegenzin aan de afdaling had zien beginnen. „Hij had die dag de benen niet voor deze beklimming. En, eerlijk gezegd, er zaten ook wat kilootjes te veel aan. Na drie kilometer klimmen keerde hij dus maar om.” Maar Hans verraste zijn vriendengroep – waar ook zijn broer Kees deel van uitmaakt – door ‘puur op wilskracht’ alsnog naar boven te klimmen. „Potdomme”, zei hij, „dit was mijn doel, dus dan moet ik het halen ook.”

Een plotse, hevige druk op de hersenstam, mogelijk het gevolg van een virusinfectie, zorgde begin dit jaar alsnog voor een spaak in het wiel. De rechterzijde van zijn lichaam raakte verlamd en uiteindelijk ook het ademhalingscentrum en de spijsvertering.

De altijd actieve onderzoeker en adviseur Hans Oostendorp, directeur van adviesbureau Necker van Naem, viel ineens stil. „Nou ja, stil”, zegt broer Kees. „Hans vertelde me in ons laatste gesprek nog trots dat hij vier kilometer had gefietst. Op een soort bedfiets.” Tien minuten na dit gesprek kreeg hij van het VUmc-personeel te horen dat hij positief getest was voor Covid-19. Wat die ziekte precies heeft bijgedragen aan zijn overlijden wordt nog onderzocht. Maar vlak voor Pasen, op 8 april 2020, kwam voor de bestuursadviseur toch nog onverwacht het einde.

Oostendorp trainde tientallen vertrouwenscommissies die vanuit de gemeenteraad op zoek gingen naar een nieuwe burgemeester. Indirect hielp hij zo tientallen bestuurders die hogerop wilden komen, aan een baan. Collega-directeur Roel Freeke vertelt hoe hij daarbij dikwijls de randen opzocht, door „de verbeelding te stretchen” van de raadsleden die hij in hun zoektocht begeleidde. „Door burgemeesters in een gemeente als oefen-kandidaat uit te nodigen, bijvoorbeeld. Of door in een stijve CDA-gemeente ineens de vraag te stellen: kan de burgemeester misschien ook een vrouw zijn? En daar kwam het dan ook vaak van.”

Hans Oostendorp bleef tot op zijn ziekbed fietsen.

Waar hij bestuurders in zijn netwerk voortdurend uitdaagde hun ambities te volgen, was Oostendorp zelf volgens Freeke „vaak te bescheiden”. Zo zat hij ook integriteitscommissies voor: „Hij liet in zo’n geval mij zijn eindrapport lezen. Vaak kon ik uit die tekst niet opmaken wat nu zijn conclusie was. Deugde het nu wat die bestuurder gedaan had, of niet? Hij was in zulke gevallen te weinig uitgesproken. Of misschien wel té empathisch.”

Op een dag stuurde Freeke zijn collega naar Roel Wolbrink, een Utrechtse kleermaker uit zijn netwerk. „Het eerlijke verhaal”, vertelt Wolbrink vanuit zijn winkel, „is dat Hans een beetje bleef steken. Hij kwam maar niet bij de top-50-gemeentes terecht. Want hij was best aimabel, maar misschien toch wat te introvert.”

Tussen de kleermaker en zijn klant ontstond een bijzondere band. „Door betere pakken te dragen groeide hij vijf centimeter. Maar we raakten ook in gesprek. Wat wil je uitstralen? Wat is je rol? Omdat ik verder geen enkel belang heb, kon hij tegen mij vrijuit praten.”

Eric van Oosterhout, burgemeester (PvdA) van Emmen, noemt Oostendorp een „zakelijke vriend”. „Dan belde hij ineens op”, herinnert hij zich. „Gewoon om even te zeggen dat hij in de gemeente Aa en Hunze een rondvraag had laten doen naar wat voor type burgemeester ze daar zochten en dat 80 procent van de bevolking in feite een soort tweede Eric wilde. Dan wachtte ik even, omdat ik dacht: hij wil vast wat van me. En dan kwam er alleen een vraag achteraan: hoe is ’t in Emmen? Zijn interesse was oprecht.”

Hans Oostendorp laat een vrouw en drie kinderen achter. De jongste, Gijs, werd geboren terwijl hij al op de IC lag. Zijn vrouw Marleen zag dat hij vanuit zijn bed nog van alles aan het regelen was rondom de geboorte. „Eerst mocht zijn zoon – vanwege infectiegevaar – niet bij hem komen, maar uiteindelijk heeft hij hem nog drie keer kunnen vasthouden. Dat was mooi, maar tegelijk ook ontzettend pijnlijk. Zijn hoop en wil om te overleven waren zó groot dat hij zelfs de artsen daarin meenam. Tegen beter weten in.”

„Mijn man was een sociale kameleon,van een zeldzaam soort”, vertelt ze. „Net zo zeldzaam als de ziekte die hem uiteindelijk geveld heeft.” Pas in zijn laatste weken werd het haar – door de vloed aan reacties – duidelijk wat haar man in zijn werk dreef. „Hij hield écht van de democratie en vond diep van binnen dat iedereen in staat moest zijn om zijn mening te laten horen. Dat wilde hij mogelijk maken voor zoveel mogelijk mensen.”

Als kinderen werden Hans en hij vaak vergeleken met Bert en Ernie, vertelt broer Kees. „Hans was Bert, altijd serieus. Gedreven, een doorzetter. Ik was Ernie, veel losser, frivoler. Ik denk dat we naar elkaar toe gegroeid zijn. En hoewel we écht verschillen, hoop ik toch dat zijn kinderen in mij later iets van hem zullen herkennen.”