De vijf seconden in Milaan die Ove Kindvall tot een legende maakten

Europa Cup 1 in 1970 Feyenoord-Celtic, 116de minuut, goal Ove Kindvall: 2-1. Woensdag is het vijftig jaar geleden dat Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup 1 won. De Zweedse spits blijft voor altijd verbonden aan dat ene, beslissende doelpunt.

De Zweedse spits Ove Kindvall (rechts) maakt het winnende doelpunt voor Feyenoord in de finale tegen Celtic.
De Zweedse spits Ove Kindvall (rechts) maakt het winnende doelpunt voor Feyenoord in de finale tegen Celtic. Foto ANP

Hij noemt het woord elf keer in een gesprek van een uur. De goal die hem tot een legende maakte, was geluk. „Dit was, mét geluk, de grootste goal die ik ooit heb gemaakt.”

Vol zelfvertrouwen wordt Bengt Ove Kindvall (26) uit het Zweedse Norrköping wakker, de ochtend van 6 mei 1970. Zij gaan winnen en hij maakt een goal, zo heeft hij het ongeveer in zijn hoofd. De realiteit is dat Feyenoord underdog is tegen grootmacht Celtic, die avond in San Siro in Milaan, in de Europa Cup 1-finale. Dat zet Kindvall, de Feyenoord-spits, extra op scherp. „Ik houd van moeilijke dingen.”

Toch lijkt de spanning hem even te veel te worden. In de ontbijtzaal valt hij flauw, staat in het onlangs uitgebrachte boek Leve Feyenoord 1. ‘De toch nuchtere Zweed was bij het brood snijden uitgeschoten met zijn mes, had zijn bloedende vinger in de mond gestoken en was onderuitgegaan.’ Hij wordt naar buiten gedragen en komt in de koele lucht weer bij. Desgevraagd zegt Kindvall zich dit niet te herinneren.

De finale is een volksverhuizing en volksfeest ineen, met 25.000 Feyenoord-supporters in Milaan. Twee jonge mannen uit de regio Rotterdam deserteren uit een militaire kazerne om het allemaal mee te maken – later worden ze gestraft door hun leidinggevende. Zo heeft iedereen zijn verhaal rond de finale.

Het zijn de vormende jaren van het Nederlands topvoetbal en totaalvoetbal, gestuwd door een combinatie van talent, wilskracht en tactisch vernuft. Met Ajax dat een jaar eerder de Europa Cup 1-finale verliest – om vervolgens begin jaren zeventig drie keer op rij te winnen. Maar 1970, de eerste Europese bekerwinst voor een Nederlandse club, is het jaar dat bij Feyenoord alles samenkomt.

Rokende Celtic-spelers

In de gangen van San Siro ziet Kindvall een paar Celtic-spelers roken bij de kleedkamer, zo’n drie kwartier voor de aftrap. En even later maken de Schotten, Europa Cup 1-winnaar in 1967, een „show” van hun warming-up met uitgebreide groepssprintjes, in die tijd nog ongebruikelijk.

Een arrogante vertoning, vinden ze bij Feyenoord. Celtic lijkt te denken dat ze makkelijk winnen, concludeert Kindvall. „Ik dacht: nou, nou, dat gaat niet gebeuren.”

Met vrouw Sylvia is hij in 1966 neergestreken in Rotterdam. In Nederland wordt in tegenstelling tot Zweden dan al betaald voor voetballers, wat het voor hem aantrekkelijk maakt. Feyenoord heeft eerder dat jaar ook serieuze interesse in Pelé, maar de Braziliaan wil niet. Zo komt de clubleiding uiteindelijk bij Kindvall uit.

Lees ook de necrologie van Eddy Pieters Graafland: Eddy PG, Amsterdamse held in de Kuip

Zijn vrouw en hij voelen zich hier thuis, ze wonen op Rotterdam-Zuid, maken vrienden en krijgen twee kinderen. „Als mijn familie niet bij mij was geweest, had ik nooit bereikt in Nederland wat ik nu heb gedaan.” Ze leren zelfstandig Nederlands, door de krant te lezen en televisie te kijken. Als ze een woord niet kennen, zoeken ze het op.

