Epidemische muziek is van alle tijden

Virusliedjes Van ebolarap tot meningitisblues, vrijwel elke virusuitbraak is bezongen. Ook de huidige coronacrisis levert een hausse aan ‘quarantunes’ op.

Een muurschildering van Cardi B in San Antonio, Texas, is geactualiseerd door kunstenaar Colton Valentine om in te spelen op de coronacrisis.
Een muurschildering van Cardi B in San Antonio, Texas, is geactualiseerd door kunstenaar Colton Valentine om in te spelen op de coronacrisis. Foto Eric Gay/AP

‘Ooh, the meningitis killing me’, zong Memphis Minnie in 1930 in haar ‘Meningitis Blues’ over hersenvliesontsteking. Twee jaar later zong countryblueszanger Jimmie Rodgers over de tuberculose waarvan hij net genezen was in ‘Whippin’ That Old T.B.’ Later zou hij bij een nieuwe uitbraak alsnog overlijden. In de jaren tachtig klonk de angst voor aids door in alle muziekgenres, van calypso tot pop. In 2014 schalde ebolarap over de West-Afrikaanse dansvloeren.

Ziektes lijken geen sexy onderwerp voor popliedjes, maar bij nadere bestudering kun je moeiteloos een eeuw epidemieën uit de muziekgeschiedenis destilleren. Zelfs de gruwel van de Spaanse griep, die in 1918 om zich heen greep voordat er sprake was van een serieuze opname-industrie, is alsnog terug te horen in songs die jaren later werden opgenomen.

Bluesgitarist en zangeres Memphis Minnie, circa 1928 Foto Donaldson Collection/Getty Images

Corona zal vermoedelijk een grotere stempel op de popmuziek drukken dan alle voorgaande crises. Niet eerder zaten wereldwijd vrijwel alle muzikanten thuis, zonder podium, maar met tijd en met internet. Het virus lijkt vooral te leiden tot huisgemaakte hiphopbeats en elektronische soundscapes. Dat is te horen in de lijst The Sound of The Virus, die Spotify’s ‘data alchemist’ Glenn McDonald samenstelt. Die sound hangt samen met de tijdgeest, maar heeft ook een logistieke reden. Gitaarbandjes kunnen immers niet bijeenkomen om iets op te nemen.

McDonald verzamelt met een algoritme liedjes die over corona gaan, ook in vreemde talen, en checkt die dagelijks. Hij begon op 10 maart, de eerste twee weken voegde hij vierhonderd liedjes toe. Inmiddels (op 4 mei) zijn het er 2.994. In werkelijkheid zijn er nog veel meer virusliedjes die het algoritme ontspringen.

Quarantunes

In liedjes horen historici ‘de stem van mensen die je anders niet hoort’, zoals liederenonderzoeker Martine de Bruin van het Meertens Instituut het zegt. En wie inhoudelijk naar de ‘quarantunes’ kijkt, ziet veel overeenkomsten met de oudere ziektenliedjes. Zelfs Nederland, dat nauwelijks een traditie heeft op dat vlak, doet mee.

Natuurlijk is muziek allereerst een manier om de smart te delen, zelfs in isolatie. In Italiaanse steden bood de samenzang van ‘Bella Ciao’ vanaf balkons een lichtpuntje, net zoals Vesting Naarden op Goede Vrijdag collectief naar het ‘Erbarme dich’ luisterde. Maar het virus zorgt bovenal voor een enorme hausse aan nieuwe liedjes.

Meestal is dat in eerste instantie entertainment, zoals misschien wel de grootste coronahit, de virusmonoloog van popster Cardi B („Shit is getting real!”) die door iMarkkeyz werd geremixt tot ‘Coronavirus’. Maar ook bijvoorbeeld de samenwerking van Arjen Lubach en Merol in ‘Ik **** je op afstand’ („Ik heb croissantjes gehaald, ik heb het aantal bedden in mijn huis opgeschaald”).

