De bevrijding als ‘breaking news’

Zap

Weinig filmscènes brachten op Bevrijdingsdag zoveel genoegdoening als de finale van Tarantino’s Inglourious Basterds (RTL7). De basaalste gevoelens van revanche werden bevredigd toen Hitler werd doodgeschoten, de Joodse bioscoopeigenaar en haar zwarte hulp de filmzaal in brand staken en de gillende nazitop vanwege de gebarricadeerde deuren nergens heen konden.

De betere demonen werden dinsdag gevoed door het Bevrijdingsjournaal. Na een week opgebouwde spanning kon Herman van der Zandt dinsdagavond eindelijk het langverwachte aankondigen: Nederland was bevrijd van de nazi’s. De afgelopen week opende hij steeds met het optellen van de bezette dagen, nu was het „dag 1 van de bevrijding”. Er werd snel overgeschakeld naar Wageningen, waar Kysia Hekster voor een kapotgeschoten Hotel de Wereld stond. Daar werd onderhandeld over de 120.000 Duitse soldaten die nog weg moesten. „En snel een beetje”, zei Van der Zandt. Door naar Nieuwlande, waar, in de woorden van verslaggever Martijn Bink, „ineens Joden op straat lopen”. Ze hadden jarenlang ondergedoken gezeten.

Het was de afgelopen week een plezier om elke avond Van der Zandt met een soort opgewonden onschuld de naderende bevrijding te zien presenteren. Grote gebeurtenissen wierpen hun schaduw vooruit, Van der Zandt keek ernaar uit, maar zeker wist hij het allemaal nog niet: wat als het toch nog misging? Maar langzaam werd de bevrijding onvermijdelijk.

Eind vorige week vroeg hij zich al verbaasd af wat Karl Dönitz, Hitlers opvolger, eigenlijk nog kon uitrichten. Maandag was hij nog iets zekerder: Van der Zandt kondigde dag 1820 van de Duitse bezetting aan, „maar daar gaan er niet heel veel meer bijkomen”. Om vervolgens met het journalistieke enthousiasme alsof het echt nú gebeurde over te schakelen naar de Lüneburger Heide bij Hamburg, waar Montgomery met de militaire nazitop sprak over de onvoorwaardelijke capitulatie.

Het Bevrijdingsjournaal is een journalistieke prestatie van formaat, met een uitstekende presentator. Van der Zandt is de tijd dat hij vooral Herman de Schermman was allang ontgroeid. Van sport en quizen (Met het mes op tafel) tot historische journaals: geeft de man een programma en hij presenteert het met een jaloersmakende souplesse en charme.

Dit programma blijft hangen. De publieke omroep blonk sowieso uit in het aftellen naar 75 jaar Bevrijding. Philip Freriks’ serie In de voetsporen van D-day (2019) was sterk, net als In de voetsporen van de Bevrijding, eerder dit voorjaar uitgezonden.

Daarom was het jammer dat het aanbod op Bevrijdingsdag zélf wat schamel was. Zo kleurrijk als de avond van Herdenkingsdag was, met de veelheid aan indrukwekkende documentaires, films en verslagen, zo tamelijk leeg was de dag van 75 jaar vrijheid. Buiten de normale programmering was er eigenlijk alleen een concert vanuit Carré, vermengd met beelden van eerdere bevrijdingsconcerten en verhalen van overlevenden.

Te weinig om de grootsheid van dit moment te markeren. Ook bij het ontbreken van Bevrijdingsfestivals met rondvliegende BN’ers moest er toch wel meer van te maken zijn? Desnoods met oude beelden, zoals de knappe docuserie Na de bevrijding (2014).

Er is nog zoveel te vertellen. De oorlog blijft raken, de bevrijding blijft boeien - en de pijn blijft. Bij M vertelden vier derdegeneratie overlevenden hun verhaal. Van Hitler hadden ze niet mogen bestaan. Dat ze hier zaten, was ook revanche.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.