Een dijkverhoging voor een derde van Europa’s kust

Klimaatopwarming De kosten van dijkverhogingen wegen op tegen de schade die overstromingen veroorzaken.

Versterkingswerkzaamheden voor de kust van Katwijk.
Versterkingswerkzaamheden voor de kust van Katwijk. Foto Koen van Weel/ANP

Als de dijken langs een derde van de kustlijn van Europa met 90 tot 104 centimeter worden opgehoogd, kan minstens 83 procent van de economische schade door de verwachte zeespiegelstijging tussen nu en het jaar 2100, vermeden worden. Dat concludeert een groep Europese wetenschappers in een onderzoek dat deze week in Nature Communications verscheen. Het is uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie.

Veel landen overwegen dijkverhogingen. Kustregio’s zijn vaak dichtbevolkt en economisch belangrijk.

De onderzoekers rekenden met twee scenario’s voor de zeespiegelstijging: 34 tot 76 centimeter (bij een opwarming van 2,4 graden Celsius) en 58 tot 172 centimeter (bij 4,3 graden).Die zijn allebei hoger dan het streefdoel van 1,5 graden uit het akkoord van Parijs. Van het hoge scenario is sprake als er niet wordt overgegaan op duurzame energie.

De kosten (kustverdediging) en opbrengsten (vermeden schade) wegen ze tegen elkaar af. Als de Europese landen niets doen om zich te wapenen tegen een hogere zeewaterspiegel, zou de jaarlijkse schade 209 miljard (matig scenario) tot 1.268 miljard (hoog scenario) euro zijn. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Denemarken lopen het grootste risico op veel schade.

Grillige of bergachtige kust

Als er wel wordt geïnvesteerd in dijken (kosten 1,8 tot 2,8 miljard euro per jaar) zal ook er schade zijn: 8,9 tot 24 miljard per jaar. Dit is alleen vele malen minder dan wanneer er niets aan kustverdediging gedaan wordt.

Dit onderzoek beslaat de kust van Noorwegen tot Griekenland. Voor twee derde daarvan kan het volgens de onderzoekers niet uit om met dijken aan de slag te gaan. Dit geldt vooral als de kustlijn grillig of bergachtig is, of als er relatief weinig mensen wonen. Het verhogen van de dijken is rendabel op plekken waar meer dan 500 mensen per vierkante kilometer wonen. Dit geldt bijvoorbeeld voor België, Frankrijk en Italië.

Nederland wordt in het onderzoek apart genoemd, omdat er al een uitgebreid netwerk van dijken en stormvloedkeringen ligt. Meer versterking vermindert de kans op een hevige overstroming verder, maar omdat het land laag ligt en de populatiedichtheid hoog is, is de impact van een overstroming enorm. „Het maakt Nederland een lastig geval om mee te rekenen, de statistische onzekerheden zijn groot”, zegt hoogleraar mondiale waterrisico’s Philip Ward van de VU in Amsterdam, een van de auteurs van het onderzoek.

Economische motivatie

Is het ophogen van dijken wel de beste oplossing? Als de zeespiegel na 2100 verder stijgt kun je aan het ophogen blijven. „Dijken zijn niet per se de enige of de beste oplossing, het is wel de enige die we voor dit onderzoek hebben bekeken”, zegt Ward. „Een gecombineerde aanpak is beter. Naast dijken kun je ook bebouwing die beter tegen water kan of een waarschuwingssysteem ontwikkelen.”

„Wat deze studie duidelijk laat zien is dat je met beperking van de uitstoot van fossiele brandstoffen veel kosten kunt besparen”, zegt hoogleraar zeespiegel en invloed op de kust Roderik van de Wal van de Universiteit Utrecht in reactie op het onderzoek. „Het is een economische motivatie om het niet zo ver te laten komen als het hoge scenario.”

Maar zeespiegelstijging heeft meer gevolgen dan alleen overstromingen, zoals afstervende koralen en verzilting van grondwater. „Wij zijn er in Europa erg op gericht de zee met harde infrastructuur buiten de deur te houden. Maar we zouden actiever moeten zijn in het beperken van uitstoot.”