Naast vermaak gebruiken opvallend veel muzikanten hun platform om voorlichting te geven. Ook dat komt vaker voor in de muziekgeschiedenis. Dat Ali B en Jandino Asporaat in ‘Anderhalf’ oproepen om afstand te bewaren („Kom niet in mijn aura, bitch!”) is niet wezenlijk anders dan blueszanger en medicijnenstudent Asa Martin die in 1933 in zijn ‘Jake Walk Papa’ waarschuwde voor de gevolgen van het drinken van het zwaar alcoholische ‘Jake’, waarvan duizenden tijdens de drooglegging hevige spierpijnen kregen en zelfs verlamd raakten.

Lees ook: De soundtrack van ebola. Via catchy tunes wordt in Afrika informatie over ebola verspreid

Ook tijdens de recente ebola-uitbraak in West-Afrika hadden veel rapnummers die als clubhit bedoeld waren een boodschap voor de volksgezondheid, vaak met bijbehorende danspassen. „Don’t touch your friend!” klonk het in Liberiaanse clubs. Unicef zocht zelfs de samenwerking met rappers in de hoop de bevolking te bereiken voor wie de radio een belangrijke nieuwsbron was.

In veel Afrikaanse landen hebben liedjes van oudsher de functie van dagblad en geschiedenisboek, waardoor er veel voorlichtingsliedjes ontstaan. Aan het begin van de coronacrisis deelde het Zuid-Afrikaanse jeugdkoor The Ndlovu Youth Choir bijvoorbeeld catchy video’s over handenwassen en tegen fake news in zowel Zulu als Engels. Ook politici maken er gebruik van. De Liberiaanse president en oud-voetballer George Weah bracht onlangs een corona-voorlichtingsvideoclip uit. In Oeganda deed oppositieleider en popster Bobbi Wine hetzelfde.

Maar nu zingt ook de Engelse rapper Psychs ‘Don’t touch me’, want Europa lijkt de voorlichting harder nodig te hebben dan Afrika. De eerste reeks van virusmuziek die in Amerika en Europa ‘viral’ ging op sociale media, waren oude songs die hielpen bij het twintig seconden handen wassen, zoals Gloria Gaynor die via Instagram liet zien hoe dat gaat op haar ‘I Will Survive’.

Influenza Blues

De Spaanse griep maakte in 1918 en 1919 naar schatting een ongekend aantal van 50 miljoen slachtoffers wereldwijd, dus uiteraard had dat zijn weerslag op de muziek. Maar die werd toen nog nauwelijks opgenomen. Wel zijn er verschillende ragtime-theaterstukken overgeleverd, waarvan een aantal onder de titel ‘Influenza Blues’. En er is een kinderliedje uit die tijd over het vogeltje Enza. „I opened up the window and in flew Enza.” Influenza, snapt u wel?

Tien jaar na dato nam gospelstraatzanger Blind Willie Johnson ‘Jesus Is Coming Soon’ op. „In the year of 19 and 18, God sent a mighty disease/ It killed a many a-thousand on land and on the seas.

De Nederlandse bluesonderzoeker Guido van Rijn transcribeerde de tekst van Johnson de afgelopen weken tijdens het thuiszitten en ziet veel overeenkomsten. „Hij zingt hoe het virus zich door de lucht verspreidt en dat scholen en kerken werden gesloten. En zoals velen in het diep-religieuze zuiden van de Verenigde Staten verklaarde Johnson de uitbraak destijds als een straf van God.”

Ook in een andere, later opgenomen bluessong, ‘The 1919 Influenza Blues’ van Essie Jenkins, is de ziekte Gods toorn: „He killed rich and poor/ and he’s going to kill some more/ If you don’t turn away from your shame.

„Blueszangers zongen voor hun eigen mensen die zich ermee konden identificeren”, zegt Van Rijn, die internationaal onderzoek deed naar bluesteksten over Amerikaanse presidentschappen, van Roosevelt tot Obama. „Het was de taal van de zwarte bevolking die verder geen stem had. Als je weinig opleiding had en vooral naar de dominees luisterde, dan zocht je het al snel bij God.” Het is een thema dat ook liedjesonderzoeker De Bruin herkent: „Vrijwel alle historische rampliedjes die we kennen spreken over een straf van God, of anders over een gebrek aan burgerlijke moraal.”

