Opinie

De ziekte na corona heet de goudkoorts

Maarten Schinkel

Terwijl iedereen zichzelf en de ander controleert op coronaverhoging, lijkt ook de goudkoorts te zijn uitgebroken. Grote hedgefondsen hebben zich ingekocht op de goudmarkt. De activistische belegger Paul Singer van Elliott Management en de fondsen Caxton Associates en Dymon Asia Capital zijn in het edelmetaal gestapt. Dat berichtte de Financial Times deze week. De reden: het onbeperkt ‘drukken van geld’ door centrale banken kan de waarde van munten uithollen. En dan heeft goud de reputatie de beste vluchtheuvel te zijn.

Of goud op zichzelf een verzekering tegen inflatie is, maakt niet zo veel uit. Als iedereen maar dezelfde reflex heeft, goud koopt en de prijs opdrijft, dan krijgt goud die rol vanzelf. En inderdaad: hoewel de goudprijs eind februari samen met de aandelenkoersen kelderde, is die ook weer hersteld. Op iets meer dan 1.700 dollar per Troy ounce (31,1 gram) is goud nu het duurst sinds 2012.

Heeft het zin in goud te stappen? Inflatie is absent. De Europese Commissie voorspelde gisteren voor de eurozone een gemiddelde inflatie van 0,5 procent in 2020. De coronacrisis zorgt voor een dusdanige vertraging van de economie dat het laatste restje inflatiedruk voorlopig verdwijnt. Japan, zoals bekend, gooit er al meer dan een kwart eeuw van alles tegenaan om de inflatie te laten stijgen. Dat is niet gelukt. Maar Japan deed dat lang alleen.

Een hoge inflatie is heel verleidelijk wanneer er schulden moeten worden weggewerkt

De enorme hoeveelheid geld waarmee daarentegen vrijwel alle centrale banken de wereld op dit moment overspoelen, zou kunnen leiden tot inflatie-angst. Dat is die ‘geldpers’ waar de beleggers het over hebben. Maar vooralsnog vervangen centrale banken door hun opkoopbeleid alleen langlopende leningen (meestal vanaf een looptijd van twee jaar) door het zeer kortlopende ‘geld’ (een looptijd van tot drie maanden). Je zou met enige omhaal kunnen zeggen dat geldschepping hier alleen plaatsvindt als de gekochte leningen nooit meer van de balans van de centrale bank verdwijnen, maar eeuwig worden doorgerold – verlengd dus. Zo’n scenario is niet ondenkbaar.

Een andere redenering is dat bedrijven hun productielijnen gaan verkorten, globalisering stokt, en goedkope arbeid uit verre buitenlanden plaats maakt voor duurdere werknemers dicht bij huis. Dat is plausibel. Maar voordat dit effect, als het al plaatsvindt, doorsijpelt in de prijzen, zijn we al een hele tijd verder.

Luister ook naar deze podcast: Leidt het coronavirus tot een economische crisis?

Eigenlijk is er maar één denkbare reden voor hogere inflatie. Wereldwijd waren er, kort voor de coronacrisis al, enorme schulden: opgeteld 320 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product. De coronacrisis zal daar tientallen procentpunten bovenop doen: bedrijven die in de problemen komen, burgers met betalingsmoeilijkheden, overheden die ongekend grootschalig inspringen.

De vraag wordt straks hoe we weer van de enorme schulden afkomen. Keurig rente en aflossing voldoen is de koninklijke weg. Maar die extra last kan zorgen voor langdurige economische stagnatie. Het afschrijven van schulden is ingewikkeld, tijdrovend en niet zonder risico’s. Bij een financieel systeem dat nauwelijks is hersteld van de vorige crisis zou het zomaar een volgende crisis kunnen veroorzaken.

Hoge inflatie lost al die problemen in één keer op. Die holt de waarde van schulden gestaag en sluipenderwijs uit.

Aanbevelingswaardig is dat niet. Want hou die hoge inflatie vervolgens maar weer eens in de hand. En spaarders (pensioenfonden, om maar wat te noemen) van wie het geld wordt uitgehold, zijn even hard de dupe als de leners die er het voordeel bij hebben. Toch zou het zo maar kunnen zijn dat de verleiding – of de noodzaak – te groot wordt. Maar dan zijn we vermoedelijk wel een paar jaar verder.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.