Met welke scenario’s werken de banken in deze zeer onzekere tijden?

Slechte leningen Banken zetten miljarden opzij om mogelijke coronaverliezen op te vangen. De onderlinge verschillen zijn groot. En dus is het „koffiedik kijken” hoe de banken er nu echt voor staan.

Illustratie Midas van Son

25 miljard dollar oftewel bijna 23 miljard euro. Zoveel hebben de zes grootste banken in de Verenigde Staten in het eerste kwartaal opzijgezet om eventuele verliezen door de coronacrisis op te vangen. Bij de Europese concurrenten bedragen de extra voorzieningen tot nu toe zeker 17 miljard euro, en dat bedrag loopt nog op. Zo maken ING en ABN Amro komende dagen hun cijfers bekend.

Wat zeggen deze miljarden aan extra voorzieningen over de gezondheid van de banken? Zijn ze nog steeds in staat om ‘redder’ te zijn van de economie, door ondernemers en consumenten van financiële lucht te voorzien? Of zorgt de coronacrisis ervoor dat banken zelf ook aan het financiële infuus moeten? Nu de meeste banken hun cijfers over het eerste kwartaal gepresenteerd hebben, blijft het antwoord op deze vragen toch onduidelijk.

Het percentage ‘slechte’ leningen en de hoogte van de voorzieningen die banken voor mogelijke verliezen op die leningen reserveren – in de zogenoemde stroppenpot – zijn normaliter belangrijke ‘gezondheidsindicatoren’ voor bankanalisten. Als een bank te veel slechte leningen heeft – leningen waarop minder of geen rentebetalingen of aflossingen binnenkomen – komt het verdienmodel van de bank in gevaar. Geen rente of uiteindelijk zelfs afschrijving van leningen betekent immers ook: minder winst.

Lees ook: Nu moeten banken de redders zijn

Boekhoudregels schrijven bovendien voor dat banken in een stroppenpot geld opzijzetten om mogelijke verliezen op de slechte leningen op te vangen. Toezichthouders kijken mee met deze berekeningen. Hoe meer van zulke voorzieningen een bank moet treffen, hoe minder kapitaal beschikbaar is om nieuwe, mogelijk wel lucratieve leningen te geven.

Grote verschillen

Analisten worden tot nu toe echter niet veel wijzer van de cijfers over slechte leningen en voorzieningen. Zo zijn de verschillen groot. Amerikaanse banken verhoogden hun stroppenpotten met gemiddeld 350 procent ten opzichte van een jaar eerder, berekende de Financial Times afgelopen zondag. De Europese banken waarvan toen al resultaten bekend waren, verhoogden hun voorzieningen met ‘slechts’ 269 procent, aldus de Britse zakenkrant.

Ook tussen banken onderling zijn verschillen. Zo zette het Britse HSBC, de grootste Europese bank, in het eerste kwartaal 3 miljard dollar opzij. De bank sprak bovendien de verwachting uit over het hele jaar voor 7 tot 11 miljard dollar extra voorzieningen te treffen. Deutsche Bank, behorend tot vijf grootste banken van Europa, zette ‘slechts’ 500 miljoen euro opzij.

Geen exacte wetenschap

Wat zegt dit? Heeft Deutsche Bank een gezondere leningenportefeuille, waardoor ze minder geld opzij hoeft te zetten? Of neemt de grootste bank van Duitsland juist meer risico, door de stroppenpot niet veel aan te vullen?

Voor analisten en marktkenners is dit moeilijk in te schatten. Harald Benink, hoogleraar banken aan Tilburg University: „Het is koffiedik kijken of voldoende voorzieningen worden getroffen; het is nooit exacte wetenschap, maar nu nog onzekerder dan normaal.”

Een belangrijke verklaring ligt in de ruimte die Europese banken hebben in de boekhoudregels. Sinds een paar jaar moeten banken voorspellen hoe groot het risico is dat bedrijven en consumenten wanbetaler worden. Daarvoor moeten ze dan alvast geld opzijzetten. Onder de oude regels hoefden ze dat pas te doen als sprake was van wanbetaling.