Een corona-evenknie daarvan komt nu van de Indonesische popveteranen van Bimbo Trio die in ‘Corona Datang’ de ziekte schijnen te beschouwen als een straf van God. Maar ook country-ster Dolly Parton laat weten dat corona Gods werk is. Anderen ontkennen het virus op basis van religie, zoals de witte predikant en gospelblueszanger Landon Spradlin uit Virginia, die eigenlijk hetzelfde deed als Johnson in zijn tijd: zingend het gospel verspreiden. Begin deze maand bezweek hij zelf aan de ziekte.

Toch was behalve de schuldvraag ook de troost een belangrijke functie van de blues, zegt Van Rijn. „De songs worden gemaakt door mensen die echt door de ramp getroffen zijn. In Amerika is dat bij vrijwel alle rampen de arme, zwarte bevolking. Ook nu wordt die harder getroffen. Maar nu merkt iedereen het om zich heen. Bovendien zitten muzikanten thuis met veel tijd. Zelfs in Nederland ontstaan nu die songs.”

In Nederland hadden liederen van oudsher ook vaak de functie van nieuwsmedium, maar dat verdween hier sneller dan in veel andere landen door de opkomst van kranten en relatief laag analfabetisme. In de ongeveer 175.000 liedjes in de ‘liederenbank’ van het Meertens Instituut komen ziekten nauwelijks voor. De Bruin: „Misschien waren ze er wel, maar hebben we ze nu niet meer. Uit de achttiende eeuw ken ik bijvoorbeeld wel liedjes over veepest.”

Des te opmerkelijker vindt ze de hoeveelheid coronaliedjes die nu in Nederland gemaakt worden. In de coronalijst op Spotify staan onder meer het samenzweringsnummer ‘Lockdown’ van Lange Frans en het steunlied voor de zorg ‘Zon’, opgenomen door honderd BN’ers. Maar er is veel meer. Sommige muzikanten gaan regelmatig online voor livestreams, soms met nieuwe coronaliedjes, en ook amateurmusici nemen quarantunes op. De Bruin: „Iedereen zit thuis en dit is een van de weinige dingen die je kunt doen. De technologie maakt het makkelijker om het te delen. En het is voor muzikanten een manier om in beeld te blijven.”

Calypso voor Rutte

Er is binnen het Koninkrijk der Nederlanden wel degelijk een liedcultuur die functioneert als dagblad en Twitter tegelijk. Gregory Richardson hoort op Aruba regelmatig nieuwe corona-calypso’s. Hij promoveerde in maart op de calypsocultuur van het eiland.

Richardson: „Een calypsonian van Frans St. Maarten, Andrew Baker Jr., is op Facebook de Calypso Quarantine Challenge begonnen, waarbij calypsonians elkaar uitdagen om nieuwe teksten te verzinnen op een oude tune. Inmiddels doen ook kinderen en oma’s mee. Je hoort alles voorbijkomen, van ‘Was je handen’ tot samenzweringstheorieën dat het een virus zou zijn om Afrikanen uit te roeien.”

De belangrijkste bijdrage van Aruba komt van Valentino King. Hij zingt coupletten in het Engels, Nederlands, Spaans en Papiaments. Alleen al in de eerste minuut komen alle kenmerken van een coronaliedje voorbij. Het is thuis opgenomen, zijn vrouw is de dj van dienst. Valentino King gebruikt het ter zelfpromotie, maar ook als voorlichtingskanaal („Put on your gloves, masks”). Hij laat weten dat hij er net als iedereen gestresst en paranoïde van wordt, maar ook dat de bijbel het al voorspeld zou hebben en dat we moeten bidden. In het tweede, Nederlandse, couplet brengt hij een extra dimensie aan, de politiek.

Dit is spoed/

Rutte, hier op Aruba zitten wij niet goed/

Spanje en Italië hebben hulp gekregen/

Terwijl in Aruba moeten wij jou bedelen.