Zorgpersoneel overbelast? Deze Syrische vluchtelingen willen wel helpen

Medische hulptroepen In verschillende landen, zoals Duitsland en Turkije, helpen migranten en vluchtelingen met een medische achtergrond bij het bestrijden van de coronacrisis. Al gaat het niet altijd makkelijk.
Bij de Turkse stad Gaziantep controleren Syrische vrijwilligers met een medische achtergrond of mensen besmet zijn met het coronavirus.
Bij de Turkse stad Gaziantep controleren Syrische vrijwilligers met een medische achtergrond of mensen besmet zijn met het coronavirus. Foto Toon Beemsterboer

Turkije In Gaziantep doen Syrische vrijwilligers coronacontroles

Automobilisten en vrachtwagenchauffeurs die de afgelopen weken de Zuid-Turkse stad Gaziantep binnenreden, werden tot hun verbazing onderworpen aan een medische controle. Bij tolpoorten stonden Syrische artsen, gehuld in witte pakken, met mondkapjes voor en plastic handschoenen aan. Ze controleerden de temperatuur van passagiers door een soort klein wit pistool op hun voorhoofd te richten. Wie verhoging had, of andere symptomen van Covid-19 vertoonde, werd door de politie naar het ziekenhuis gebracht.

Het is een initiatief van een groepje bevriende Syrische artsen in Gaziantep. Ze kwamen bijeen nadat in maart de eerste besmetting was geconstateerd in Turkije. „We wilden niet werkloos toekijken”, zegt de Syrische huisarts Mustafa Lölük aan de telefoon vanuit Gaziantep. „We wilden een bijdrage leveren uit loyaliteit aan de Turkse regering en de Turkse bevolking, die ons uit de oorlog hebben gehaald en met open armen ontvangen.”

Om mensen te mobiliseren, begonnen ze de WhatsApp-groep ‘Syrian Doctors in Gaziantep’. Inmiddels hebben ruim zevenhonderd Syriërs zich aangemeld als vrijwilliger. Niet alleen artsen, tandartsen, apothekers en verplegers, ook studenten, huisvrouwen, advocaten, handelaren en jongeren die vanwege corona niet kunnen werken in fabrieken.

Ontmoeting met de gouverneur
Via lokale journalisten regelden Löluk en enkele andere artsen een ontmoeting met de gouverneur van Gaziantep. Die besloot hen in te zetten bij de vier belangrijkste toegangswegen en in het stadscentrum, met ondersteuning van de politie.

Lölük was huisarts in Aleppo en vluchtte zeven jaar geleden naar Turkije. Zijn grootste probleem bij het vinden van een baan als arts was het vergelijken en erkennen van diploma’s. „De Turkse regering nam drie jaar geleden een wet aan die ons enorm heeft geholpen”, zegt Lölük. „Syrische artsen kregen een theoretische en praktische medische opleiding aangeboden in Ankara. Wie die had afgerond, kon een werkvergunning krijgen.”

Nu werkt Lölük in een zorgcentrum voor migranten in Gaziantep, een project gefinancierd door de EU. Andere Syrische artsen werken voor particuliere ziekenhuizen, hulporganisaties, of in de door Turkije gecontroleerde gebieden in Noord-Syrië. Iedereen kent elkaar. Dat maakte het gemakkelijk vrijwilligers te mobiliseren.

Een van de vrijwilligers is Ahlam Arab (26), een verpleegster uit Raqqa. Ze vluchtte vier jaar geleden met haar familie naar Gaziantep, waar ze werkt als onderdirecteur van een basisschool en internationale logistiek studeert. „Als verpleegster ben ik getuige geweest van de dood van een oom en een neef. Daardoor heb ik me langzamerhand afgekeerd van mijn werk. Als ik ben afgestudeerd, wil ik een exportbedrijf opzetten voor Turks textiel.”

Ahlam heeft inmiddels zes dagen meegeholpen met de medische controles. Ze meldde zich aan als vrijwilliger om iets terug te doen voor alles wat Turkije voor haar heeft gedaan. „Toen we vluchtten uit Raqqa, probeerden we eerst enkele Arabische landen binnen te komen. Maar niemand accepteerde ons, alleen Turkije. Hier heb ik de kans gekregen om te werken en te studeren. We hebben een goed leven.”

In Turkije hebben zich inmiddels zo’n 700 Syriërs aangemeld als vrijwilliger, behalve artsen ook tandartsen, apothekers, verplegers, studenten, huisvrouwen, advocaten, handelaren en jongeren die vanwege corona niet kunnen werken in fabrieken. Foto Toon Beemsterboer

 
Wantrouwig
De medische controles vielen niet bij iedereen in goede aarde. Niet alleen Turken, ook Syriërs vroegen zich wantrouwig af wat de artsen uitspookten. „In het begin was 70 procent van de reacties negatief”, zegt Lölük. „Mensen zeiden: ‘Waarom staan jullie hier en niet in een ziekenhuis? Jullie zijn toch artsen?’ Ik en mijn vrienden lachen daarom. Critici op sociale media noemen we ‘toetsenbordkinderen’. ”

Vanwege het gebrek aan betrouwbare media zijn Turken vatbaar voor complottheorieën. Bovendien is de animositeit jegens Syrische vluchtelingen toegenomen als gevolg van de economische malaise. Het kleinste gerucht, of het nu waar is of niet, kan genoeg zijn om rellen tegen Syrische winkels te veroorzaken. Daar kunnen ze in Gaziantep, waar ruim 300.000 Syriërs wonen, over meepraten. Vandaar dat de medische controles op zo veel scepsis en weerstand stuitten.