Kindvall – door commentator Herman Kuiphof uitgesproken als ‘Oewe Tsjiendval’ – groeit uit tot een buitengewoon snelle en trefzekere spits. Al heeft hij in de winterperiodes een vaste vormdip – te verklaren doordat hij in Zweden alleen in de zomermaanden voetbalde.

Donderspeech Happel

Liggend op een bank houdt Kindvall kort voor de finale, zoals altijd, zijn benen even omhoog, voor de doorbloeding. Hij schudt ze een beetje los. En dan sluit hij een minuut of twee zijn ogen, om zich te concentreren. Hij is gespannen, maar is er klaar voor – de belangrijkste wedstrijd van zijn leven.

Hij wordt in de rug gedekt door dat machtige, onbreekbare middenveld, met Willem van Hanegem, Wim Jansen en Franz Hasil. Feyenoord controleert, maar Celtic komt door Tommy Gemmell verrassend op 1-0 via een vrije trap. Kort erop maakt aanvoerder Rinus Israël weer gelijk, uit een kopbal.

Aanvoerder Rinus Israël (rechts) heeft de 1-1 gemaakt tegen Celtic. Foto ANP

Een donderspeech van coach Ernst Happel klinkt in de rust in de kleedkamer in de richting van de verbouwereerde Coen Moulijn – vaste aangever van Kindvall. De ongrijpbare linksbuiten moet gaan meeverdedigen en ook in balbezit moet hij veel meer laten zien. „Het was niet de beste wedstrijd van Coen, maar dat is mijn schuld geweest”, vertelt Israël nu. In een training twee dagen voor de finale raakt hij de rechterenkel van Moulijn hard. „Dat heeft hem parten gespeeld. Hij speelde met injecties. Stom, stom, stom, van mij hè.”

Op de late avond in Milaan groeit de finale uit tot een intens, fascinerend voetbalgevecht. Feyenoord dringt aan, maar kan de beslissing niet forceren, en moet tegelijkertijd uitkijken voor de tegenstoten van Celtic. Het blijft 1-1, dus verlenging. Mocht het daarin ook gelijk blijven, wacht twee dagen later een replay.

Kindvall zakt na de reguliere speeltijd op zijn rug in het gras van San Siro en laat zijn benen nog eens schudden, door reserve Guus Haak.

Gymnastiek

Met zijn 1,76 meter is Kindvall een kleine, lichtvoetige, fijngevoelige spits. Rond zijn tiende gaat hij op gymnastiek, wat later zijn wendbaarheid als voetballer ten goede komt. „Dat was voor mij heel belangrijk. Dat heb ik jaren gedaan. Zonder gymnastiek had ik het niet gered.”

Hij groeit uit tot een van de beste, meest doeltreffende Feyenoord-spitsen. In vijf jaar wordt hij drie keer eredivisietopscorer – hij maakt 129 doelpunten in 144 competitieduels. „Ik was geen sterke, krachtige nummer negen, maar ik kon wel lopen, heel veel lopen, zodat tegenstanders niet meer wisten wat ik deed. Zo maakte ik grote verdedigers gek.”

Kindvall: „Wim Jansen zei: als wij onder druk staan, gooi dan de bal maar de diepte in, daar is altijd Ove Kindvall.” Dat is ook wat gebeurt in Milaan.

De pass van Israël

De tweede helft van de verlenging begint. Celtic oogt vermoeid, Feyenoord ruikt bloed en krijgt kansen. Kindvall dribbelt zich door de Celtic-verdediging, maar zijn schot keert doelman Evan Williams met de voeten en de rebound van Henk Wery blokt hij met zijn vuisten.

