Opinie

Te veel grote woorden, te weinig nederigheid

Tom-Jan Meeus

Om bevrijding te ervaren helpt het als je repressie hebt ondervonden – in een cel, een systeem, een oorlog. En het ingewikkelde is natuurlijk dat de woorden van maandag en dinsdag, de woorden over de doden en de herwonnen vrijheid, voor de meeste mensen geen eigen ervaring meer vertegenwoordigen. Het zijn feiten van horen zeggen. Boekenkennis. Filmbeelden. Feiten van de anderen.

Ik wilde hier iets over schrijven, ik wist niet goed wat, en zag in de kast een boek met toespraken en artikelen van Goebbels staan. Jaren zonder weerga, uit 1943, vertaald door de SS’er Steven Barends.

Je hoefde niet lang te bladeren om het weer te weten. De nazi’s waren van de grote woorden. De totale onoverwinnelijkheid van Hitler. Het onbenul van Churchill. Wie met Engeland vaart, die vaart in den dood. Dat soort teksten.

En alle vergelijkingen gaan mank, maar je dacht meteen: zo uiten mensen zich nu op sociale media. Te veel grote woorden.

Zoals je ook mensen hebt die de eerste coronamaanden omschrijven alsof we in oorlog zijn. Sociale onthouding als „suïcidale ervaring”. De trein als „verspreider van de dood”. Videobellen als „de hel”.

Allerlei verstandige mensen doen dit soort verzuchtingen, en je begrijpt het wel: overdrijven is ook afreageren. Maar wie klein ongemak zo uitvergroot komt misschien toch wat zelfrelativering tekort.

Zelf heb ik altijd een fascinatie gehad voor mensen die na de oorlog goed wilden zijn. Je kwam dit veel tegen in linkse kringen vanaf de jaren zestig. Nieuw Links in de PvdA dat compromisgezinde partijgenoten collaboratie verweet. Zelftwijfel of onzekerheid waren fout. En onaanvaardbaar.

Zoals je nu mensen hebt die niet kunnen accepteren dat Rutte en de experts van de regering ook niet precies weten hoe het met corona zit.

Trouw had maandag een fraai vraaggesprek met Christina Nap-Hasselaar (95), die als meisje via haar vader in het verzet kwam en na de bevrijding werkte voor de Binnenlandse Strijdkrachten, waar ze proces-verbalen van NSB’ers uittypte. Het toeval wilde dat ze nadien jaren tussen voormalige NSB’ers woonde. Ze heeft er altijd over gezwegen, zei ze, zelfs toen haar kinderen vriendjes kregen wier ouders NSB’er waren geweest. „Je moest met elkaar verder.”

De vergissing van deze tijd lijkt me niet dat de oorlog uit ons bewustzijn verdwijnt, daar doe je niets aan. Maar het gebrek aan nederigheid, het kleine begrip voor onzekerheid, het teveel aan grote woorden – je zou willen dat er geen nieuwe oorlog nodig is om daar wat aan te doen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.