Kijk eens naar wat musea al in huis hebben

Openbaar kunstbezit Zoals de bevolking ineens lang vergeten spullen van zolder haalt, zo zouden musea de verzamelingen in hun kelders kunnen herontdekken.

Lente en Zomer verbeeld door groteske koppen, anoniem, naar Giuseppe Arcimboldo, ca. 1565 - ca. 1580. Aankoop uit het F.G. Waller-Fonds
Lente en Zomer verbeeld door groteske koppen, anoniem, naar Giuseppe Arcimboldo, ca. 1565 - ca. 1580. Aankoop uit het F.G. Waller-Fonds Foto Staeske Rebers/ Rijksmuseum

U herinnert het zich ongetwijfeld, al lijkt het langer geleden dan het is: voordat alle grote musea op slot gingen was er in het Rijksmuseum een tentoonstelling over de Italiaanse barok in de zeventiende eeuw, getiteld Caravaggio – Bernini. Die tentoonstelling is er nog steeds, maar niemand mag erin. Voor het museum is dat een grote domper, niet alleen omdat er topwerken uit de hele wereld staan en hangen die niemand nu kan bekijken, maar ook omdat het buitengewoon duur is om zo’n tentoonstelling vol waardevolle bruiklenen te organiseren. Zo’n veertig buitenlandse musea hebben objecten uitgeleend; slechts één schilderij en drie sculpturen komen uit de collectie van het Rijksmuseum zelf. De transport-, verzekerings- en andere kosten moeten worden terugverdiend met de verkoop van tickets en catalogi. Die verkoop ligt al sinds 13 maart stil en komt pas op zijn vroegst 1 juni weer op gang. Officieel is de tentoonstelling dan nog maar zeven dagen open.

Het is niet ondenkbaar dat ze wordt verlengd. Wereldwijd wordt achter de schermen van musea druk overlegd over de verlenging van tentoonstellingen na de lockdowns, zodat het overal bijeengebrachte moois toch nog te zien is – voor beperkte aantallen bezoekers, natuurlijk, die onderling afstand zullen moeten houden. Bij een publiekstrekker als Caravaggio – Bernini zal dat nog een hoop regels en toezicht vergen.

Lees ook: een kunstwerk is een vriend

Tegelijk met Caravaggio – Bernini was er nog een tentoonstelling te zien in de zuidvleugel van het Rijks. Die kleinere tentoonstelling, Dankzij Waller, dreigde te worden ondergesneeuwd in alle publiciteit rondom de blockbuster. Ik zou een recensie schrijven om de NRC-lezer erop te attenderen, maar voordat ik mijn stuk klaar had werden de coronamaatregelen van kracht.

Het is te hopen dat ook Dankzij Waller wordt geprolongeerd. Het is een bescheidener tentoonstelling, meer voor de liefhebber, zou je kunnen zeggen. Ze vraagt wat meer inspanning van de bezoeker. Er worden zo’n negentig prenten en tekeningen gepresenteerd die het Rijksprentenkabinet, de afdeling kunst op papier van het Rijksmuseum, in de afgelopen tien jaar kon verwerven dankzij het F.G. Waller-Fonds. Dat fonds werd in 1938 gesticht met geld uit de nalatenschap van de prentenverzamelaar François Gérard Waller (1867-1934) en bepaalt sindsdien het aankoopbudget dat het museum voor prenten heeft. Dankzij Waller is het Rijksmuseum nog altijd een serieuze speler op de internationale prentenmarkt. Tussen 2010 en 2020 werden er met Wallergeld zo’n 3.300 werken aangekocht, waaruit nu dus een kleine keuze op zaal te zien is – of nou ja: te zien wás, en hopelijk gauw weer te zien zal zijn.

Maria met het Christuskind dat een kruis vasthoudt, Meester IAM van Zwoll, ca. 1465. Aankoop uit het F.G. Waller-Fonds Foto Staeske Rebers/ Rijksmuseum

Een tentoonstelling als Dankzij Waller is relatief gemakkelijk te verlengen. Ze bevat geen enkele bruikleen van elders, alle getoonde bladen komen uit de collectie van het museum zelf. Er hoeft alleen binnenshuis te worden overlegd. Het is ook precies dit soort tentoonstellingen dat in het komende onzekere jaar, of in de komende onzekere jaren, sowieso te programmeren is.

Exposities met kostbare en kwetsbare bruiklenen uit binnen- en buitenlandse musea zijn voorlopig riskant, want wanneer mogen de musea weer open, en onder welke voorwaarden? Hoe lang gaat dat goed? Wat als er op den duur een tweede lockdown nodig is en een derde? Zijn internationale transporten wel mogelijk? Zijn ze verstandig? Hoe werkt verzekering bij zo veel onzekerheid?

