Biomassa is splijtzwam, maar klimaatbeleid kan niet zonder

Onderzoek PBL Klimaatbeleid kan niet zonder biomassa, maar over het gebruik zal Nederland het nooit eens worden. Lastig voor het kabinet.

De centrale van Stadsverwarming Purmerend wordt geheel gestookt met biomassa: houtsnippers die vrijkomen bij bosonderhoud in Nederland.
De centrale van Stadsverwarming Purmerend wordt geheel gestookt met biomassa: houtsnippers die vrijkomen bij bosonderhoud in Nederland. Foto Michiel Wijnbergh / HH

Het is onmogelijk in Nederland volledige consensus te bereiken over het gebruik van biomassa. Dat concluderen wetenschappers na tien maanden onderzoek naar de heersende opinies rond onder meer het gebruik van hout in kolencentrales of biobrandstof voor vliegtuigen.

Het onderzoek, dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deze vrijdag publiceert, moet uiteindelijk de basis vormen voor het kabinetsbeleid.

Overeenstemming is er wel over de conclusie dat klimaatbeleid zonder gebruik van biomassa nauwelijks mogelijk of betaalbaar is. „We hebben wel een stap gemaakt in de richting van maximale consensus”, zegt PBL-onderzoeker Bart Strengers over de studie, waarvoor hij en zijn collega’s 150 deskundigen en belanghebbenden spraken.

Rond biomassa zijn de meningen zo sterk verdeeld dat niemand eenduidig kan zeggen hoeveel biomassa (hout, plantenresten, gewassen, organisch afval) in Nederland gebruikt kan worden voor duurzame energie, en aan hoeveel biomassa behoefte is.

De onenigheid zit niet zozeer in de feiten, maar in de manier waarop deelnemers naar die feiten kijken

Daardoor ligt er nu geen concreet advies aan het kabinet voor welke toepassingen biomassa wel of niet geschikt en verantwoord is. Dat advies moet de Sociaal-Economische Raad de komende maanden geven.

Het onderzoek begon in juli 2019 en duurde vier maanden langer dan de bedoeling was. Het eindrapport concludeert dat Nederland met zijn plannen voor duurzame energie waarschijnlijk een onevenredig groot beslag legt op biomassa die internationaal voor energie beschikbaar is.

Nederland zal door zijn klimaatplannen in 2050 minimaal 0,6 tot 6,5 procent van de beschikbare biomassa nodig hebben. Dat is, schrijft het PBL, „in het algemeen hoger” dan wat doorgaans beschouwd wordt als Nederlands „fair share” (eerlijke deel), op basis van inwonertal of omvang van de economie.

Het rapport stelt ook de vraag aan de orde of dat onderdeel moet zijn van een ‘hogere’ discussie over „eerlijker verdeling van rijkdom en welvaart in de wereld”.

Biomassa is een cruciaal twistpunt bij de uitwerking van het Nederlandse klimaatbeleid tot 2030. Het materiaal kan op uiteenlopende manieren gebruikt worden: bijvoorbeeld als biogas om huizen te verwarmen, als brandstof voor schepen, auto’s en vliegtuigen, als bouwmateriaal of chemische grondstof, of om te verbranden in elektriciteitscentrales.

Uiteenlopende belangen

De onenigheid tussen de 150 deelnemers aan het debat „zit ’m niet in de feiten, maar in de manier waarop zij naar die feiten kijken”, vat Jan Paul van Soest samen, de energieconsultant die deze discussie de afgelopen maanden begeleidde. Hij onderscheidde vijf groepen belanghebbenden, elk met hun eigen prioriteiten. De een wil alles inzetten om het klimaatprobleem op te lossen, de ander wil zo veel mogelijk natuur, een derde ziet biomassa als een tussenoplossing.

Die inzichten, en niet zozeer de onderliggende kennis, bepalen hoeveel biomassa beschikbaar en nodig is, concludeert het PBL. Iemand die alles ten dienste stelt van CO2-reductie, is bereid veel meer biomassa te verzamelen dan iemand die vindt dat alle biomassa uit Europa moet komen, zodat wereldwijd zoveel mogelijk natuur behouden blijft. Diezelfde mensen verschillen evenzeer van mening over het nut van biokerosine voor vliegtuigen, of biogas voor woningen.

Met zulke keuzes variëren behoefte en beschikbaarheid van biomassa in Nederland al gauw met een factor tien of twintig, berekende onderzoeksbureau CE Delft, dat wetenschappelijke berekeningen verzamelde over behoefte en beschikbaarheid van biomassa.

Dat Nederland hoe dan ook „in het algemeen” meer gebruikt dan ‘eerlijk’ is, illustreert dat die beschikbaarheid niet onbegrensd is. Neem de luchtvaart die, om duurzaam te worden, nauwelijks andere alternatieven heeft dan biokerosine, aldus Strengers van het PBL tijdens een persbijeenkomst over het rapport. „Dat kan zo zijn, maar tegelijkertijd moet je constateren dat – als de luchtvaart hard blijft groeien – het bijzonder lastig wordt die van voldoende biokerosine te voorzien.”

Toch zou het „buitengewoon lastig” zijn, en „een belemmering” voor bedrijven, als Nederland importbeperkingen instelt, concludeert het Planbureau.

Zelfs duurzaamheidseisen stellen aan ingevoerde biomassa zou juridisch onhaalbaar kunnen zijn. Het „is de vraag” of Nederland de vrijheid heeft meer eisen aan biomassa te stellen dan de EU doet. Daarom moet een debat over strengere eisen „op Europees niveau” worden gevoerd.

Lees ook het opiniestuk: Bomen stoken in centrales? Waanzin!

Niet waterdicht

Maar ook wetgeving en duurzaamheidskeurmerken, die inderdaad steeds meer Europees worden afgestemd, zullen niet waterdicht zijn. Die kunnen „nooit volledige duurzaamheid garanderen en de kans op fraude uitsluiten”, waarschuwt het Planbureau, want er is altijd „een balans tussen fraudebestendigheid en uitvoerbaarheid”.

Niemand kan dus garanderen dat natuur en landschap onaangetast blijven, of dat de CO2-balans van een bos op orde blijft. Dat laatste is het veelbesproken probleem van de ‘koolstofschuld’, waarbij bomen verdwijnen terwijl de boskap op papier CO2-neutraal is.

Om die onzekerheden beter te ondervangen, pleiten de onderzoekers onder meer voor opzetten of verbeteren van track-and-trace-systemen en betere CO2-emissieregistratie in exportlanden.

Een verklaring van de verhitte discussies over biomassa zijn veronderstelde misstanden die het nieuws halen, zoals beelden van mooie bomen die worden vermalen tot houtbrokjes (pellets) voor in centrales of de houtkachel. Actiegroepen hebben de onderzoekers nog eens gewezen op „niet-duurzame of frauduleuze praktijken”, terwijl bijvoorbeeld het beschuldigde Enviva – de grootste fabrikant van ‘houtige’ biomassa – dat ontkent.

„Zijn er misstanden? Ik weet het niet”, zegt Strengers. Hij noemt de rapporten van milieugroepen „erg anekdotisch”. Er verdwijnen volgens hem wel degelijk geregeld hele bomen in de hakselaar, maar dan gaat het om bomen die niet geschikt zijn als zaaghout.

Het planbureau adviseert onafhankelijk te onderzoeken in hoeverre sprake is van misstanden, zoals kappen van natuurlijk bos of tot pellets vermalen van hele bomen. Strengers: „Hoe structureel gebeurt dat nu? Eigenlijk kom je daar niet goed uit.”