Maar Lölük en zijn team hebben het negatieve beeld kunnen bijstellen „Ik was in staat via verklaringen op sociale media en op televisie uit te leggen wat we aan het doen waren”, zegt Löluk. „Mensen begonnen te begrijpen dat dit een oorlog is tegen een virus, en dat wij aan de frontlinie staan. Want het coronavirus maakt geen onderscheid tussen religies of nationaliteiten. We kunnen alleen samen de epidemie bestrijden. Nu belt iedereen om ons te feliciteren met onze hulp.”

Duitsland Saksen redt het met buitenlandse artsen

Kinan Nabelsi aarzelde niet, toen hij op Facebook zag dat de Duitse deelstaat Saksen migranten met een medische opleiding opriep om te helpen in de coronacrisis. De 31-jarige anesthesist uit Syrië is vorig jaar naar Duitsland gekomen, maar mag er nog niet werken als arts.

Saksen was de bakermat van de anti-islambeweging Pegida, een kwart van de kiezers stemde er op de radicaalrechtse anti-immigratiepartij AfD. Maar het gezondheidssysteem kan er, net als in andere delen van Duitsland, niet zonder buitenlandse artsen en verpleegkundig personeel.

Toen vorige maand steeds meer artsen en verpleegkundigen ziek uitvielen, onder meer omdat ze besmet waren met het coronavirus, deed de Saksische artsenorganisatie zijn oproep op Facebook. Men wilde mensen achter de hand hebben, voor als ziekenhuizen de toestroom van patiënten niet meer aankonden. Zo’n 150 buitenlandse medici meldden zich aan.

Hulp voor verpleegkundigen
Ook als ze nog niet als arts mogen werken, is het idee, kunnen ze de medische sector toch op allerlei manieren ontlasten, bijvoorbeeld als hulp van verpleegkundigen. Voorlopig is de nood nog niet zo hoog gestegen dat ze worden ingezet. Maar Nabelsi zou zijn kennis en ervaring graag gebruiken in de coronacrisis, vertelt hij per telefoon vanuit zijn woonplaats Dresden.

„Om wat geld te verdienen en om mijn Duits te verbeteren werk ik al een half jaar tien uur per week als assistent-verpleegkundige in een verzorgingshuis. Ik help bewoners bij het eten en het wassen, dat soort dingen. Soms kan ik helpen bij het lezen van de diagnose van een patiënt. Graag zou ik meer werken. Maar dat mag niet van de immigratiedienst, ook al wil het verzorgingshuis me meer dagen hebben.”

Nabelsi is niet als vluchteling naar Duitsland gekomen, maar met een visum. In Damascus heeft hij twee jaar als anesthesist gewerkt. Voor hij in Duitsland als arts aan de slag kan, moeten niet alleen zijn Syrische diploma’s worden goedgekeurd. Hij moet ook een vakmatig taalexamen doen en een inhoudelijk medisch examen. Die eisen gelden ook nu.

Het taalexamen is zwaar, 30 tot 40 procent van de deelnemers zakt er de eerste keer voor. De kandidaat moet een gesprek met patiënten voeren, een diagnose opstellen en een brief aan een andere arts schrijven. „Eigenlijk moet ik meer dan één taal leren”, zegt Nabelsi, „want het Saksisch is anders dan gewoon Duits, en helemaal dan het medische Duits.”
Met racisme of afkeer van buitenlanders heeft hij in Saksen nooit te maken gehad, zegt hij. „Maar als ik praat met mijn collega’s in het verpleeghuis, merk ik wel dat er angst voor buitenlanders bestaat. Dat komt omdat men alleen maar verhalen hoort over buitenlanders die overlast geven. Ik hoop dat mensen hun mening veranderen als ze zien dat niet álle buitenlanders zo zijn.”

297 artsen uit Syrië
Inwoners van Saksen die wel eens naar de dokter gaan, zou iets kunnen opvallen. 14 procent van alle artsen in de kleine deelstaat (zo’n vier miljoen inwoners) komt uit het buitenland: uit het naburige Tsjechië, uit Slowakije, Polen, Roemenië, Oekraïne en Rusland, maar ook uit Egypte, Jordanië, Iran en nog tientallen landen. Maar liefst 297 artsen in Saksen komen uit Syrië.

Nur Alhoca Alkhalaf (27) heeft zowel de Turkse als de Syrische nationaliteit, vertelt ze in goed Duits. Twee jaar geleden, meteen nadat ze in Damascus haar artsexamen had gehaald, is ze met een visum naar Duitsland gekomen. In Dresden, waar haar Syrische man al werkt als uroloog, bereidt ze zich nu voor op het examen medische vaktaal. Ze wil zich specialiseren als dermatoloog.

Toen ze de Facebook-oproep ag, heeft ze zich per e-mail aangemeld. „In deze coronacrisis wil ik graag helpen en als vrijwilliger in de zorg actief zijn”, zegt ze. „Ongeacht wat voor werk ze me aanbieden.” Haar vader, ook arts, is nog in Damascus. „Hij kan niet weg. Hij werkt continu, vaak tot middernacht. Hij heeft het heel druk, want door de oorlog hebben veel artsen de stad verlaten.”

In de Duitse deelstaat Saksen, bakermat van anti-islampartij Pegida, heeft de artsenorganisatie op Facebook een oproep gedaan onder migranten met een medische achtergrond om bij te springen als ziekenhuizen de toestroom van patiënten niet meer aankunnen. Foto Sebastian Kahnert/DPA