Recensie

Recensie

De Range Rover blijft de stille, almachtige heerser van het universum

Autotest Ondanks de door hem aanbevolen ban op suv’s neemt zijn hoed af voor de Range Rover.
Range Rover
Range Rover Foto Merlijn Doomernik

De Range Rover een suv noemen is kwaadsprekerij. Het stadskasteel van de vastgoedboys is een goudeerlijke terreinwagen in de verkeerde handen. Hij is de achilleshiel van mijn aversie tegen het edelpaupergenre dat zijn grote voorbeeld voortbracht. Mocht hij worden meegezogen in de door mij aanbevolen ban op suv’s, dan ga ik hoogstpersoonlijk met een spandoek bij het ministerie posten.

Hij is er in zijn huidige gedaante nu acht jaar en in die tijd hebben we machtige avonturen met elkaar beleefd. In de woestijn dook ik er afgronden mee in waarvoor James Bond zijn stuntteam op de knieën pleegt te danken. Terwijl ik hangend in de gordels schietgebeden uitzond, bleef hij als een freeclimber rotsvast aan de steile zandwand kleven. Ik reed door rivieren die hij met zijn doorwaaddiepte van 90 centimeter doorkliefde als Mozes en gevolg de Rode Zee. „Take care boys”, grijnsden de instructeurs bij de tewaterlating, „it doesn’t have a shark detector”. Het ontwerp is al acht jaar tijdloos in zijn perfecte balans van horizontalen en verticalen. Nergens tornt een domme sierlijn aan zijn waardigheid. Ik voel genegenheid voor deze auto.

Maar ja, het milieu. Dat werd in die acht jaar van onbetekenend detail een Ding. Daar heeft Land Rover iets op gevonden. Hij kwam er als plug-inhybride met tegenwoordig vier cilinders, die ik panisch heb gemeden uit angst voor de kater. Een vierpitter in zo’n junglevilla is een zedenmisdrijf. Dat wordt Stallone met de falset van Marc-Marie Huijbrechts. Een fatsoenlijke Range heeft een machtige, gewichtig lispelende zescilinder diesel of vijfliter V8. Ontluisterend, wanneer in dit machtige lichaam een ondermaats volksaggregaat boven zijn macht moet werken, en de inspanning kenbaar maakt met de scheur van een staafmixer. Het milieu gaat altijd voor, tenzij de stijlfactor in het geding is.

Afknijpprocedure

De 300 pk sterke tweeliter hoeft gelukkig niet alleen de kar te trekken. Hij wordt bijgestaan door een elektromotor die het beschikbare vermogen opvoert naar 404 pk, zelfs voor een vrachtwagen van 2.500 kilo ruim voldoende. Zijn formaat beperkt de akoestische schade. Door de enorme afstand tussen motorruimte en bestuurder lijkt de motor zich buiten de auto te bevinden, alsof voor het stoplicht naast je een op dezelfde afknijpprocedure getrakteerde BMW zacht proletarisch met je meerouwt.

Heeft Operatie CO2 enige zin? Volgens Land Rover zou de elektromotor uit de 13 kWh-accu voldoende energie moeten putten voor 48 emissievrije kilometers. Hoewel ik dat niet haal, vallen zijn elektrische prestaties mee, terwijl het zelfs op landwegen allesbehalve eenvoudig is de benzinemotor in zijn hok te houden. Je moet toch af en toe een boer inhalen in de van god en iedereen verlaten Drentse dreven. Na de laatste keer opladen haal ik 35 van de toegezegde 41 kilometer en voor een paar dagen lokaal verkeer met de chic gedragen tempi die hem passen berekent de boordcomputer het lachwekkende verbruiksgemiddelde van 1 op 28,5. Dat dat na 150 snelwegkilometers 1 op 14 wordt, zij hem vergeven. Er zit wel degelijk spaarpotentieel in Wammes Waggel.

Lees ook: Voor het eerst een volwaardige, betaalbare elektrische auto

Tegen een acceptabele prijs, waarmee ik – naar het dataoverzicht hierboven bewijst – niet de aankoopsom bedoel. De bij hybrides onvermijdelijke gewichtstoename maakt hem in bochten iets minder standvastig dan je hem kende, maar hij blijft de stille, almachtige heerser van het universum. In tegenstelling tot de meeste suv’s is niets aan deze auto ordinair. Land Rover is met Volvo een van de zeldzame merken die de kunst verstaan hun auto’s voor de exhibitionistengemeenschap niet helemaal van hun decorum te beroven. Het bij de facelift in 2018 met touchscreens geplaveide dashboard blijft in serene harmonie met de Brits-degelijke grondtoon. Dit designteam zou zonder zichtbare stijlbreuken Buckingham Palace tot NASA-commandocentrum kunnen verbouwen. De zijramen lopen als altijd strak horizontaal van voor tot achter, waardoor de derde zijruit nog echt uitzicht biedt. En ondanks de hoge zit peil ik zeker twintig vorstelijke centimeters speelruimte tussen mijn kruin en het panoramadak. Ik neem mijn hoed maar weer eens af en denk aan vroeger, aan Marokko, die rivier in Wales; aan de vriend die er, verrukt van zijn grandeur, net voor zijn dood nog eentje kocht. Aan alle momenten die de Range Rover zelfs voor mij, die hem niet heeft, ook met een deficit van twee cilinders tot symbool van het geleefde leven maakt. Hoe onverdedigbaar hij ook lijkt, liefde blijft liefde.