Om hun voorspellingen te kunnen doen, moeten banken verschillende economische scenario’s uitwerken en daar een gemiddelde van nemen. Precies daar zit op dit moment het probleem voor bankanalisten. Want met welke scenario’s werken de banken in deze zeer onzekere tijden? En hoe wegen ze de steunoperaties van de overheden mee? „Dit is ondoorzichtig”, constateert Bart Jooris, analist bij de Belgische zakenbank Degroof Petercam.

Minder vangnetten

Persbureau Reuters zocht uit dat de Britse bank Barclays uitgaat van een krimp van de Britse economie met 8 procent. Concurrent Lloyds gaat uit van 5 procent teruggang.

Het Belgische KBC heeft vorige maand gezegd voorlopig helemaal geen „betrouwbare schatting” te kunnen maken van de impact van het coronavirus. In de loop van dit kwartaal wil de bank „hier verder op ingaan”. Financieel topman van HSBC Ewen Stevenson zei dat hun voorzieningen zijn gebaseerd op „deels kunst, deels wetenschap”.

Jooris: „Als banken het zelf al moeilijk vinden om in te schatten wat het scenario gaat zijn, dan is dat voor analisten helemaal moeilijk.”

In een analyse stelde persbureau Bloomberg dat Europese banken wel met relatief gunstige scenario’s móéten werken, omdat ze simpelweg het geld niet hebben dat voor een zwart scenario nodig is. „Als de Europese banken net zoveel opzij zouden zetten als de Amerikaanse, zouden ze allemaal in het rood terechtkomen dit jaar”, schrijft Bloomberg.

Volgens Jeroen Crijns, specialist in risico- en kapitaalmanagement bij accountants- en advieskantoor PwC, speelt in de verschillen mee dat de Amerikaanse en Europese overheden anders optreden. „In de VS zijn veel minder vangnetten voor bedrijven en werknemers.” Door inkomenssteun en overheidsgaranties lijken de risico’s voor Europese banken voorlopig minder groot.

Jooris en Crijns wijzen verder op de uiteenlopende portfolio’s van banken. Zo hebben Amerikaanse banken minder grote – doorgaans stabielere – bedrijven als klant dan Europese. Crijns: „Die grote bedrijven gaan in de VS vaak direct de kapitaalmarkt op. Banken daar lopen daarom meer risico, met relatief meer consumenten- en mkb-leningen dan in Europa.”

Veel speelruimte

Toezichthouders gunnen de Europese banken intussen veel speelruimte in hun boekhouding – naast de financiële steun die wordt gegeven. Zo hoeven leningen waarop een betaalpauze is gegeven niet direct als slechte lening te worden gekwalificeerd. De Europese Centrale Bank heeft er daarnaast op aangedrongen dat banken al te zwarte scenario’s vermijden bij de berekening van hun stroppenpotten.

Toezichthouders en de bedrijven zelf benadrukken tot nu toe steeds dat banken er goed voor stonden toen deze crisis begon. President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank kwalificeerde de Nederlandse banken in maart als „robuust”. Maar beleggers lijken daar weinig vertrouwen in te hebben: bankenaandelen behoren tot de grootste verliezers op de beurs.

Is het dan een idee om de scenario’s waar banken mee werken bekend te maken, zodat analisten een beter beeld krijgen? „Je ziet dat toezichthouders te veel transparantie over hoe het met banken gaat niet als iets positiefs zien”, zegt Benink. „Als banken precies moeten aangeven van welke scenario’s ze uitgaan – ook de inktzwarte – dan kan dat een vertrouwenscrisis in de hand werken. Want dan gaat men mogelijk denken: als ze daar rekening mee houden, dan zal dat wel een reële kans zijn. Dat is niet in het belang van de toezichthouder, die de sector stabiel wil houden.”

Lees ook: Banken krijgen meer armslag, maar buffers zijn ook zo weer weg