Lees ook: Stop de blockbusterverslaving

Pervers systeem

Eigenlijk wáren zulke tentoonstellingen al risicovol. Half februari – dus nog voor de corona-uitbraak in Nederland – schreef Meta Knol, directrice van Museum De Lakenhal in Leiden, in deze krant al een stuk over de prestigieuze, kostbare Rembrandttentoonstelling in haar museum, die veel, soms zelfs onplezierig veel bezoekers had getrokken – en toch waren het er niet genoeg geweest om uit de kosten te komen die ermee gemoeid waren. Voor een middelgroot museum, schreef Knol, is het ondoenlijk om mee te draaien in „het perverse systeem [...] waarin Nederlandse musea tegen elkaar opbieden met grote, geldverslindende publiekstrekkers waarvoor steeds méér geld en méér publiek nodig is, en waarbij succes steevast wordt afgemeten aan omzet en bezoekcijfers”.

Knol kondigde aan dat Museum De Lakenhal wat haar betreft weer meer wordt wat stedelijke musea van oudsher zijn: musea waarin je als bezoeker iets te weten kunt komen over de lokale geschiedenis en kunst. Met het werk van Lucas van Leyden, de jonge Rembrandt en de Leidse fijnschilders heeft De Lakenhal nota bene lokale kunst van internationaal belang in huis. Als je die vaste collectie laat zien, al dan niet in wisselende opstellingen, dan komen daar altijd bezoekers naar kijken. Geen recordaantallen, maar wel een constante stroom.

Door de coronacrisis is Knols pleidooi tegen de blockbusterverslaving alleen maar actueler geworden. Ook andere en grotere musea doen er nu goed aan de ambities wat te temperen en voorlopig in te zetten op de kracht van hun eigen bezit. Uit de eigen depots kan altijd vrijelijk worden geput. Dreigt het virus plotseling weer op te laaien, dan kan een tentoonstelling worden verlengd – en de volgende kan gemakkelijk worden opgeschoven. Kost haast niets.

Houtsneden en gravures

Het Rijksmuseum kan na Dankzij Waller een nieuwe greep uit het Rijksprentenkabinet laten zien. Hoogtepunten uit de geschiedenis van de teken- en prentkunst bijvoorbeeld, want die hebben ze, daar in Amsterdam. Of monografische tentoonstellingen: de houtsneden en gravures van Dürer, de etsen van Goya of Tiepolo, de rotaprenten van Aat Veldhoen. Tentoonstellingen over een thema in de prent- en tekenkunst door de eeuwen heen (de nacht, dieren, het zelfportret, tegenlicht), over een bepaalde stroming, over de prentkunst van een specifieke periode of streek, over een bijzondere grafische techniek. Er zijn een half miljoen prenten in het Rijksmuseum die het depot zelden of nooit verlaten, plus zo’n 80.000 tekeningen, plus zo’n 150.000 foto’s. Daarmee kunnen nog jaren en jaren tijdelijke tentoonstellingen worden gemaakt naast de vaste opstelling.

Andere musea hebben een kleinere collectie, maar ook daar bevinden zich in de depots vaak interessante objecten die ooit enthousiast werden verzameld en nu al heel lang niet meer zijn getoond. Als je je erin verdiept, is het enthousiasme van eertijds vaak wel weer invoelbaar. Dan sta je ervan te kijken wat er allemaal is.

Kruisiging met vier engelen, Martin Schongauer, ca. 1480/1485, aankoop dankzij het F.G. Waller-fonds Foto Rijksmuseum

Er wordt de laatste weken geregeld opgemerkt dat de coronacrisis, bij alle evidente ellende, ook positieve gevolgen heeft. Zo dwingt de quarantaine mensen aandachtiger te kijken naar hun eigen huis en woonomgeving, die ze daardoor vaak ook meer gaan waarderen. Er wordt opgeruimd en getuinierd, het alledaagse uitzicht wordt getekend of gefotografeerd, aangeschafte boeken worden eindelijk gelezen en er komen lang vergeten spullen van zolder. In musea zou er iets vergelijkbaars kunnen gebeuren. In plaats van allemaal lekkers van ver te halen zouden de directies, de conservatoren en de marketingafdelingen weer meer oog kunnen krijgen voor wat ze zelf in huis hebben.

Wij, de museumbezoekers, zijn de laatste jaren misschien ook verwend geraakt en vergeten hoe rijk het Nederlands openbaar kunstbezit is. Ook wij moeten tot ons laten doordringen dat met kennis en smaak gemaakte keuzes uit de vaste collecties niet hoeven onder te doen voor once in a lifetime shows met spectaculaire bruiklenen. Mocht de Waller-tentoonstelling in het Rijks na de lockdown worden verlengd, laten we dan allemaal gaan kijken.

Maar niet allemaal tegelijk.