Opinie

Het tegenovergestelde van een hoekschop

Dagboek Coronavirus

Sinds vandaag leven we in fase twee, zoals onze premier dat noemt. Vierenvijftig dagen lang hebben we het virus bestreden met een volledige lockdown en nu is de fase aangebroken waarin we met het virus moeten leren samenleven.

Er bestond vroeger een sport die voetbal heette en die zich in Italië en wereldwijd in een zekere populariteit kon verheugen. In het voetbal was er één spelsituatie waarbij beide teams tevreden waren: de hoekschop. De spelers van het verdedigende team applaudisseerden voor hun medespeler die ten koste van een hoekschop erger had voorkomen en de aanvallers klapten omdat er een hoekschop was versierd.

Deze tweede fase van de quarantaine is het tegenovergestelde van die spelsituatie. Niemand is tevreden. Bij de volledige lockdown, die tot gisteren duurde, was het duidelijk. Wie vond dat het virus bedwongen moest worden, was blij, de anderen mokten. Nu zien degenen die nog steeds bang zijn voor het virus tot hun afgrijzen steeds meer mensen op straat, terwijl degenen die niet kunnen wachten op het herstel van het vrolijke leven, nog steeds gefrustreerd zijn over te veel restricties.

Barretjes mogen vanaf vandaag afhaalpunten openen. Ik ging naar Douce op Piazza Matteotti. De ingang was geblokkeerd met een tafeltje. Een serveerster met mondkapje en handschoenen nam de bestelling op. Ik wachtte buiten terwijl zij achter de bar mijn espresso in een kartonnen bekertje liet lopen. Ik mocht hem staande buiten op het plein opdrinken. Het was ontroerend ouderwetse espresso.

Maar verder was er niets ouderwets aan. Zo hoorde het niet te gaan. Er had gerinkel van kopjes moeten klinken. Ik had me moeten verdringen aan de bar, mijn bestelling assertief over de hoofden heen moeten schreeuwen en slap over voetbal moeten leuteren met wie er ook maar toevallig met zijn elleboog tegen mijn elleboog gedrukt stond.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft.