Opinie

Een tevreden mens

In 010

Bram Peper kijkt vanuit zijn appartement uit op een grote bouwput. Hier, aan de Gedempte Zalmhaven, zal ooit de hoogste woontoren van de stad verrijzen. Peper zit veel voor het raam. In zijn lederen fauteuil. Dan leest hij een krant of een boek, kijkt tv of mijmert wat.

Zijn woning is gevuld met boeken. Niet alleen in de kast, maar ook op de bank en op het tafeltje tussen ons in. „Het laatste dat ik heb gelezen is Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan van Ischa Meijer.”

Ik wil weten of zijn bestaan er anders uitziet sinds corona. „Niet wezenlijk”, zegt hij. „Ik ben in mijn leven vaak opgehokt geweest. Eerst als student, later als professor aan de Erasmus Universiteit en tot slot als burgemeester en minister. Altijd veel in studeerkamers gezeten. Lezen, onderzoeken, schrijven. In de warme zomer van 1971 zat ik maanden achter het bureau voor mijn proefschrift.”

Ofschoon op leeftijd, is Peper niet bevreesd voor het virus. „Waarom zou ik? Je moet je aan de regels houden, of, anders gezegd, jezelf ter beschikking stellen van de regering: TBR. Meer kun je niet doen. En nee, ik heb geen talent om me op te winden over zaken waar ik geen invloed op heb. Zeker, ik ben redelijk stoïcijns.”

Zo nu en dan rijdt Henk, chauffeur uit zijn burgemeesterstijd, hem naar vrienden en familie. „Pas samen met Maria (Heiden, W.P.) naar oud-wethouder Ries Jansen geweest en zijn vrouw Yvonne. En gisteren was mijn buurman hier, een oud-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Die wou ’ns praten.”

Eén pijnpunt is er wel: zijn oudste zus. „Ze is vijfenzeventig jaar, dementerend, en heeft pas een auto-ongeluk gehad. Ik kan haar niet bezoeken in het verpleeghuis. Dat is spijtig.”

Peper steekt een sigaartje op en zegt: „In februari ben ik tachtig geworden. Dan komt de dood naderbij. Ik ben er gelaten onder. Nee, na het sterven is er niets. Ik kan er niks anders van maken, ofschoon ik het nooit heb meegemaakt.”

Hij kijkt op zijn horloge. „Straks rijdt Henk hier voor. We gaan naar Hillegersberg om maaltijden in te slaan. Ik zou niet zonder Henk kunnen met mijn kapotte knie. Ik ben een tevreden mens, ik tel mijn zegeningen.”

En dan neem ik afscheid van Bram Peper en zijn mooie appartement.