Dan, de 116de minuut, als de grote klok in San Siro kwart over elf aangeeft, en het scorebord nog altijd 1-1 vermeldt. Vrije trap voor Feyenoord, een paar meter over de middenlijn op de helft van Celtic. Rinus Israël gaat snel achter de bal staan. Meerdere spelers lopen rustig rond. Er dreigt geen gevaar voor Celtic lijkt het – maar dat is schijn.

Waarschijnlijk is het Kindvall die eerst wenkt, waarop Israël de bal een kleine veertig meter diep stuurt.

Israël: „Ik zag hem wel vertrekken, ja.”

Kindvall: „Het was een gevoel, ik zag dat hij die vrije trap ging nemen.”

Israël: „Het was een uitgelezen kans om die bal te geven.”

Kindvall: „Ik wist dat hij een hele goede trap had. Als wij een vrije trap kregen en Rinus ging erachter staan, wist ik: húp, nu moet ik diep gaan.”

Israël: „Hij moest op de juiste hoogte en juiste snelheid. En iedereen heeft wel eens geluk in zijn leven, dus ik ook.”

Kindvall: „Ik wist dat áls hij zou komen, ik zou scoren. Gek hè.”

De dieptebal is geen strategie van coach Happel, zegt Israël: „Nee. We deden maar wat. Het is dat ik hem snel nam, daardoor waren zij nog niet goed georganiseerd en lag er ruimte achter de laatste linie.”

De bal van Israël trekt strak, licht diagonaal door de as, perfect op maat. Daarmee raakt de te laat anticiperende Celtic-aanvoerder Billy McNeill zodanig in vertwijfeling dat die terwijl hij terugloopt, achterovervallend hands maakt. Tv-commentator Kuiphof roept opgewonden: „Hands, hij maakt hands, dat moet een penalty zijn!”

Elastische voeten

De Italiaanse arbiter Lo Bello laat doorspelen. Kindvall stopt ook niet. „Zolang de scheidsrechter niet fluit, dacht ik daar niet aan.” De bal landt op zijn rechterschouder, stuitert één keer, waarop Kindvall snel moet handelen met zijn elastische voeten om nog bij de bal te komen, vóór doelman Williams.

Maar de keeper twijfelt heel even en komt dan wild uit, met beide armen naar voren. Kindvall ziet hem komen en denkt: „Ik moet het nú doen.” Hij wil hem eigenlijk over de keeper ‘lobben’ in de verre hoek, maar in een split second besluit hij de bal met de grote teen van zijn rechtervoet langs Williams te tikken, hoog in de eerste hoek. „Beetje geluk hoor, dat moet ik zeggen. Dit was niet de bedoeling.”

Beetje geluk hoor, dat moet ik zeggen

Ove Kindvall

Het gaat allemaal in razend tempo, handgeklokt: 4,8 seconden, van de vrije trap van Israël tot het doelpunt. Kindvall is verbaasd, wanneer hij met twee armen in de lucht terugloopt. „Hoe kan dat nou? Is het een goal?”

Op de redactie van Het Vrije Volk wordt gevloekt door redacteur Peter Ouwerkerk. Die rent kort voor het einde naar de zetterij met de laatste kopij en mist de goal, vertelt hij in het boek Voor Altijd De Eerste. Bij de zetterij staat iedereen te juichen. „‘Godverdomme, nee hè’, was mijn reactie.” Alles moet worden aangepast. De nieuwe kop: WE HEBBEN ’M.

Kindvall is inmiddels bekender in Rotterdam dan in Zweden, denkt hij. Nederlandse kinderen zijn naar hem vernoemd, hij krijgt nog brieven van supporters, voor handtekeningen. Na zijn vertrek in 1971, per boot naar Zweden, ziet hij Nederland als zijn tweede thuisland.

Wordt hij er niet moe van dat hij steeds wordt gevraagd naar dat ene doelpunt?

„Nee, helemaal niet. Dat is het beste moment dat ik heb.”

Na de finale draagt aanvoerder Rinus Israël de beker. Naast hem Eddy Pieters Graafland, Coen Moulijn en Theo Laseroms. Foto ANP