Opinie

Verwerkingsbrood

Marcel van Roosmalen

4 mei, een paar uur voor Dodenherdenking.

Ik sjokte door het dorp.

Bij het bakkertje aan het eind van de straat stonden ze in de rij.

„Wat is hier aan de hand?”, vroeg ik.

„Zweeds wittebrood”, zei een wat oudere baas wiens vader de oorlog nog had meegemaakt. „Heerlijk.”

Een ander: „Ik haal er altijd drie.”

Toen ik eindelijk binnen was lag er nog maar één Zweeds wittebrood.

„Je kunt er niet tegenaan bakken”, zei de bakkersvrouw, dat was in de oorlog ook al zo.

Ik bestelde naast een half volkoren toch ook maar dat laatste Zweedse wittebrood.

„Authentiek recept uit de oorlog”, zei de bakkersvrouw terwijl ze er een papier omheen deed. „Dat gaat hier van vader op zoon. Het is lekker met kaas, maar ook met jam of hagelslag.”

„Wat is het meest authentiek?”, hoorde ik mezelf vragen, want ik nam zomaar aan dat aan het eind van de hongerwinter niets meer was om op het brood te smeren. Of kwam het beleg ook uit de lucht?

Zij, schreeuwend naar achteren: „Wat is lekkerder op Zweeds wittebrood, kaas of jam?”

Een zware stem, ik denk die van de bakker: „Kaas.”

Zij, weer tegen mij: „Kaas.”

Hoe was ik in godsnaam in dit gesprek beland?

„Flinke laag boter erop en daarop dan kaas. Officieel is het met margarine. Na twee sneetjes zit je wel vol. Als je goed kauwt proef je de oorlog, maar je mag er pas morgen van eten.”

‘Morgen’ was gisteren.

In het dorp hing uit ieder huis een vlag. Vlaggen kunnen ze hier als de beste, op Koningsdag was het ook al een rood-wit-blauwe zee.

Het was een feestelijk gezicht, alsof we allemaal samen feest vierden, maar de mensen gedroegen zich nog hetzelfde als op alle andere dagen.

Ze zaten op hun stoelen in hun tuinen vol grint, plukten onkruid tussen stoeptegels vandaan, prutsten wat aan hun auto’s, aaiden hun huisdier of zaten binnen achter de televisie of de computer.

Ik probeerde me voor te stellen hoe de voorouders van deze dorpelingen de bevrijders destijds hadden ontvangen. Geremd, waarschijnlijk: hand opsteken en weer door met het leven van alledag. En dan 75 jaar later een boterham met kaas eten om het te verwerken.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.