Gamen nutteloos? Nee, het is juist leerzaam

Games Tijdens de coronacrisis zitten jongeren urenlang te gamen. Veel ouders maken zich zorgen. Maar dat is niet nodig.

Foto Getty Images

Foto Getty Images

Drie zonen en een dochter heeft de Amsterdamse Babette Hofstede. Alle vier tieners. De jongens doen niets liever dan gamen, zeker nu naar buiten gaan niet meer vanzelfsprekend is.

De afspraak: op een schooldag mogen ze vanaf 15.00 uur gamen, in het weekend geldt ‘game je rot’. „En dat gebeurt dan ook, ze zijn onverzadigbaar”, lacht hun moeder. Babette Hofstede: „Eerlijk is eerlijk, het is puur eigenbelang. Ik heb ook tijd voor mezelf nodig, dus in het weekend trek ik mijn eigen plan.”

Ook de achtjarige zoon van Leona Verbeek heeft zo’n ‘all you can game-dag’. Dan begint hij ’s ochtends te gamen en stopt hij pas als zijn ouders de deur uit willen gaan en hij mee moet. Hoe anders was hun reactie een paar maanden geleden, toen hij niets anders wilde dan Fortnite spelen. Dag in, dag uit. De druk op school leek hij thuis te compenseren door zo snel mogelijk de controller te pakken.

„We hebben zoveel ruzie gemaakt over gamen dat we er gek van werden. Klokjes, tijdslimieten, strakke schema’s: van alles”, zegt Leona Verbeek. „Totdat we besloten het los te laten en minder strikt te zijn. Vanaf dat moment ging het langzaam beter. Nu voelt hij zelf dat hij er wel eens genoeg van krijgt.”

Ze was nog even bang dat hij tijdens de coronacrisis weer meer zou gaan gamen, maar dat gebeurt niet. „Hij speelt nu ook buiten, met de buurkinderen. Dat was een tijdje terug ondenkbaar.”

„Ouders willen soms alles onder controle houden”, zegt Tony van Rooij, die bij het Trimbos-instituut onderzoek doet naar gamen en gokken. „Maar als je op een dag urenlang door mag gamen, kom je er vanzelf achter dat het een keer genoeg is. Bij ouders die de teugels strak aantrekken komen kinderen nooit op het punt waarbij ze zelf ervaren: ik ben er klaar mee.”

Kunnen ouders tijdens deze crisis hun kinderen dan onbeperkt hun gang laten gaan? Zodat de gamers zelf de verveling gaan ervaren?

Van Rooij: „Het gaat om de balans. Zolang werk, school, sociale contacten en beweging ook een belangrijke rol spelen in je leven, hoeft een paar uur per dag gamen geen problemen op te leveren. Het hoort er nou eenmaal bij.”

En kijk ook eens naar het gemiddelde aantal game-uren per week, in plaats van per dag, zegt Harry Hol van Bureau Jeugd en Media toe. „Als je bijvoorbeeld drie keer per week sport, is het niet erg om een keer per week de hele avond te gamen.”

Babette Hofstede heeft de laatste weken gemerkt dat ze „de gezelligheid in huis kan bewaken” door haar kinderen meer schermtijd te geven. Zelf vindt ze gamen vooral geestdodend en zonde van de tijd, zegt ze. „Ik zie mijn zoon zitten, op zijn kussen voor de tv, als een fakir die bijna opstijgt. Wat me tegenstaat? De passiviteit! Zelfs mijn kinderen geven toe dat gamen verslavend is. Elke week een challenge uitvoeren, omdat je anders zakt in de ranking, zorgt ervoor dat ze het blijven doen. Het is net als een zak chips die leeg moet.”

Verslaafd?

Het woord ‘verslaafd’ valt al snel in gezinnen waar kinderen (of volwassenen) uren achter elkaar gamen, boos worden als ze hun spel moeten onderbreken voor een maaltijd, of hun schoolwerk afraffelen om zo snel mogelijk het scherm op te zoeken. Maar, zegt Van Rooij van het Trimbos-instituut: „Verslaving is een moeilijk begrip. Mensen denken vaak dat er iets in het product zit dat je naar binnen trekt. Maar dat is niet de hele waarheid. Verslaving is gedrag waar iemand niet van kan loskomen – en dat stevige negatieve gevolgen oplevert. Dat heeft niet alleen te maken met de game zelf, maar ook met de persoon, met zijn karakter en met zijn omgeving.”

