Nieuwe vragen bij de pestuitbraak in Constantinopel

Geschiedenis Gegevens over de Pest van Justinianus zijn in een model gestopt dat bedoeld is om huidige epidemieën te voorspellen.

Impressie van een pestepidemie in de klassieke oudheid, op een 18de-eeuwse gravure van G. Audran.
Impressie van een pestepidemie in de klassieke oudheid, op een 18de-eeuwse gravure van G. Audran.

De uitbraak van de pest in Constantinopel in 542 n.Chr. was óf niet zo dodelijk als antieke bronnen beweren, óf duurde korter dan tot nu toe wordt aangenomen. Dat is de uitkomst van een studie met wiskundige modellen die vorige week verscheen in het tijdschrift PLOS ONE. Deze epidemie – bekend als de Pest van Justinianus, naar de toenmalige keizer – zou volgens sommige historici de ondergang van het Oost-Romeinse rijk in gang hebben gezet, maar daar zetten onderzoekers Lee Mordechai en Lauren White hun vraagtekens bij.

Mordechai bouwt voort op een publicatie uit PNAS van december vorig jaar. Daarin concludeerde hij dat uit de bestudering van geschreven bronnen, wetgeving, inscripties, pollen-analyses en de hoeveelheid massagraven uit de zesde eeuw niet blijkt dat er een enorme sterfte heeft plaatsgevonden in het Romeinse rijk in het decennium na de eerste uitbraak in de hoofdstad. Schattingen van andere historici dat het bevolkingsaantal van het rijk afnam met wel vijftien miljoen zielen, zijn volgens Mordechai onhoudbaar.

Om die conclusie te staven, heeft hij nu cijfers uit bronnen over de uitbraak van 542 in een model gestopt dat normaal gebruikt wordt om bandbreedte en verloop van actuele epidemieën mee te voorspellen. Zo had ooggetuige bisschop Johannes van Efese het erover dat 300.000 van de 500.000 inwoners van Constantinopel stierven aan de ziekte. En hoveling Procopius van Caesarea schreef dat de uitbraak vier maanden duurde.

Longpest en builenpest

Mordechai en White waren op zoek naar het antwoord op twee vragen: om wat voor ziekte ging het in Constantinopel en kloppen deze cijfers met wat we weten over het verloop van dit soort uitbraken? Ze onderzochten drie mogelijke ziektes: longpest die van mens op mens wordt overgedragen, builenpest die via de vlooien op ratten naar de mens overspringt en een builenpest die evolueerde tot longpest.

Volgens de modellen is het uitgesloten dat longpest voor een majeure sterfte in Constantinopel kon zorgen. Builenpest en een combinatie van builen- en longpest komen in sommige simulaties boven de 300.000 slachtoffers uit, maar dan met een aanzienlijk kortere uitbraak. Vanwege deze discrepantie is het onverstandig, aldus de auteurs, om te veel waarde te hechten aan wat antieke bronnen over de Pest van Justinianus melden.

Leonard Rutgers, hoogleraar oude geschiedenis in Utrecht, is niet onder de indruk van de nieuwe studie, zegt hij in een reactie. „Mordechai wil nog eens aantonen dat de ‘maximalistische’ visie op die pest, die uitgaat van een enorm aantal slachtoffers, niet klopt. Hij komt echter niet verder dan de conclusie dat er volgens zijn modellen misschien wel meer dan 300.000 slachtoffers zijn gevallen in Constantinopel, maar dat dit niet te rijmen valt met de veronderstelde duur van de uitbraak.”

Daarnaast zet Rutgers vraagtekens bij een aantal aannames. „Zijn deze modellen bruikbaar voor historisch onderzoek? Er wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met verschillen in de gezondheidstoestand en immuniteit van de oude Romeinen en de moderne mensen voor wie deze modellen ontwikkeld zijn. Het gaat veel te kort door de bocht om op basis van deze studie de oude bronnen over de pest als ‘anekdotisch’ af te schrijven.”