Opinie

Denk en 50Plus zorgen voor onwerkbare versnippering

Afsplitsingen

Commentaar

Ook tijdens de grootste crisis sinds decennia blijkt politiek soms erg klein. Terwijl de Tweede Kamer al weken niet volledig is samengekomen, imploderen buiten het Binnenhof twee partijen volledig. Partijleider én lijsttrekker Henk Krol heeft de fractie van 50Plus verlaten, en begint met het al eerder afgescheiden Kamerlid Femke Merel van Kooten-Arissen (ex-PvdD) een nog op te richten Partij voor de Toekomst. 50Plus, dat vier zetels had, blijft in chaos en wanorde achter. Mogelijk nog chaotischer is de situatie bij Denk (drie zetels, nu nog). Partijvoorzitter en Kamerlid Selçuk Öztürk heeft fractievoorzitter Farid Azarkan uit de partij gezet. Die roept op zijn beurt Öztürk op te vertrekken. Tunahan Kuzu, tot voor kort partijleider en het derde Kamerlid, is solidair met Azarkan. Een scheuring is onvermijdelijk. Het zijn stuiptrekkingen van twee partijen die populair werden omdat ze een specifieke doelgroep aanspreken: ouderen en kiezers met een migratieachtergrond. Verkiezingsuitslagen bewezen dat ze voorzien in een behoefte. Door hun geruzie laten 50Plus en Denk in de eerste plaats hun achterban in de steek. Kamerzetels behoren toe aan Tweede Kamerleden. Partijen hebben geen recht op zetels, Kamerleden worden individueel gekozen. Henk Krol is dus geen ‘zetelrover’, zoals hij door de achterblijvers van 50Plus werd genoemd. Femke Merel van Kooten was dat evenmin toen zij de Partij voor de Dieren vorig jaar verliet. Wybren van Haga (ex-VVD) ook niet. Afsplitsingen zijn zelden fraai, maar staatsrechtelijk zuiver.

Maar het begint uit de hand te lopen. Als de Kamer weer bijeenkomt, is mogelijk ruim één op de tien Kamerleden (16 van de 150) fractievoorzitter. Zo’n versnippering is onwerkbaar. Hoewel een Kamerlid het volste recht heeft een fractie te verlaten en voor zichzelf te beginnen, zijn er wel complicerende factoren. Zo is de band tussen kiezer en gekozene zwak in Nederland. In het Amerikaanse Congres of het Britse Lagerhuis worden politici direct door hun district afgevaardigd. Het is duidelijk wie zij vertegenwoordigen, en aan wie verantwoording moet worden afgelegd. Een parlementslid dat de belangen van de achterban ziet botsen met die van de partij, kan een afsplitsing goed uitleggen. Nederland kent geen districtenstelsel en houdt er een hybride systeem op na: partijen stellen kieslijsten samen, waarna Kamerleden individueel gekozen worden. Dat wringt, omdat onduidelijk is waar zij voor staan, of waar zij eventueel afwijken van de partijlijn. Nadenken over meer eigentijdse vormen van volksvertegenwoordiging, bijvoorbeeld in de vorm van een gedeeltelijk districtenstelsel, wordt steeds wenselijker.

De versnippering in de Tweede Kamer vertoont een zichzelf versterkend effect. 50Plus en Denk, twee relatief jonge en kleine partijen, hebben hun interne organisatie niet op orde en vallen uit elkaar. Dat heeft een schadelijk effect op het functioneren van de Tweede Kamer. Het is lastig meerderheden te verzamelen. De coalitie had na het vertrek van Van Haga al geen meerderheid meer (al stemt hij meestal mee met de coalitie). Individuele Kamerleden hebben dus veel macht. Dat is op zichzelf toe te juichen. De ideeën van individuele volksvertegenwoordigers tellen niet, partijen houden er nog altijd een sterke fractiediscipline op na. Wat zij eigenlijk zélf vinden, wordt pas duidelijk ná afsplitsing. Uit democratisch oogpunt is het onwenselijk dat partijen zo weinig ruimte aan hun volksvertegenwoordigers geven. Ook hierin loopt het stelsel achter op de realiteit.