Lees ook: Samen gamen in plaats van Skype

Dagelijks willen gamen, omdat het huiswerk af is en je vrienden ook thuiszitten, heeft weinig met verslaving te maken. Van Rooij bewaart de term liever voor gamers die nachtenlang doorgaan, nauwelijks slapen, zichzelf verwaarlozen, geïsoleerd raken of zelfs hun baan kwijtraken of school opzeggen. Vrijwel altijd zoeken deze jongens of mannen (gameverslaafden zijn vrijwel altijd man) hun toevlucht tot gamen omdat ze onderliggende problemen hebben.

In 2015 ging het om vier procent van de gamende jongeren, blijkt uit cijfers van het Trimbos-instituut. Deze ‘risicogamers’ spelen gemiddeld 23 uur per week en kampen met lichamelijke en mentale problemen. 36 procent van de jongeren gamet gemiddeld 14 uur per week (‘fanatieke hobbygamers’). Deze groep is fysiek en mentaal gezond én rookt en drinkt zelfs minder vaak dan de groep niet-gamers.

Raak je in paniek als je kind drie uur lang zit te lezen? Nee. Waarom dan wel bij gamen?

Harry Hol, Bureau Jeugd en Media

Dus de zorgen die veel ouders juist nu hebben zijn onnodig? „Zolang er geen sprake is van vluchtgedrag, is er weinig aan de hand”, vindt Hol van Bureau Jeugd en Media. „Vergelijk het met het lezen van een boek: raak je in paniek als je kind drie uur lang zit te lezen? Nee. Waarom dan wel bij het spelen van games? Gamen geeft geen verslavend stofje af, zoals sigaretten. Het maakt wel een stofje aan waar je blij van wordt, net als wanneer je een leuke film kijkt.”

„Dat ouders soms bang zijn is meestal uit onwetendheid”, zegt Alessandra van Otterlo, hoofdredacteur van Control, het vakblad voor de game-industrie. „Voor kinderen zijn games natuurlijk, voor ouders juist niet. Het is een generatiekloof die de komende decennia kleiner zal worden. Het ontbreekt vaak aan communicatie tussen ouders en kinderen. Verdiep je erin, wees betrokken, doe zelf mee, ga het gesprek aan. Dan zie je waarom je kinderen het zo leuk vinden.” Harry Hol: „Onderschat niet hoe krachtig het is om een gesprek aan te gaan over gamen. Je respecteert je kind en tegelijk kun je in de gaten houden hoe het echt gaat. Als ouders zien dat hun kind tijdens het gamen steeds chagrijniger wordt, zijn ze geneigd de stekker eruit te trekken. Dat levert strijd op. Je kunt beter vragen wat er speelt: is het spel te moeilijk, kun je niet tegen je verlies, word je gepest?”

Ontzettend educatief

Het gros van de gamende jongeren (96 procent) heeft geen gameprobleem. Ook nu niet, tijdens de coronacrisis.

Waarom dan toch focussen op het negatieve, vraagt Van Otterlo zich af. „Voor mij is gamen vermaak en ontspanning. In een game als Red Dead Redemption 2 zit ik op een rots om vogels te spotten met een verrekijker – en krijg er informatie over. Ik leer er dus ook nog iets van. Zo zijn er leraren die Assassin’s Creed gebruiken om de geschiedenisles levendiger te maken. Games kunnen ontzettend educatief zijn.”

Lees ook: Zo kijkt een egyptoloog naar ‘Assassin’s Creed Origins’

Oplossingsgericht denken, de geef-nooit-op-mentaliteit, creativiteit, af en toe in het ootje genomen worden en daarmee leren omgaan: het zijn volgens de deskundigen allemaal vaardigheden die ook van waarde zijn in het echte leven. Hol: „In roleplaying games speel je een zelfgekozen personage, waardoor je op een veilige manier kunt experimenteren met je identiteit. Het is toch gewoon leuk om af en toe de bad guy te spelen?’

Babette Hofstede, zegt ze, heeft dankzij de coronacrisis ontdekt dat gamen meer is dan een dom spelletje spelen. „Juist nu is het voor mijn kinderen hét contact met de buitenwereld. Volwassenen bellen met elkaar, kinderen spelen een spel én kletsen ondertussen over school, vrienden en voetbal. De dagen zijn lang, het aantal lege uren is toegenomen nu alle buitenschoolse activiteiten weg zijn gevallen. Dus ik heb mijn grenzen verlegd. De jongens spelen nu meer, maar ondertussen probeer ik ze ’s middags even naar buiten te krijgen. Met een smoes weliswaar, maar toch.”